Gerrit Paape (1752-1803) was ooit een landelijke beroemdheid. Hij zette zijn scherpe, maar vrolijke pen graag in voor de zaak van patriotten en Bataven. Daarvoor verliet hij zijn werk als plateelbakker in de kwijnende Delftse industrie. In 1787, toen Willem V het heft weer in handen kreeg, vluchtte Paape naar Frankrijk. Hij bleef boeken en gedichten de wereld in sturen, ook na zijn terugkeer in Nederland in 1795. Van de politieke beloning voor zijn inzet, een  – mislukt -  raadsheerschap in het Hof van Friesland en daarna een baan als ambtenaar bij het Agentschap voor Nationale Opvoeding in 1798, heeft hij niet lang meer mogen genieten.

Na zijn dood wachtte Paape de vergetelheid. Zou een biografie van ruim achthonderd bladzijden daar verandering in kunnen brengen? Paape zelf onderscheidde zich juist door zijn bondigheid! Niettemin heeft Peter Altena veel goeds verricht met zijn uitgebreide en zorgvuldige werk. Daardoor wordt Gerrit Paape zichtbaar in de verwevenheid met zijn tijd. Het gaat Altena, een neerlandicus, terecht niet alleen om de auteur met zijn grote productie, maar ook om de rol van zijn held in het Delftse patriotisme en als ijverig propagandist en organisator. Bewust spreekt Altena dan ook van Paapes ‘levens’, uiteraard niet nà elkaar zoals bij de kat, maar naast en door elkaar heen.

Paape schreef niet alleen gedichten, romans en blijspelen, maar ook een autobiografie en allerlei politieke geschriften. De meeste indruk heeft hij gemaakt met zijn satirische en harde aanpak van politieke tegenstanders en soms van zichzelf. Hij had kennelijk geen moeite zich inhoudelijk aan te passen aan de omstandigheden. Dat verleidt Altena tot een merkwaardige apologie: ‘Wie in een zo veranderlijke wereld altijd zichzelf blijft of zegt te zijn gebleven, kan het zich financieel blijkbaar veroorloven. Andere mogelijkheden zijn dat hij liegt, slecht heeft opgelet of beide. Het is naïef (en anachronistisch) om wie zich zonder al te grote verloochening van zichzelf en zijn idealen aanpast aan nieuwe omstandigheden, als windvaan neer te zetten’. Dat laatste lijkt mij een stilzwijgende verwijzing naar de titel van het boek van Matthijs Lok over de ‘windvanen’ die van patriottentijd tot en met het Koninkrijk van Willem I in het politieke en culturele zadel wisten te blijven zitten.

Nu stond Paape met zijn flexibele aanpassing aan de snel wisselende gebeurtenissen bepaald niet alleen. Maar er waren toch ook genoeg beginselvaste patriotten of orangisten die droegen wat hen overkwam en niet wilden leven volgens de spreuk “zoals de wind waait, waait mijn jasje”. Paape zat er ergens tussenin. Hij lijkt gewoon te hebben toegegeven aan zijn drang om als schrijver een publiek aan te spreken en verandering teweeg te brengen. Paape was een “boodschappen”-jongen die zijn algemene idealen niet snel verwezenlijkt zag en daarom geregeld een andere taktiek koos. Dat doet niets af aan zijn oprechte verlangen naar politieke vernieuwing en miskent evenmin de noodzaak brood op de plank te krijgen. Zoals alle “windvanen” stelde hij andere prioriteiten dan de rechtlijniger getrouwen.

De carrière van Paape werd mogelijk gemaakt omdat hij zijn dichttalent kon ontplooien in genootschappen in Den Haag en elders. Zo kon hij zich bewegen in sociale kringen die zijn afkomst ruim te boven gingen. Uiteindelijk zou dat niet blijvend zijn. De voormalige plateelbakker is nooit van een duit een schelling geworden. Dezelfde tweeslachtigheid keert terug in Paapes politieke handelen. De stad Delft was half orangistisch en half patriots. De patriotse krant van Wybo Fynje en de patriotse genootschappen kregen er pas echt voet aan de grond, toen de Pruisen al stonden te popelen om in te grijpen. In breder politiek verband werd Paape graag gehoord, maar uiteindelijk hielden anderen het heft in handen omdat zij deskundiger en meer ervaren in het bestuur waren. Paape bleef zo ook vooral een jongen die op boodschappen uitgestuurd werd.

Paape behoorde tot de boven het middelmatige uitstijgende, populaire figuren die hun tijd weerspiegelden. Zijn werken zijn verfrissend en prikkelend in het kader van toen. In dat opzicht verdient hij ruime aandacht van zowel neerlandici als historici. Zij kunnen zich nu onder de bekwame leiding van Peter Altena verder in zijn leven en werken verdiepen.  Maar een veelgelezen schrijver zal onze Gerrit nooit meer worden, hoe onderhoudend hij ook kan zijn.

Joke Roelevink, Huygens ING

Naar aanleiding van: Peter Altena, Gerrit Paape (1752-1803). Levens en werken. Nijmegen, 2012.

Reageer