Donderdag 5 juli jongstleden overleed Gerrit Komrij. De dichter met de karakteristieke stem werd in Felix Meritis (Amsterdam) herdacht door familie, vrienden en collega’s. Een van de sprekers was Kees van Kooten. Hij opperde het creatieve idee dat het Verzameld Werk van Komrij idealiter de vorm van een 26-delige encyclopedie zou moeten aannemen, voor elke letter uit het alfabet een deel, met daarin alles wat Komrij heeft geschreven alfabetisch per onderwerp gerangschikt. En omdat Komrij volgens Van Kooten over alle denkbare onderwerpen heeft geschreven, zullen wij eenvoudige stervelingen uit die Encyclopedie dus ook alles kunnen leren wat we moeten weten.

Wat vond Komrij zelf van het fenomeen Verzameld Werk? In Trou Moet Blycken (2001), na In Liefde Bloeyende (1998) de tweede prachtbundel waarin Komrij virtuoos laat zien ‘wat een gedicht tot een bijzonder gedicht maakt’ (in 2005 volgde nog een derde bundel Kost en inwoning), wijdde hij een overpeinzing aan de statuur van een Verzamelde Gedichten-editie. Komrij noemt zo’n uitgave ‘een linnen graf’ waarin de gedichten van een groot dichter in dundruk definitief te ruste zijn gelegd. ‘Zie je poëzieliefhebbers, minnaars en dromers al gulzig bladeren in zo’n boek? Het is een prestigeobject. Het kan in de kast worden bijgezet. Als je een Verzameld Werk aanschaft heb je voor eens en voorgoed je schuld jegens de dichter ingelost. / Wie te vroeg op bijbelpapier wordt vereeuwigd raakt makkelijk vergeten.’ De driedelige uitgave van het Verzameld Werk van Pierre Kemp bijvoorbeeld had diens poëzie niet gerevitaliseerd maar eerder ‘onttrokken aan de circulatie, weggezogen uit het literaire verkeer en uit de ruimte van het poëtisch bewustzijn. Gedeponeerd in drie chique archiefdozen.’ Terzijde: de zinsnede ‘de ruimte van het poëtisch bewustzijn’ trof me als niet des Komrijs, aangezien Komrij in zijn stukken over poëzie toch wars is van jargon en vaagtaal en hij ooit geweldig tekeerging tegen het wollige taalgebruik van kunstcritici. Ik moest dan ook glimlachen toen ik in Komrij’s canon in 100 gedichten (2008), een soort van ‘best of’ uit In Liefde Bloeyende, Trou Moet Blycken en Kost en inwoning, zag dat Komrij enigszins geschrokken lijkt te zijn van zijn eigen hoogdravendheid. De concluderende zin luidt nu: ‘Gedeponeerd in drie sjieke archiefdozen, om het minder bevlogen te zeggen.’

Wie het oeuvre van Komrij probeert te overzien, merkt al gauw op dat Komrij veel teksten meer dan een keer uitbracht – al was het maar omdat veel van zijn werk eerst in bibliofiele vorm verscheen – en de teksten daarbij regelmatig herzag. Over de aard van die herzieningen bleef hij in de regel vaag. In de ‘Verantwoording’ achterin zijn boek Morgen heten we allemaal Ali (2010), waarin onder meer enkele lezingen werden gebundeld, schrijft Komrij: ‘De teksten werden ruimhartig herzien en aangevuld. Voorts werden opgenomen een aantal prozateksten en essays – of liever experimenten die naast het essay hebben gelegen – die eerder verschenen als bijzondere of gelimiteerde uitgaven. Of die ongebundeld zijn gebleven. Eveneens op veel plaatsen herzien.’ Komrij gaat hier luchtig om met de verspreiding van zijn teksten en de varianten daarbinnen. De manier waarop de laatste twee zinnen achter de rest zijn gezet en de ironische toon die eruit opklinkt doen vermoeden dat Komrij een meer zakelijke, gedetailleerdere verantwoording niet zo belangrijk vond.

Toch is hierover nog wel iets op te merken. In 1999 schreef Komrij elke week voor het Algemeen Dagblad een sonnet ‘bij het Verglijden van deze Eeuw’. In zijn tweede Albert Verwey-lezing ‘Hoe maak je poëzie?’ van 27 oktober 1999 – uitgegeven in Poëzie is geluk (2000), herdrukt in Inkt. Kapitale stukken (2002) en in Morgen heten we allemaal Ali (2010) – sprak Gerrit Komrij over de ontstaansgeschiedenis van het eerste sonnet (‘Hogedruk’). Dit gedicht bevatte aanvankelijk een verwijzing naar een beroemde aporie van Zeno:

Trek een fictieve streep. Dat is je doel.
– Bepaal op je gevoel
Een finish en vertrek op je gemak.
Het oud verhaal van Zeno en de slak

Gaat altijd op –

Komrij had echter een vergissing begaan, zo ontdekte hij nog tijdens het schrijven: ‘Eerst nu valt mijn oog op de regel “Het oud verhaal van Zeno en de slak” […]. Ik schrik. Het is helemaal niet het verhaal van Zeno en de slak! Het is het verhaal van Zeno en de schildpad!’ Het simpelweg vervangen van ‘slak’ door ‘schildpad’ is echter geen optie, aangezien rijm en metrum dan niet meer kloppen. De oplossing die Komrij bedacht is die van de virtuoze dichter:

Trek een fictieve lijn. Daar ligt je doel.
Toch blijft de wet van Zeno en de slak
(Of schildpad?) gelden. Streep op je gevoel
Een finish aan, vertrek op je gemak,

Komrij wees ritme en rijm aan als de schuldigen van de oorspronkelijke vergissing: ‘slak’ zou automatisch tevoorschijn gekomen zijn door ‘een muzikaal voetjevrijen met “bepaal” en “gemak”’. De slak-schildpad-vergissing zat echter steviger in Komrij’s kop dan hij zelf dacht. In (1998) besprak Komrij de regel ‘Er is er dikwijls één meer dan ik tel’ uit Gerrit Achterbergs ‘Jachtopziener’. Die regel lijkt zich steeds weer aan duiding te onttrekken: ‘We vragen ons af – zonder er bij na te denken, in het tempo waarin we lezen – waarom de jachtopziener niet gewoon verder telt, hoewel er natuurlijk altijd één meer blijft – en ook meteen tijdens het lezen al realiseren we ons dat er misschien iets heel anders staat of zou moeten staan, wat precies weten we niet, het lijkt wel Zeno en de slak […].’ Hier heeft de slak echter wel zijn slijmspoor door het oeuvre getrokken: in Komrij’s canon in 100 gedichten (2008) is de tekst over Achterberg opnieuw afgedrukt en is de slak nog steeds een slak, en geen schildpad, ook niet met vraagteken.

Zeno en de schildpad, die ervaring heeft wellicht ook de dappere samensteller van de lijst met bibliofiele uitgaven van Komrij voor diens Wikipedia-lemma gehad. De lijst bevat maar liefst 83 titels, maar nog steeds is de eindstreep niet bereikt, zo meldt de internetencyclopedist enigszins terneergeslagen: ‘Van Gerrit Komrij bestaan dermate veel bibliofiele uitgaven, dat een aparte bibliografie van deze publicaties wenselijk is.’ Werk aan de winkel dus voor de bibliografen. Tenzij Komrij privé wel nauwkeurig heeft gearchiveerd wat er van zijn werk allemaal is herdrukt en herzien. Misschien staan er in het prachtige huis in Villa Pouca da Beira nog een paar chique/sjieke archiefdozen.

Marc van Zoggel

2 reacties op “Gerrit Komrij en de eindstreep”

  1. [...] van Zoggel, ‘Gerrit Komrij en de eindstreep‘. Op: Textualscholarship.nl (www.textualscholarship.nl). Juli [...]

  2. [...] van Zoggel schrijft op Textualscholarship.nl over de ruimhartige manier waarop Gerrit Komrij zijn teksten herzag. Na verschijning in druk bleef [...]

Reageer