De ontwikkelingen op het gebied van ‘digitaal lezen’ zijn zo actueel, dat er iedere week wel een nieuw symposium aan gewijd kan worden. Elli Bleeker doet verslag van een kennisbijeenkomst bij de Stichting Lezen.

Over het onderwerp ‘digitaal lezen’ is het laatste woord voorlopig nog niet gezegd. En hoe kan het ook? De ontwikkelingen op dat gebied zijn zo actueel, dat er bij wijze van spreken iedere week een nieuw symposium kan worden georganiseerd, artikel gepubliceerd of onderzoek gestart. Met het risico dat men blijft steken in ‘trendwatching’.

Dit betekent niet dat we slechts achterover kunnen leunen in afwachting van wat komen gaat. Juist het signaleren van nieuwe ontwikkelingen, om vervolgens in te schatten wat voor belang of invloed ze zouden kunnen hebben, heeft wel degelijk nut. Het stelt ons in staat om te anticiperen op de veranderingen, misschien zelfs ze een beetje sturen. De diversiteit aan experts op het gebied van lezen en leesbevordering is dusdanig groot dat iedere samenkomst in elk geval leidt tot interessante discussies en nieuwe inzichten. Vrijdag 13 januari 2012 organiseerde Stichting Lezen met dat doel een Kennisbijeenkomst Digitaal Lezen. In het kader van hun beleidsplannen aangaande digitaal lezen kwamen “specialisten op het gebied van digitale media” samen in het Letterenhuis te Amsterdam.

Auteur Sidney Vollmer was de eerste spreker van de dag. Met de presentatie over zijn BookApp Alles ruikt naar chocola had hij meteen de aandacht van de zaal. Het is dan ook een interessant experiment: een roman in de vorm van een app, verrijkt met hyperlinks naar websites als Wikipedia, Spotify en Youtube, naar e-mails, krantenartikelen en referenties. De lezer kan bijvoorbeeld de muziek beluisteren of de filmpjes bekijken waar in het verhaal naar wordt verwezen. Daarnaast bevat de app onder meer een luisterboek en een ‘waar was ik ook alweer’-samenvatting. Al met al, zo verkondigt Vollmer met trots, bevat de app meer referenties dan pagina’s.

Volgens Vollmer kan het schrijven van een digitaal boek niet worden vergeleken met het schrijven van een boek bestemd voor druk. Digitaal lezen vereist digitaal schrijven, stelt hij. Een van de bekende kenmerken van digitaal lezen, deels veroorzaakt door constante afleiding van sociale media als Facebook en Twitter, is een vluchtige, springerige manier van lezen. De app Alles ruikt naar chocola maakt van deze nood een deugd en zorgt ervoor dat de afleiding gerelateerd is aan het verhaal. Op deze manier moet de aanwezigheid van hyperlinks niet alleen als afleiding, maar ook als verrijking van het verhaal dienen.

Wiebe de Jager van uitgeverij Eburon en de website e-readers.nl gaf een presentatie over de trends en ontwikkelingen van digitale leesmedia. Volgens De Jager kunnen we verwachten dat de belangrijkste ontwikkelingen voornamelijk  plaats zullen vinden op het gebied van interoperabiliteit en software. De afgelopen jaren heeft de drager een grote evolutie doorgemaakt, “van codex tot iPad”. Hij verwacht dat men nu vooral gaat experimenteren met de mogelijkheden die het digitale medium biedt. Hierbij moeten we vooral denken aan fenomenen waarbij het gebruik van Engelse termen onvermijdelijk is: ‘social reading’, ‘cloud-based reading’, ‘direct publishing’ en ‘socially curated magazines’.

De Jager schetste zijn toehoorders een toekomstbeeld waarin digitaal lezen en internet onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Een digitale leesomgeving, aangepast aan de wensen en interesses van de individuele gebruiker, waarin deze via een online stream constant en direct toegang heeft tot boeken, tijdschriften of krantenartikelen. Het leesmateriaal wordt (deels) voorgeselecteerd op basis van persoonlijke voorkeuren, leeservaringen worden gedeeld via Facebook, Twitter of speciale netwerksites als Kobo.com.

Dat dit invloed zal hebben op ons leesgedrag, staat vast. De Jager verwijst naar de veelgehoorde theorie van de verkorte concentratieboog. Boekwetenschapper Adriaan van der Weel, die aansluitend het woord heeft, haakt hierop in en stelt dat we de invloed van technologie niet mogen onderschatten. Technologie is namelijk nooit transparant, het medium heeft altijd invloed op het leesgedrag. Als wetenschapper wil hij echter geen waardeoordeel geven: digitaal lezen is anders, maar niet beter of slechter dan lezen van papier. Volgens Van der Weel is het belangrijk dat we profiteren van de unieke eigenschappen van het digitale medium.

Momenteel werkt Van der Weel aan het onderzoeksproject E-READ, over de evolutie van lezen in dit digitale tijdperk. Hij stelt dat de opkomst van deze nieuwe, digitale vorm van lezen een herdefinitie van het concept ‘lezen’ vereist. Hierbij gaat hij ervan uit dat lezen in beginsel zowel een vaardigheid als een intellectuele prestatie is. Afhankelijk van de vorm – digitaal of analoog – worden er verschillende cognitieve eisen aan de lezer gesteld. De lezer zou zijn keuze voor het medium moeten laten afhangen van zijn doel: digitaal voor oppervlakkig, snel lezen; analoog voor een langdurige verdieping.

De laatste spreker van de dag, Peter Nikken van het Nederlands Jeugdinstituut, behandelde een van de andere stokpaardjes van Stichting Lezen: literatuureducatie en mediawijsheid. Uit bestaande onderzoeken blijkt dat er meer ouder-kind interactie plaatsvindt tijdens het lezen van print boeken, maar dat de digitale boeken een actievere, leergerichte begeleiding bieden. De huidige digitale ontwikkelingen zijn nog te recent om met harde feiten en cijfers te komen, maar Nikken pleit voor een voorzichtige houding ten opzichte van het gebruik van het digitale medium. Better safe than sorry. Hij benadrukt het belang van ‘multimediale geletterdheid’ bij jongeren én hun ouders.

Uiteraard ontbreekt er nog veel empirisch onderzoek. Bovendien gaan de ontwikkelingen zo snel, dat zelfs onderzoeken van enkele jaren terug alweer verouderd kunnen zijn. Desondanks konden er het aan het eind van de dag enkele conclusies worden getrokken. De noodzaak voor meer en uitgebreider onderzoek spreekt voor zich. Tot die tijd is het belangrijk dat we de ontwikkelingen van een kritisch afstandje bekijken, maar niet bang zijn om te experimenteren. Maar voornamelijk staat vast dat digitaal en analoog lezen beide hun voor- en nadelen hebben. Het is belangrijk dat iedere lezer, zowel ouder als kind, zich daarvan bewust is. Stichting Lezen belooft in elk geval dat zowel verder (empirisch) onderzoek als het kweken van deze bewustzijn op de agenda van 2012 zullen staan. Op de aansluitende borrel werd nog lang nagepraat.

Elli Bleeker

Reageer