Tien jaar geleden kon je als historicus denken dat het maken van historische bronnenuitgaven werk was waarvoor collega’s zich jarenlang in studiezaal of werkkamer terugtrokken om daaruit te voorschijn te komen met een dikke turf documenten, getranscribeerd en geannoteerd volgens decennia geleden vastgestelde regels. De opkomst van digitale geesteswetenschappen echter heeft het uitgeven van historische documenten teruggebracht aan het front van de geschiedwetenschap. Dat bleek bij het congres van de European Society for Textual Scholarship in Amsterdam op 22-24 november 2012.

Bij de eerste lezing twitterde deelnemer Elena Pierazzo: “First keynote at #ests2012 is on D[igital] H[umanities] and scholarly editions: and I was so proud to [be] at my 1st non-D[igital] H[umanities] conference in ages! We are taking over!” Maar uit de lezingen op het congres bleek het omgekeerde. De digitale geesteswetenschappen hebben niet het uitgeven van historische bronnen overgenomen, maar de bronnenuitgevers hebben de digitale mogelijkheden enthousiast omarmd. Nogal wat van de lezingen bestonden uit de presentatie van een bronnenuitgave die online beschikbaar komt en observaties over de ontwikkeling van die digitale mogelijkheden.

Dat gold bijvoorbeeld voor de lezing van Peter Shillingsburg. Hij presenteerde ‘Woolf online’, een website over Viriginia Woolf. De website biedt een aantal versies van ‘Time Passes’, een centrale passage van Woolfs To the Lighthouse en daarnaast aanvullende documentatie. Van de tekst worden naast een ontwerp, een handschrift, een typoscript, gecorrigeerde drukproeven en vier edities (de eerste Britse en Amerikaanse edities en twee latere) gepresenteerd, steeds zowel in transcriptie als een image van iedere bladzijde. Maar Shillingsburg begon met het uiteenzetten van een aantal principes voor digitale bronnenuitgaven. Daarin liet hij goed uitkomen hoezeer de praktijk van het uitgeven van historische teksten veranderd is doordat we tegenwoordig met een bronuitgave ook images van het origineel ter beschikking stellen.

Dergelijke bijdragen leidden tot fundamentele debatten, in het geval van Shillingsburgs lezing zelfs tot de vraag wat de definitie van een tekst is. Daarvan waren de organisatoren van het congres zich bewust. Ze hadden hun congres “Editing Fundamentals” genoemd, en het gericht op het overbruggen van de verschillen tussen het uitgeven van historische en literaire teksten in onze digitale tijd. Beide disciplines herzien hun editiepraktijken onder invloed van de digitalisering. Er zijn natuurlijk verschillen: historici zullen minder vaak te maken hebben met zo veel relevante en verschillende versies van een tekst als bij ‘Time Passes’, maar op een fundamenteel niveau overheersen de overeenkomsten.

Verschillende sprekers, zoals Karina van Dalen-Oskam, wezen er op dat dankzij digitalisering een editie veel vaker gebruikt wordt door onderzoekers uit verschillende disciplines. Godfried Croenen reageerde daarop bij zijn presentatie van de online versie van de kroniek van Jean Froissart. Van deze kroniek, een directe getuigenis van het eerste deel van de Honderdjarige oorlog, zijn meer dan 150, soms nogal verschillende versies overgeleverd. In de ‘Online Froissart’ zijn op het moment 11 facsimile versies en 113 transcripties beschikbaar. Croenen noemde het doorbreken van disciplinaire grenzen bij edities van historische teksten zelfs een vereiste, maar wees ook op beperkingen, zowel van technische als praktische aard. Zijn editie van Froissart bevat 16.000 pagina’s.

De keuze om zoveel mogelijk verschillende handschriften te vergelijken, legt beperkingen op aan het aantal lagen dat geboden kan worden. Zo is de transcriptie niet volledig bronconform, maar is daarin de interpunctie aangepast om de leesbaarheid van de tekst te verbeteren voor lezers uit de 21e eeuw. Dus is de editie niet bruikbaar voor een onderzoeker die nu juist de interpunctie in de 14e en 15e eeuw wil onderzoeken.

Bij dit congres dienden de tablets en laptops niet alleen om aantekeningen te maken en multitaskend de eigen mail bij te houden, maar waren ze ook een onmisbaar tweede scherm om de besproken online edities en analytische tools te kunnen bekijken. De digitalisering heeft het maken van wetenschappelijke tekstedities op zijn grondvesten doen schudden, maar het vak is duidelijk op weg om uit die fundamentele heroverweging sterker, slagvaardiger en relevanter te voorschijn te komen.

Lex Heerma van Voss, directeur Huygens ING

Een reactie op “ESTS congres: Editing Fundamentals”

  1. [...] Tien jaar geleden kon je als historicus denken dat het maken van historische bronnenuitgaven werk was waarvoor collega’s zich jarenlang in studiezaal of werkkamer terugtrokken om daaruit te voorschijn te komen met een dikke turf documenten, getranscribeerd en geannoteerd volgens decennia geleden vastgestelde regels.De opkomst van digitale geesteswetenschappen echter heeft het uitgeven van historische documenten teruggebracht aan het front van de geschiedwetenschap. Dat bleek bij het congres van de European Society for Textual Scholarship in Amsterdam op 22-24 november 2012.  [...]

Reageer