Woensdagavond 26 september vond de laatste lezing in de Spui 25-reeks over de Toekomst van het Boek plaats. De lezingen hadden als hoofddoel de implicaties voor de boekenwereld van de voortschrijdende digitalisering in kaart te brengen. Ze belichtten zowel de economische als de technologische en sociale kant: sprekers afkomstig uit alle hoeken van de boekenwereld kwamen aan het woord en discussieerden over de posities van bibliotheken, uitgeverijen en boekhandels. Ook aan ‘de lezer’ werd niet voorbijgegaan: schuilde er enige waarheid in de veelgehoorde stelling dat deze zou ‘verdrinken in een zee van informatie’?

Altijd even vernieuwend kon je de lezingen niet noemen. De genodigden leken te zijn gevraagd vanuit een vaste formule: de grote speler, de kleine sympathieke speler, de vernieuwer, de expert en een moderator wiens rol het was om met pittige vragen de discussie scherp te houden. Vaak vervielen de sprekers in gemeenplaatsen en ondanks de ‘pittige moderator’ waren ze het over het algemeen altijd met elkaar eens. Zo woonde ik de derde lezing bij, Het wetenschappelijke boek in een digitale wereld: winst en verlies. Ondanks de aanwezigheid van zowel commerciële als academische uitgevers, was er verrassend weinig verschil tussen hun uitspraken: ja, de markt veranderde. Nee, het was nog niet mogelijk te voorspellen wat de gevolgen zouden zijn. Het huidige copyrightmodel was inderdaad wat ouderwets, maar we moesten ook niet vergeten dat ze een bedrijf waren en er winst gemaakt moest worden. A man’s gotta eat, nietwaar? Zelf actief mee veranderen? Liever niet. We wachten wel af wat de concurrentie doet. Aan het eind van de avond werd opnieuw de bekende conclusie getrokken: het is nog te vroeg om voorspellingen te doen over de toekomst van het traditionele boek, maar laten we vooral ‘scherp blijven’ op ‘nieuwe ontwikkelingen’. Het zou me weinig verbazen als, met enige aanpassingen in het idioom, dezelfde soort dingen zijn gezegd over bibliotheken, boekhandels en ‘de lezer’. Het publiek keerde huiswaarts met het idee niet veel wijzer te zijn geworden.

Nu alle ‘vertegenwoordigers van de keten’ hun zegje hadden gedaan, waren we aan het eind van de reeks gekomen. Voor de afsluitende lezing had de organisatie van Spui 25 niet de minste spreker uitgenodigd: het was aan de Amerikaanse cultuurhistoricus Robert Darnton om het hek te sluiten. De populariteit van deze duizendpoot, die naast historicus ook professor en directeur van de Harvard University Library is en regelmatig voor de New York Review of Books schrijft, bleek uit het groot aantal aanmeldingen. In plaats van het gebruikelijke zaaltje van Spui 25 vond de lezing plaats in een afgeladen Singelkerk. René van Stipriaan, hoofdredacteur van de DBNL, sprak ter inleiding enkele lovende woorden en trad later op de avond op als moderator. Hierna nam Darnton plaats voor het preekstoelgedeelte, een moderne predikant van de Republiek der Letteren.

Onlangs publiceerde de Groene Amsterdammer een vertaling van zijn “The New Age of the Book” (vertaald als “Op weg naar de e-monografie”, de Groene Amsterdammer, 13 september 2012, red.).  Hierin kaartte Darnton een kwestie aan die ook al werd genoemd tijdens eerdere lezingen in Spui 25: de exorbitant hoge prijs van academische tijdschriften. Bibliotheken kunnen het lidmaatschapgeld niet meer opbrengen en moeten bezuinigen op de aankoop van monografieën. Ook op de budgetten van academische uitgeverijen wordt zwaar gekort. Vooral jonge, beginnende wetenschappers hebben hieronder te lijden: het wordt steeds moeilijker hun werk te publiceren, terwijl dat vaak een voorwaarde voor een wetenschappelijke carrière is. Het lijkt met name de marktwerking te zijn die ten grondslag ligt aan deze crisis. De huidige stand van zaken is al vaker onhoudbaar genoemd, maar uit de uitspraken van uitgevers op eerder genoemde Spuilezing valt af te leiden dat we op korte termijn weinig kunnen verwachten van de veranderingen die herhaaldelijk als ‘noodzakelijk’ worden bestempeld.

Door toedoen van bovenstaande ontwikkelingen, tezamen met de stijgende verkoop van e-books en de niet-aflatende digitalisering door Google, heeft het traditionele boek de status ‘met uitsterven bedreigd’ gekregen. Dat Darnton’s artikel al in 1999 is gepubliceerd in de New York Review of Books [1]  en er sindsdien blijkbaar geen noemenswaardige veranderingen zijn opgetreden, waardoor het nog steeds actueel is, stemt weinig hoopvol.

Robert Darnton heeft, zowel in hoedanigheid van historicus en professor als directeur van een universiteitsbibliotheek, als geen ander te maken met deze problematiek. Desalniettemin blijkt hij in staat om een indrukwekkend idealisme aan de dag te leggen. Tijdens zijn lezing excuseert hij zich meermalen voor zijn ‘Amerikaans optimisme’, om vervolgens onverminderd enthousiast door te gaan met het beschrijven van zijn ideaal. Want hij denkt, hoopt, een oplossing te hebben gevonden.

Het boek is niet dood, stelt hij, bij lange na niet. Zeker, de technologische ontwikkelingen vereisen dat het zich aanpast. Daarbij zullen echter weinig eigenschappen verloren gaan. Integendeel, het digitale wetenschappelijk boek, de e-monografie in Darnton’s woorden, kan een stuk rijker zijn dan zijn papieren tegenhanger. Wat hij vervolgens omschrijft zal mening wetenschapper van het Huygens ING bekend in de oren klinken: “Een ‘e-dissertatie’ kan vrijwel onbeperkte aanhangsels en databases omvatten. Ze kan aan andere publicaties worden gelinkt, op een manier die lezers in staat stelt nieuwe routes te zoeken door oud materiaal.” Hij roemt het verrijken van tekst, het opbouwen van een e-book in meerdere lagen, die elk een eigen soort informatie bieden, waarna het aan de lezer is om hier naar wens doorheen te navigeren. Het klinkt inderdaad erg mooi. Maar ondanks zijn bevlogen woorden, is dit voor de meeste dissertaties voorlopig een onhaalbaar ideaal: “[…] als die technische problemen eenmaal zijn opgelost, kan ze op een goedkope manier worden geproduceerd en gedistribueerd […]. Uiteraard zijn de problemen van dit soort elektronisch uitgeven gigantisch.”

Op het eerste gezicht lijkt Darnton in herhaling te vallen. Het zijn woorden die we al vaker hebben gehoord en nog vaker zullen horen. Er is een oplossing mogelijk, maar die is nog onduidelijk en ver weg. Wat desondanks hoopvol stemt, is dat hij niet slechts al klagend en profeterend achteroverleunt. Inderdaad, hij heeft geen oplossing klaarliggen voor de problemen van elektronisch uitgeven. Maar er is een ander probleem, dat hij reeds in 2008 signaleerde, waar hij zich op heeft gestort. Hierover spreekt hij vanavond, gedurende een dik uur en vol enthousiasme.

De utopie van het internet, dat informatie (en dus kennis) voor iedereen beschikbaar is, past in de idealen van de Verlichtingsfilosofen. Toen Google begon met zijn ambitieuze Google Book Search project, verleenden universiteiten dan ook graag hun medewerking en stelden hun collecties gratis beschikbaar. Nadat uitgevers, bang om hun bron van inkomsten te verliezen, een rechtszaak tegen Google aansponnen, dreigden ze echter duur te moeten betalen voor deze bereidwilligheid. Volgens een initiële schikking tussen Google en de uitgevers zouden universiteiten moeten betalen voor het digitaal mogen inzien van hun eigen collecties. De rechter accepteerde deze schikking uiteindelijk niet, waardoor het Google Book Search project nu is vastgelopen. In Darnton’s woorden: dood. Google digitaliseert vrolijk verder, maar daar blijft het bij. De ambitie om een commerciële digitale bibliotheek te creëren, hebben ze laten varen. Het is bekend dat ze zich richten op kwantiteit, niet op kwaliteit: slordige scans, weinig tot geen metadata, ontbrekende delen, foutieve categorisering… De lijst is lang. Toch wordt Google Books veelvuldig gebruikt en zijn er nog steeds instituten die hun medewerking verlenen, bij gebrek aan een beter alternatief.

Darnton weigerde deze situatie klakkeloos te accepteren. Vanuit Harvard University heeft hij een project opgezet dat de lagune achtergelaten door Google Book Search moet opvullen: de Digital Public Library of America (DPLA). Een nationale digitale bibliotheek, voor iedereen toegankelijk. Een mooi ideaal, maar is het ook uit te voeren?

René van Stipriaan stelde de vraag die door ieders hoofd ging en Darnton knikte instemmend. Uiteraard, Google beconcurreren is onmogelijk, ze hebben een ongeëvenaarde hoeveelheid aan kennis en –niet in de laatste plaats- geld. Dit is echter niet de opzet van de DPLA. Google aanvullen daarentegen, is wel realistisch. De DPLA sprint in daar waar Google steken heeft laten vallen. Op hun website [3] is het volledige projectplan in heldere bewoordingen te lezen. Enkele steekwoorden: een onafhankelijke, transparantie organisatie, deels gefinancierd door private instellingen; open source code en software, publieke participatie (wiki’s), hoogwaardige kwaliteit van zowel scans als metadata; stimuleren en faciliteren van kleinschalige digitaliseringprojecten.

Darnton waakt ervoor om zijn project te mooi -“too grand”- te doen klinken. Hij vermijdt ook bewust omschrijvingen als “de moeder van alle bibliotheken”: het is niet de bedoeling dat de DPLA een overkoepelende megabibliotheek wordt. Het idee dat aan dit project ten grondslag ligt, is om het potentieel van het Internet te realiseren: het ontsluiten van informatie op nieuwe manieren en het inzetten van de technologie om nieuwe kennis en ontdekkingen mogelijk te maken. Misschien klinkt het nu nog als een utopie, maar dat zal niet lang meer duren. Hoewel er genoeg hindernissen zijn (met als voornaamste copyright en financiering) wordt de DPLA op 18 april 2013 officieel gelanceerd. Met als eerste publicatie de volledige werken van Amerika’s lievelingsdichteres, Emily Dickinson.

De toekomst zal uitwijzen hoe dit zich ontwikkelt en of de DPLA kan worden wat Darnton hoopt. Maar het is verfrissend om te zien dat het in deze onzekere tijden niet slechts bij woorden hoeft te blijven.

Elli Bleeker

1. Darnton, R., “The New Age of the Book”, in: ‘The New York Review of Books’ (18 maart 1999). Zie: http://www.nybooks.com/articles/archives/1999/mar/18/the-new-age-of-the-book/

2. De quotes zijn afkomstig uit: Darnton, R., “Op weg naar de e-monografie”, vertaald door Menno Grootveld, in ‘De Groene Amsterdammer’ (13 september 2012). Zie: http://www.spui25.nl/binaries/content/assets/projectsites/spui25/map-1/robert-darnton.pdf

3. Zie http://dp.la

Reageer