Het dichterlijk tafereel der stad Leyden, in den avond en nacht van den 12n van Louwmaand 1807, door Mr. R.H. Arntzenius, aan een’ oud’ Liefhebber der Dichtkunst voorgelezen van Bilderdijk is uitgegeven, ingeleid en toegelicht door M. van Hattum. Gert-Jan Johannes recenseert het commentaar van Van Hattem op de gedichten en het commentaar van Bilderdijk voor textualscholarship.nl.

Een van de indrukwekkendste knaleffecten uit de Nederlandse geschiedenis is wel de buskruitramp te Leiden in 1807. Op 12 januari ontplofte daar een kruitschip midden in de stad. Honderden huizen werden verwoest en er vielen ruim 150 doden en 2000 gewonden, waaronder diverse kopstukken uit de academische wereld.

Deze rampzalige gebeurtenis is van alle kanten belicht in Het fataal evenement, een bundel onder redactie van A. Ponsen en E. van der Vlist, verschenen in het herdenkingsjaar 2007. Daarin ook aandacht voor de vele verhalen en gedichten die naar aanleiding van de ramp verschenen; vaak was de opbrengst van zulke publicaties bestemd voor hulp aan de slachtoffers.

Bekend geworden is een staaltje van letterkundige samenwerking van Willem Bilderdijk, de beroemdste dichter van zijn tijd, en de later door hem zo verafschuwde hoogleraar Matthijs Siegenbeek. De laatste schetste in een ‘Historisch tafereel’ in proza de gebeurtenissen zelf, en Bilderdijk gaf zijn dichterlijke impressies van de tragedie. Het resultaat was Leydens ramp, verlucht met fraaie gravures door Reynier Vinkeles en verschenen in 1808. In hetzelfde jaar publiceerde Bilderdijk een veel korter gedicht over de ramp, Leyden in verwoesting. Vele jaren later volgde nog een vers ter gelegenheid van de herdenking op 12 januari 1824: Aan Leyden, op den twaalfden van Loumaand.

De hier besproken teksteditie, verzorgd door M. van Hattum, biedt de tekst van de genoemde drie rampgedichten van Bilderdijk. Centraal staat echter een vierde, niet eerder in druk uitgegeven gedicht van hem: Het dichterlijk tafereel der stad Leyden. Het is een hoogst merkwaardig stuk poëzie. Bilderdijk geeft hierin de gehele tekst weer van een gelijknamig rampgedicht dat gepubliceerd werd door zijn minder bekende en begaafde collega-dichter Robert Hendrik Arntzenius. Vervolgens levert hij, per strofe van het oorspronkelijke vers en eveneens in dichtvorm, een uiterst kritisch commentaar op Arntzenius’ denkbeelden, zijn taalgebruik en zijn verstechnische tekortkomingen. Persiflage, satire, parodie, schimpdicht, filologische tekstkritiek op rijm – Bilderdijks Dichterlijk tafereel vormt een combinatie van dit alles. Erg kies en smaakvol is het niet, gezien de treurige aanleiding en de goede bedoelingen van Arntzenius. De dichter Tollens keurde het vers dan ook af, maar hij was toch niet te beroerd om diverse kopieën te vervaardigen, die hij aan anderen liet lezen. En hij was zeker niet de enige. Nicolaas Beets hoorde uit zo’n afschrift voorlezen en vond het de geestigste en leerzaamste satire die hij kende. Die waardering lijkt wat overdreven, maar het gedicht bevat veel interessante observaties en is hier en daar inderdaad behoorlijk geestig.

Al met al bevat deze teksteditie dus vijf teksten: het gedicht van Arntzenius (naar de eerste druk, met varianten uit de tweede druk), het commentaar in dichtvorm van Bilderdijk (naar het handschrift), en Bilderdijks drie andere rampgedichten. Het geheel is uitgegeven en van commentaar voorzien met de van Bilderdijkexpert M. van Hattum bekende deskundigheid en zorgvuldigheid. Voor de liefhebbers van Bilderdijks werk valt hier weer veel te genieten. Anderen zullen er misschien aanstoot aan nemen dat de editeur hier als vanouds wel zeer ver gaat in het leveren van commentaar en toelichtingen op de meest uiteenlopende aspecten van de tekst. Zoals hij zelf opmerkt: ‘Een filoloog wordt ongaarne in zijn annotatie van oude en moeilijke teksten beperkt.’ Het aardige van deze benadering is wel, dat er in deze bundel soms een fraai Droste-effect ontstaat. Het kritisch en gedetailleerd commentaar van Bilderdijk op Arntzenius wordt hier aangevuld met kritisch en gedetailleerd commentaar van Van Hattum op het commentaar en de gedichten van Bilderdijk zelf. Op die manier demonstreert Van Hattum zijn stelling dat Bilderdijks eigen gedichten over de ramp lang niet altijd beter zijn dan die van zijn slachtoffer: ‘Het klinkt meestal goed, maar leg je de tekst onder de loep, dan lees je vaak regelrechte onzin.’ Ik zou dit niet graag tegenspreken, maar ik ben daarom niet minder blij met deze aanvulling op de Bilderdijk-bibliotheek.

Gert-Jan Johannes

W. Bilderdijk, Het dichterlijk tafereel der stad Leyden, in den avond en nacht van den 12n van Louwmaand 1807, door Mr. R.H. Arntzenius, aan een’ oud’ Liefhebber der Dichtkunst voorgelezen. Uitgegeven, ingeleid en toegelicht door M. van Hattum. Amstelveen (EON Pers) 2012. ISBN 978 90 77246 50 4. 205 blz.

Reageer