Ook dit jaar werden op het Wintertuinfestival gedichten omgewerkt tot popnummers door popartiesten uit verscheidene genres en auteurs geïnterviewd. Elske Dorgelo bezocht het festival en schrijft onder andere over Spinvis’ muzikale bewerking van het gedicht ‘De zachte krachten (5)’ van Hans Verhagen en de interviews met Christiaan Weijts en Onno Blom.

Eind november organiseerde literair productiehuis Wintertuin in Nijmegen het Wintertuinfestival rond het thema ‘De kunst van het verzamelen’. Meer dan honderd auteurs, dichters en muzikanten droegen voor uit eigen werk en in totaal kwamen meer dan tweeënhalf duizend bezoekers op het festival af.

 

Op de eerste dag kon men colleges en masterclasses bijwonen op de Radboud Universiteit en tijdens de lunchpauze organiseerde het Algemeen Nijmeegs Studentenblad (ANS) een creatief verzamelpunt, met voordrachten van onder andere de campusdichteres Linda van der Pol.

 

 

Op het poppodium Doornroosje was op vrijdag het uitverkochte onderdeel Poetracks. Dit vaste onderdeel van het Wintertuinfestival draait om het omwerken van gedichten tot popnummers door topartiesten uit verscheidene genres. Dit jaar brachten singer-songwriter Yori Swart, dubstep- en rapformatie Boef en de Gelogeerde Aap, postpunkband Wooden Constructions, stadsdichter van Genk en gitarist van dEUS Mauro Pawlowski en – als afsluiter en toppunt van de avond – Nederlandstalige zanger Spinvis op diverse wijze hun muzikale bewerking van het gedicht ‘De zachte krachten (5)’[Hans Verhagen. Autoriteit van de emotie. Gedichten. Amsterdam, De Bezige Bij, 1992] van Hans Verhagen ten gehore.

 

            De zachte krachten (5)

De man vol zelfafgrijzen hierbeneden, ik,
en in de zengende hitte daarboven het zingende wicht:
The vanishing man, The vanishing man,
z’n parelmoeren nagels gericht op mij alsmaar
alsmaar.

Ik vermager,
Ik vermooi mijzelf, zij verslaapt zich,
verdwaalt,
haar oase vervaagt -
maar in dit vacuüm verlang ik vreselijk naar haar.

Zij verdwijnt helemaal.
Ik verhuis.
Hij blijft bij me.

 

Met name Mauro Pawlowski en Spinvis kregen het literatuurminnende publiek mee. Spinvis’ bewerking van ‘De zachte krachten (5)’ bleef het dichtst bij de tekst, de melancholiek van het gedicht sloot naadloos aan op het stemgeluid van de zanger. Zelfs toen een snaar van zijn gitaar knapte, tijdens het nummer ‘Ik wil alleen maar zwemmen’ ging Spinvis rustig door: ‘Ik hoor haar zingen / Hallelujah Hallelujah / Hé… ik wil niet horen wat de dokter dacht’, werd nonchalant ‘Ik hoor haar zingen / Hallelujah Hallelujah / Hé… mijn snaar is geknapt’. Het leverde Spinvis een daverend applaus op.

 

Op de Nijmeegse Nacht in het Lindenberg Theater, droegen Wim T. Schippers, P.F. Thomése, Tonnus Oosterhoff voor, was de voorpremière van de theatervoorstelling Menuet (naar het boek van Louis Paul Boon) te zien en werd een trio biografen door Jasper Hendersen geïnterviewd onder de titel ‘Tussen feit en fictie’. Onno Blom (Jan Wolkers), Aleid Truijens (F.B. Holtz) en Maaike Meijer (M. Vasalis) gingen met elkaar in gesprek en reageerden op vragen met betrekking tot het schrijven van een biografie. Op zondag werd het festival afgesloten met auteur en writer in residence aan de studie Europese Letterkunde aan de Radboud Universiteit Nijmegen Christiaan Weijts. Hij ging in gesprek met hoogleraar Jos Joosten over zijn nieuwe roman Euforie – een titel die perfect past in de stemming tijdens het festival.

 

 

Het interview werd afgewisseld met door studenten geschreven recensies op de nieuwe roman. ‘Een boek weet altijd meer dan zijn schepper’, aldus Weijts, een uitspraak die weken na het festival de gedachten van aanwezigen in de zaal nog zal zijn bijgebleven. Tot slot ging Weijts in gesprek met architect Kees van der Hoeven, die Weijts tijdens het schrijven van de roman meermaals had geraadpleegd in verband met vele passages in  het boek over architectonische kwesties. De middag werd afgesloten met een live tijdens de middag geschreven gedicht door Johan Roos. ‘Een vlinder herkent de vleugelslag waarmee hij de storm ontketent. / Met die kennis gaan we morgen, schijnbaar achteloos, weer naar de tekentafel.’

In Nijmegen is wederom gebleken dat de letteren leven – vooral de combinatie van literatuur en muziek sloot goed aan  bij de wens van het enthousiaste publiek op het Wintertuinfestival 2012.

Elske Dorgelo 

Reageer