In het najaar van 2013 zal 200 jaar koninkrijk uitgebreid gevierd worden. Met de jaarlijkse themamiddag – dit keer onder de titel 1813 – 2013 200 jaar koninkrijk: de mythe van 1813 – preludeert de Commissie voor Taal en Letterkunde hierop. Vijf sprekers zullen op 22 april vanuit verschillende invalshoeken en disciplines de aanstaande viering, de historische context en mythevorming belichten.

De themabijeenkomst wordt georganiseerd door de Commissie voor Taal- en Letterkunde van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde en zal plaatsvinden op maandag 22 april 2013, 13.30-18.00 uur (Universiteitsbibliotheek Leiden, Zaal Zuidhal, 2e verdieping). De Commissie voor Taal- en Letterkunde van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde: Nelleke Moser, Jan Oosterholt en Marijke van der Wal (organisatoren) nodigen alle belangstellenden uit de middag bij te wonen. Graag een aanmelding van uw komst, vóór 8 april, naar m.j.van.der.wal@hum.leidenuniv.nl.

 

PROGRAMMA 1813 – 2013 200 jaar koninkrijk: de mythe van 1813?
13.30 uur Zaal open
14.00 uur Opening van de themamiddag door Marijke van der Wal (Universiteit Leiden)
1e deel programma voorgezeten door Nelleke Moser (VU Amsterdam)
14.05 – 14.35 uur Henk te Velde (Universiteit Leiden)
1813: geschiedenis van een mythe
14.35 – 15.05 uur Lotte Jensen (Radboud Universiteit Nijmegen)
Nappie, daar ga je! Nederlands verzet tegen Napoleon
15.05 – 15.35 uur Ellen Krol (Karelsuniversiteit Praag)
“Het twistend kroost, dat u verstiet.” Gedichten over Oranjes terugkeer in 1813
15.35 –16.00 uur Pauze
2e deel programma voorgezeten door Jan Oosterholt (Universiteit van Amsterdam)
16.00 – 16.30 uur Frans Grijzenhout (Universiteit van Amsterdam)
Tussen Bull en Boney. De Nederlander in de Europese satire 1780-1820
16.30 – 17.00 uur Janneke Weijermars (Radboud Universiteit Nijmegen & RU Groningen)
‘Nu ’k als Belg herleéf’. De Zuidelijke Nederlanden in de eerste jaren onder Willem I
17.00 – 18.00 Afsluiting en borrel aangeboden aan de deelnemers door het bestuur van de Maatschappij.

 

TOELICHTING
Henk te Velde, 1813: geschiedenis van een mythe
Vanaf het begin is 1813 gepresenteerd als een groot moment in de Nederlandse geschiedenis. Dat gebeurde met zoveel retorisch geweld, dat na enige tijd een reactie niet kon uitblijven. Al aan het einde van de negentiende eeuw ontstond enige gêne over de 1813-retoriek. In de laatste decennia van de twintigste eeuw moest 1813 als funderend moment in de Nederlandse geschiedenis onder historici ook nog eens veel inleveren door de herwaardering van de eraan voorafgaande periode. Na een beschouwing van de herdenkingsgeschiedenis en de historiografie zal ik de vraag stellen wat er van 1813 (en de periode 1813-1815) over is na de mythe.

Lotte Jensen, Nappie, daar ga je! Nederlands verzet tegen Napoleon
Het jaar 1813 wordt vaak als het beginpunt van een nieuwe periode in de Nederlandse geschiedenis beschouwd: na de bevrijding van de Fransen ontstond een ware verheerlijking van het vaderland en kwam het nationalisme tot volle bloei. Dergelijke uitingen van vaderlandsliefde gingen echter terug op een verzetscultuur die al tijdens de Napoleontische overheersing vorm kreeg. Er waren verschillende vormen van theatraal verzet: welke rol speelde het toneel in het verzet tegen de Franse keizer? En in hoeverre speelde de Nederlandse identiteit daarbij een rol?

Ellen Krol, “’Het twistend kroost, dat u verstiet.” Gedichten over Oranjes terugkeer in 1813
De terugkeer van Oranje wordt in 1813 en 1814 uitbundig bezongen door Nederlandse dichters. De verzen van dichters als M. Westerman, H.A. Spandaw, W. Bilderdijk, K.W. Bilderdijk-Schweickhardt, P. Moens, H.H. en B. Klijn en anderen zijn verschenen als gelegenheidsdrukwerk en soms later opgenomen in hun dichtbundels. Hoe voltrok zich de ontvangst van Oranje in dit gelegenheidsdrukwerk in chronologisch opzicht en welke inhoudelijke thema’s bespreken deze gedichten?

Frans Grijzenhout, Tussen Bull en Boney. De Nederlander in de Europese satire 1780-1820
De revolutionaire decennia rond 1800 worden gekenmerkt door een enorme satirische productie, in woord en beeld. In deze dynamische tijden, waarin de machtsverhoudingen permanent wisselden, lijkt desondanks een sterke behoefte te hebben bestaan aan stabiele beelden van al die naties in beroering. Nationale (zelf)beelden en Europese wisselwerkingen staan centraal in deze bijdrage.

Janneke Weijermars, ‘Nu ’k als Belg herleéf’. De Zuidelijke Nederlanden in de eerste jaren onder Willem I
Terwijl Nederland eind november 1813 op het Scheveningse strand zijn nieuwe vorst binnenhaalde en Napoleon door deze feestelijke gebeurtenis naar de achterkamers van het collectieve geheugen werd verdreven, stonden de Zuidelijke Nederlanden nog met twee benen in de Franse Tijd. De Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden werden vervolgens samengevoegd onder deze Oranjevorst Willem I, maar die nieuwe staatkundige constructie voltrok zich zonder dat de Zuid-Nederlanders er erg in hadden. Ze hadden ook wel iets anders aan hun hoofd dan na te denken over een gedeelde toekomst met het Noorden: de Fransen bevonden zich nog op Zuid-Nederlandse bodem en lieten er een spoor van verwoesting achter. Pas op 5 mei 1814 viel Antwerpen als laatste stad. In de eerste jaren van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden doet koning Willem I verwoede pogingen het Zuiden voor zijn rijk warm te laten lopen, terwijl de zuiderlingen hun wonden likken en fantaseren over de terugkeer van hun Belgische volksaard. De Zuid-Nederlandse literatuur uit deze periode laat zien dat de neuzen in Willems koninkrijk allerminst dezelfde kant opstaan.

Reageer