Tal van Nederlanders hebben blijkens de kijkcijfers genoten van de “sportzomer” met het Europees Kampioenschap voetbal, Wimbledon, de Tour de France en de Olympische Spelen. Dat geeft aan dat er in Nederland een grote passieve belangstelling voor sport bestaat. Alleen is deze wel vluchtig van aard. De aandacht van de kijkers richt zich vervolgens op andere sportieve evenementen, zoals de nationale voetbalcompetitie. Dat is jammer, want uit sportbeoefening in het heden en het verleden vallen veel interessante zaken af te leiden.

Het Huygens Instituut voor Nederlandse Geschiedenis in Den Haag probeert de belangstelling voor sport langer te binden door de digitale databank Sportbonden, sportclubs en sportperiodieken in Nederland tot 1940. Deze databank bevat de namen en nadere gegevens van ruim 15.000 bonden en clubs die op het gebied van gymnastiek, hockey, korfbal, schaken, tennis en voetbal in Nederland actief waren tot 1940. Zij laat niet alleen het ontstaan en de ontwikkeling van de bonden en clubs in deze zes takken van sport zien, maar brengt de gebruiker ook op het spoor van allerlei sportbladen, waar tal van gegevens voor sporthistorisch, cultureel, sociaal-economisch én genealogisch onderzoek zijn terug te vinden. Om een voorbeeld van deze onbekende rijkdom te geven, richten wij ons hier op het vrouwenhockey als eerbetoon voor het Nederlands vrouwenteam, dat op de Olympische Spelen in Londen de gouden medaille behaalde.

Op 8 oktober 1898 werd de Nederlandsche Hockey en Bandybond opgericht in hotel Krasnapolsky in Amsterdam. Deze bond vertegenwoordigde op dat moment een handjevol clubs, die voornamelijk in het westen van het land waren gevestigd. De meeste clubs stonden open voor mannen én vrouwen, maar er waren ook specifieke damesclubs.  Uit de Sportkroniek van 8 februari 1906 valt op te maken, dat hockey onder vrouwen nog niet algemeen bekend was, want dit toonaangevende sportblad gaf Eenige wenken voor aanstaande hockey-speelsters met de volgende aanhef:

Het oude vooroordeel tegenover het meisje, dat hockey speelt, neemt gaandeweg af en wel voornamelijk om reden, dat zij zich niet langer meer zooals vroeger, hetzij winter of zomer, in korte rok beweegt, en zich aanstelt alsof zij niet van het veld is af te slaan. En tot het echte soort van de hockey-speelsters behoort diegene, die met al haar verstand en geest en ziel speelt, wanneer zij op het veld is, maar die zich kleedt en zich gedraagt evenals alle andere meisjes, wanneer zij dat veld verlaten heeft, en over ieder ander onderwerp kan medepraten.

Het artikel gaf informatie over het aanmelden bij een hockeyclub en de stok, maar vond het evenzeer nog nodig om als afsluiting kledingadviezen aan de hockeyster in spe te geven:

Een eerste vereischte, evenals bij alle andere krachtvorderende spelen, is: gedurende het spel dun gekleed te zijn, maar daarentegen warm, wanneer het spel is afgeloopen. De onderkleeding moet van wol zijn, het liefst flanel. Gij moet welgevormde knicker-boxers dragen van dezelfde stof en dezelfde kleur als uw rok; en deze laatste moet ook wel gefatsoeneerd zijn, in de puntjes afhangen, en moet in het front genoegzaam gegeerd zijn, om het plooien boven de knieën te voorkomen. En bij wat gij ook doet, laat hij nooit in den rug trekken. Rok en blouse moeten gewasschen kunnen worden en zijn gewoonlijk of van serge, of van een onkrimpbaar wollen fabricaat. Gij hebt ten slotte een dikke jersey noodig en een warme jas of mantel, om die aan te trekken wanneer het spel is geëindigd.

Op 16 oktober 1911 werd de Nederlandsche Dames Hockey Bond opgericht op initiatief van mevrouw H.A. Tromp.

 

Zij werd tevens de eerste presidente van de bond, die in de volgende jaren de verspreiding van het hockey onder het vrouwelijk gedeelte van de bevolking flink ter hand nam.

In 1941 moest de damesbond onder druk van de Duitse bezetters opgaan in de Nederlandsche Hockeybond. Deze fusie werd binnen de hockeywereld ook geaccepteerd, want de meeste hockeyverenigingen waren altijd al gemengde (mixed) clubs; het aantal échte dameshockeyclubs was  steeds beperkt geweest. Het was dan ook logisch dat één bond alle hockeysters en hockeyers onder zijn hoede nam. De later weer Koninklijke Nederlandsche Hockeybond heeft zich vanaf 1941 altijd ingezet voor het vrouwenhockey en met internationaal succes, zoals in Londen nog eens duidelijk werd. Maar de vrouwen spelen inmiddels niet meer in serge of wollen kleding.

Michel van Gent

Een reactie op “Eenige wenken voor aanstaande hockey-speelsters”

Reageer