Onlangs verscheen het derde deel van de Vlaamse Debutenreeks, een interessante serie die snel uitverkochte, niet meer integraal herdrukte en dus moeilijk verkrijgbare debuutbundels weer op de markt brengt.

Na Claus’ Kleine reeks (1947)[1] en De moerbeitoppen ruischten (1943) van Anton Van Wilderode[2] was nu de beurt aan Germinal (1937), het debuut van de Vlaamse dichter en  vertaler Bert Decorte.[3]

 

Zelfportret door Bert Decorte in zijn persoonlijke exemplaar van Germinal.

 

Nu zijn er meer onvindbare (of onbetaalbare, zoals bij Claus) debuutbundels verschenen, maar niemand zal willen beweren dat al deze bundels een wetenschappelijke uitgave verdienen. Voor de editie van Germinal (bezorgd door Femke Vandevelde en Edward Vanhoutte) waren goede redenen: het boek kreeg al snel na verschijning een cultstatus, onder meer door toedoen van de invloedrijke criticus Marnix Gijsen, die Decorte ‘het eerste wonderkind’ sinds Paul van Ostaijen noemde. Bovendien speelde de voorpublicatie van het gedicht ‘Ruiter’ een belangrijke rol in dè literair-historische ruzie van het Interbellum: het conflict tussen de Vlaamse en de Nederlandse redactie van Forum, dat zou resulteren in de opheffing van het tijdschrift eind 1935.

Gaandeweg de Debutenreeks lijkt zich een vast stramien te hebben ontwikkeld. Werd de Clauseditie (2005) nog getypeerd als ‘facsimile varianteneditie’, de beide volgende delen (2010 en 2012) staan te boek als ‘documentaire varianteneditie’ en hebben een vergelijkbare, helder uiteengezette opzet.  Anders dan de term ‘documentaire varianteneditie’ suggereert, bevat de uitgave van Germinal niet alleen de gebruikelijke, feitelijke onderdelen (teksten, bronbeschrijvingen en variantenapparaat), maar ook een hoofdstuk waarin de omstandigheden van de genese, de publicatie en de receptie gedocumenteerd èn geduid worden, plus twee interpretatieve essays (van Elke Brems en Dirk De Geest) over de poëtica en de ontwikkeling van Bert Decorte. De combinatie van documentatie en interpretatie is doeltreffend, zeker voor een ‘vergeten’ debuut als Germinal, dat veel lezers niet onmiddellijk zal aanspreken. De gedichten – kern van de editie – worden zo voorzien van een steeds ruimere context, met een toenemend interpretatief gehalte, waardoor meer lezers het belang van Decortes werk zullen inzien.

De drukgeschiedenis van Germinal bestrijkt ruim zeventig jaar. In 1935-1937 verschenen voorpublicaties van enkele gedichten in vier tijdschriften, een letterkundig jaarboek en een brochure. Na publicatie van de eerste druk (1937) werden gedichten herdrukt in verzamelbundels (1946 en 1974) en in bloemlezingen (1964, 1991 en 2007). Verder zijn er nog enkele handschriftelijke bronnen bewaard gebleven (wel beschreven, maar helaas niet verwerkt in het variantenapparaat), voornamelijk nethandschriften, maar ook enkele ongedateerde aanzetten voor het gedicht ‘Dode vuren’.

 

Aanzetten voor het gedicht ‘Dode vuren’.

 

Het variantenapparaat (dat in combinatie met het tekstdeel moet worden gelezen) laat zien dat Decorte voornamelijk hoofdletters en leestekens heeft toegevoegd, woordvarianten komen nauwelijks voor.

 

Fragment van het gedicht ‘Ruiter’.


Gedeelten van het variantenapparaat van het gedicht ‘Ruiter’.

 

Dat roept de vraag op of het wel zinvol is al deze wijzigingen nauwgezet op te sporen en te presenteren. Mogelijk hebben de editeurs niet willen afwijken van het format van de reeks, maar dat zou toch ondergeschikt moeten zijn aan inhoudelijke overwegingen.

Behalve versinterne varianten heeft Decorte ook compositievarianten aangebracht. De debuutbundel bevat drie afdelingen (of gedichtencycli , met overkoepelende titels): ‘Nachten’, ‘Vespers’ en  ‘Zwanger schip’. De eerste verzamelbundel (1946) kent vijf afdelingen, met deels dezelfde, deels andere titels. Er zijn gedichten verdwenen, er is een nieuw gedicht bijgekomen en gedichten hebben geruild van plaats. In de tweede verzamelbundel (1974) is dit proces voortgezet. De bemoeienissen van Decorte door de jaren heen met de volgorde en samenhang van zijn verzen wekken de indruk dat het hem niet alleen om de afzonderlijke gedichten te doen was, maar ook om de relaties daartussen. Onderzoek naar die verbanden kan tot nieuwe interpretatieve inzichten leiden en dat geldt des te meer wanneer de gedichten in de loop van de tijd in wisselende samenstellingen worden gepresenteerd. Het is dan ook terecht dat de editie van Germinal aandacht aan de compositievarianten besteedt. De wijze waarop had echter duidelijker gekund. Er is weliswaar een overzichtelijk schema van ‘Gebundelde gedichten’ (dl. 2, p. 42), maar dat verschaft alleen informatie over de volgorde van de gedichten in de verzamelbundels. Informatie over de samenhang (zoals het aantal, de titels en de inhoud van de afdelingen uit de verzamelbundels) moet men zoeken in de afzonderlijke bronbeschrijvingen (dl. 2, p. 33-34) en vervolgens moet men schema en losse gegevens zelf tot een overzichtelijk geheel zien samen te voegen.

Is Germinal Decortes debuutbundel, de voorpublicatie in juni 1935 van het gedicht ‘Ruiter’  (toen nog ‘De Ruiters’ geheten) in Forum, wordt algemeen gezien als Decortes  ‘echte’ poëtisch debuut. Forum kende op dat moment twee redacties, een Noord- en een Zuid-Nederlandse. Decortes gedicht – gepubliceerd in het Vlaamse deel van het tijdschrift, onder verantwoordelijkheid van de Vlaamse redactie – werd onderdeel van de al langer spelende ‘polemiek over “roes” versus “intellect” in de poëzie’[4], waarbij Zuid de ‘roes ‘en Noord het ‘intellect’ voorstond. Gerard Walschap, een van de Vlaamse redacteuren, bracht de onenigheid in de eerstvolgende aflevering naar buiten. En dit lokte weer een reactie uit van de voormalige Nederlandse redacteur Du Perron, die ‘De Ruiters’ een pastiche van Rimbauds ‘Bateau Ivre’ noemde. In de editie wordt de kwestie uitvoerig uit de doeken gedaan, op uiteenlopende, elkaar aanvullende, manieren. In het documentaire deel zijn – als onderdeel van de contemporaine receptiegeschiedenis – de stukken van Walschap en Du Perron integraal afgedrukt. Het hoofdstuk ‘Documentatie’ beschrijft de gang van zaken in een mengvorm van feiten, citaten en duiding. Elke Brems ten slotte onderwerpt in haar essay over de ontwikkeling van Decorte als dichter, vertaler en bloemlezer ‘De Ruiters’ aan een gedegen analyse om te kunnen bepalen in hoeverre Du Perrons verwijt van plagiaat hout sneed. Dit alles tezamen is niet alleen van belang voor een beter begrip van het gedicht, maar vult ook een lacune in de geschiedschrijving van Forum. Door een gebrek aan contemporaine bronnen was er over de gang van zaken in de beide redacties niet veel bekend. [5] Dankzij deze editie is een van de incidenten verantwoordelijk voor de oplopende spanningen tussen Noord en Zuid nu uitvoerig gedocumenteerd en beschreven.

De edities in de Debutenreeks richten zich op een breed publiek: poëzielezers, liefhebbers (in dit geval van het werk van Decorte) en literatuurwetenschappers. Een editie voor lezers en gebruikers dus, groepen die elkaar voor een deel overlappen, maar voor een deel ook uiteenlopende behoeften hebben. Het is een bekend probleem voor editeurs. Enerzijds wil iemand natuurlijk een zo breed mogelijk publiek bereiken, anderzijds is er het risico dat er een hybride product ontstaat met  te veel (voor lezers) èn te weinig (voor onderzoekers) informatie. Met zijn mix van documentatie en interpretatie bedient de editie van Germinal naast onderzoekers zeker ook de lezers, maar die moeten zich niet laten afschrikken door schema’s, bibliografische beschrijvingen en variantenapparaat. Een ‘combi-editie’ zou dit probleem ondervangen: een papieren uitgave (verzen en commentaren) voor lezers en voor onderzoekers daarnaast nog de wetenschappelijk-documentaire onderbouwing online. Hiermee zou ook een ander probleem zijn opgelost, namelijk dat de Decortes nalatenschap in het familiearchief en mogelijk relevante documenten in het Letterenhuis (Antwerpen)  nog niet volledig geïnventariseerd en dus moeilijk toegankelijk zijn.  [6] Mochten er nog belangrijke documenten boven water komen, dan zou men die zonder veel problemen kunnen toevoegen. Maar ook in zijn huidige vorm zal de editie van Germinal zijn weg wel vinden: Vandevelde en Vanhoutte hebben, samen met Brems en De Geest, een debuut dat in de jaren dertig veel ophef heeft veroorzaakt op  overtuigende wijze weer tot leven gewekt.

 

Annemarie Kets



[1] Hugo Claus, Kleine reeks. Gedichten. Facsimile varianteneditie door Edward Vanhoutte. Met bijdragen van Dirk De Geest, Jean Weisgerber en Georges Wildemeersch. Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, Gent 2005. Literaire tekstedities en bibliografieën 10.

[2] Anton van Wilderode,  De moerbeitoppen ruischten. Documentaire varianteneditie met een kroniek van de genese door Edward Vanhoutte. Met essays van Hugo Brems, Maarten De Pourq en Carl De Strycker en een voorwoord van Herman Van Rompuy. Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, Gent 2010. Literaire tekstedities en bibliografieën 18.

[3] Bert Decorte, Germinal. Documentaire varianteneditie door Femke Vandevelde en Edward Vanhoutte. Met essays van Elke Brems en Dirk De Geest en een voorwoord van Hubert van Herreweghen. Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, Gent 2012. Literaire tekstedities en bibliografieën 20. 2 dln.

[4] Bert Decorte, Germinal. Documentaire varianteneditie, deel 2, p. 205.

[5] Zie Willem Mooijman, Forum, brieven, citaten, dokumenten en knipsels (met een inleiding van L. Mosheuvel). ’s-Gravenhage-Rotterdam, 1969, p. 15.

[6] Bert Decorte, Germinal. Documentaire varianteneditie, deel 2, p. 15.

2 reacties op “Nieuwe editie in de Vlaamse Debutenreeks”

  1. [...] Annemarie Kets, ‘Nieuwe editie in de Vlaamse Debutenreeks.’ Gepubliceerd op: http://www.textualscholarship.nl/?p=11072. [...]

  2. [...] Lees verder op textualscholarship.nl [...]

Reageer