Februari 2012: meer van hetzelfde. Dat is logisch, want als je het over carbonpapier hebt, is Jan Gielkens met één exemplaar niet tevreden.

Maarten van Rossem zei het ooit in een interview: je kunt over alles een proefschrift schrijven, ook over doorzichtig plakband. Hij had ook carbonpapier kunnen zeggen. Of punaises. Ik kom op punaises omdat ik laatst een bureaustoeltje uit de jaren dertig kocht. Over de zitting was een grijze manchester stof gespannen die er oorspronkelijk niet op zat. Dat was goed te zien, want de lap was aan de onderkant vastgezet met een veertigtal punaises, punaises uit de tijd van het stoeltje, waaronder een paar hele mooie van hetzelfde merk als het stoeltje: Ahrend. Je gaat er spontaan van nadenken over de geschiedenis van de punaise, en het kan niet anders of Wikipedia levert zo’n geschiedenis: de punaise zoals we haar nu kennen, het hoedje met de pin, werd begin twintigste eeuw in Duitsland uitgevonden door de horlogemaker Johann Kirsten, die het patent verkocht aan de gebroeders Lindstedt, die bij hem in de buurt in Noord-Duitsland woonden en die er stinkend rijk mee werden. Een proefschrift over de punaise wordt niet vermeld.

Het carbonpapier heeft natuurlijk ook zijn Wiki-pagina’s, maar veel leuker is het artikel ‘The Exciting History of Carbon Paper!’ van Kevin Laurence. Ook hij noemt geen proefschrift in zijn literatuurlijst, maar wel boeken met prachtige titels als Pulp & paper dictionary van John R. Lavigne uit 1993 en The origin of stencil duplicating van W.B. Proudfoot uit 1972. Artikelen uit het periodiek The Type Writer: Journal of Writing Machine Technology and History hebben titels als ‘Carbon paper and the typewriter ribbon’ (David Sheridan, 1991) en ‘Wedgwood’s carbon paper of 1806’ (Michael Adler, 1990). Van deze Adler wordt ook het standaardwerk The writing machine genoemd, een boek dat Willem Frederik Hermans graag paraat had wanneer hij over schrijfmachines schreef.

De eerste keer dat de term carbonpapier werd gebruikt was in 1806. Toen patenteerde de Engelsman Ralph Wedgwood de ‘Stylographic Writer’, een methode die blinden moest helpen bij het schrijven. Hiervoor was carbonpapier nodig. Wedgwoods Italiaanse collega Pellegrino Turri bedacht rond dezelfde tijd een soortgelijke methode, en dat deed hij om een speciale reden: hij was verliefd geworden op een blinde dame, die de rest van haar leven op deze manier brieven zou schrijven. Niet veel later ontstond het kopijboek: de manifold writer noemde Wedgwood het. De eindresultaten uit zo’n kopijboek komen we in negentiende-eeuwse archieven vaak tegen als halfvergane en slecht leesbare velletjes, want wat in het kopijboek achterbleef (of er werd uitgescheurd en apart bewaard) was een flinterdun papiertje dat langzaam door de doorgedrukte inkt van het carbonpaper werd opgevreten.

Complete kopijboeken, zoals ze uit de vroeg-negentiende-eeuwse kantoorboekhandel kwamen, zijn schaars, zo laat een rondgang door de wereldwijde bibliotheekcatalogi zien. Het exemplaar dat ik hier voor me heb is van 1832 of eerder, de vroegste datering van een doorslag is in elk geval uit dat jaar. We zien een stevige halfleren map, quartoformaat, met gemarmerde platten. De voorkant leert ons dat we te maken hebben met de H. Dixon’s improved manifold writer for writing and copying letters, invoices, &c. with durable pen and ink, verschenen ‘Under the immediate patronage of His Royal Highness the Duke of Sussex’. Voorin de map zit een vakje met een metalen plaat (om onder de te schrijven brief, het carbonpapier en het doorslagpapier te leggen ter bescherming van het papier eronder) en een vloeiblad, en in een leren lusje zit de metalen stift (want met een ganzenveer kun je niet doordrukken). In een ‘Carbonic book, to preserve the carbonic leaves in’ zitten inderdaad nog een stuk of vijftien velletjes carbonpapier, de meeste ongebruikt. Het volgende onderdeel is het boekje met de doorslagvelletjes, met een prachtig gemarmerd omslag. Op het vakje met de metalen plaat en het vloeiblad zit de gebruiksaanwijzing geplakt, in het Frans en het Engels.

Het kopijboek was geen succes bij de familie die dit exemplaar in gebruik had: slechts weinige bladzijden zijn beschreven. Vier zijn er gevuld met een reisverslag, zes met twee brieven uit 1832 resp. 1834 en nog eens vier met schrijfoefeningen van kinderen. Daarna werd de map blijkbaar ergens opgeborgen, om bijna twee eeuwen later weer te voorschijn te komen. Zelfs het groene lint om de map dicht te binden is nog in een nette staat.

Jan Gielkens

Een reactie op “Doorslaggevend (2)”

  1. [...] Lees verder op textualscholarship.nl [...]

Reageer