Het Dagboek van Willem de Clercq van de jaren 1811-1830 is vanaf 2008 te raadplegen op historici.nl. Men vindt bovendien van de delen 1811-1822 een transcriptie van de tekst naast de foto’s van het originele handschrift. Sinds enige tijd is de bewerking van het dagboek hervat, zodat nu ook de transcriptie van het dagboekjaar 1823 online staan.Zij is tot stand gekomen dankzij de inspanningen van M.E. Hay MA, prof.dr. M.H. Schenkeveld en drs. M. Schouten. Het Huygens ING streeft ernaar ook de afschrijving van de dagboekjaren 1824-1830 binnen enkele jaren af te ronden. Het dagboek van De Clercq is alleen al de moeite waard omdat het een zeldzaam document is uit de eerste helft van de 19e eeuw.

Willem de Clercq_

De Clercq was hoofd van een Amsterdams handelshuis in granen (S. & P. de Clercq), die in 1824 besloot als ambtenaar in dienst van de koning te treden voor een vast salaris van f. 7.000 per jaar om niet in de dreigende ondergang van zijn handelshuis meegesleept te worden. De Clercq was tevens een voorman van het Réveil  (een godsdienstige opwekkingsbeweging) die als literatuurhistoricus en bekend improvisator van gedichten intensief contact onderhield met vooraanstaande cultuurdragers als Willem Bilderdijk, Isaäc da Costa en talloze andere schrijvers, literatoren en wetenschappers. Daarvan getuigt hij ook voortdurend. Maar bladzijde na bladzijde hamert de Clercq er op dat meer dan de literatuur, de wetenschap, de handel kortom de wereldse zaken, het ‘de genade Gods in Christus’ is die hem drijft en hem naar zijn diepste overtuiging in alles de weg wijst.

Hij houdt zijn dagboek bij opdat latere generaties de feiten niet weer uit een in nevelen wegzakkend verleden tevoorschijn hoeven te halen, nu hij, De Clercq, deze op een presenteerblaadje en in chronologische volgorde aanbiedt.

In het dagboek 1823 tekent De Clercq onder andere aan wat hij van en over hem bekende personen heeft vernomen. Medio januari 1823, schrijft hij dat ‘een bekend Cassier alhier’ zijn lidmaatschap van het culturele genootschap Felix Meritis heeft moeten opzeggen omdat hij ‘zijne onnatuurlijke driften’ niet heeft kunnen ‘betomen’:

 

A de Haas een bekend Cassier alhier & man van jaren schijnt zijne onnatuurlijke driften niet te hebben kunnen betomen, en is genoodzaakt geweest het lidmaatschap v Felix op te zeggen. Hij verlaat ook zijne affaire. Dit bragt weder vele verhalen op het tapijt wegens diergelijke gebeurtenissen. Ik had tog egter niet gedacht dat die takken dezer ontzettende misdaad zoo ver verbreid waren. In Utrecht moeten dezelve alleruitgebreidst zijn. Eens zeide de oude Notaris Commelin, daaromtrent tegen iemand die zeide deze misdaad te willen opsporen. Ja, gij zoudt op het fransche pad beginnen, maar niet, gelijk het behoorde in de Schepens bank eindigen. Er moeten hier, vroeger diergelijke vereenigingen bestaan hebben, & misschien nog bestaan, waarin mannen zich tot een diergelijk doel vereenigden doch waarbij dan de helft in vrouwe klederen verscheen. Wat ik toen nog over het onanezeeren of remplaceeren bij de Vrouwen hoorde, gaat alle verbeelding te boven.

 

In een ander dagboekfragment uit 1823 schrijft Willem de Clercq, op 27 augustus 1823, als spreker op te treden voor de Maatschappij tot Nut van het Algemeen, afdeling Zaandam. Zijn reis ‘derwaarts’ per roeiboot en rijtuig, zijn ontvangst door het bestuur, het opmerkelijk aantal dames onder de toegestroomde leden, die ‘gepakt op elkander’ zittend hem na afloop van zijn aangekondigde voordracht vragen te improviseren over Peter de Grote, beschrijft hij als volgt:

 

Om 1 uur des middags trok ik met Steven & V. Dijk na De nieuwe stads herberg waar ons de Zwaardemakers afwachtten, om na Zaandam te trekken, & aldaar de zoo lang beloofde Spreekbeurt te vervullen. Het roeischuitje dobberde genoeg. Aan het Tolhuis stond een Rijtuig dat ons naar Zaand[am] bragt. Wij zagen in het voorbij gaan Landsmeer, Noordhollands dorp van hetwelk de boeren voor hun eigen Rekening de kaas na Bayern Consigneren, doch de brieven niet leezen kunnen nog dezelve schrijven & desweges de Menisten Leeraar tot dit alles gebruiken. Onze aankomst te Zaandam was treurig. Het kind van Zwaardemaker was niet wel. Hij gedroeg zich gelaten & als Christen. Gelukkig schikt het zich & het advies van Dr Nellius was gunstig. Wij trokken naar het Locaal van ‘t Nut, een overdekte Kolfbaan van een ontzettend grote laagte. Dezelve was geheel opgevuld. De Dames ten getale van 115 zaten zeer gepakt op elkander [onl] men moest als redenaar dringen & stoelen laten opnemen om tot den katheder te kunnen doordringen. De leden ten getale van twee à drie honderd zaten aan lange tafels & gebruikte hunne halve fles & ditmaal eerst na de verhandeling Pijpen. Ik wierd door het bestuur opgewacht Zw. was President. Een dikke Chirurgijn de Heer Van Ree groot voorstander van het Nut, die zich beroemde dat Nieuwenhuis in zijnen armen gestorven was, vertoonde zich als Secretaris. De afgevaardigden ter alg. Vergade[ring] & vier leden van het bestuur waren een oude Heer Corver, Adriaan Vos, Denker, een Scheepswerker die indedaad een denker scheen & Dom W[?] die liefde voor het Christendom scheen te hebben, het gevoelen van dC. stijf noemde & v Clusius[?] als een groot man beschouwde. Na voorafgaande Notulen trad ik ter Kansel op. Ontzettende hitte, de kaarsen smelten bijna. Ik lees de Cid verkort & het laatste met kracht. Brief van de Dames, om mij te verzoeken om te improviseren getekend onder ander[en] door Juff Swaving, de dochter v de Quack. Onderwerp Peter de Grote. Tegenoverstelling v Griekenland & Rusland. Rusland door Holland beschaafd dat toen voornamentlijk door zijn bloei in staat was dat licht aan te kweken. Toepassing op Noordholland & op de Nederlandsche vrouwen. Goedkeuring v alle die dames half nieuw, half oud modisch gekleed. Lieve Gezichtjes onder de kapertjes. Lang Rapport der Grote vergadering dat niets afdoet. Grote questie v Domin[ee] Reuteler (Luthers]) die nu ook niet gerookt wil hebben onder zijne verhandeling, geappuyeerd door Dom Tenknink die twee verh over de Mode & een over het Vermaak gedaan heeft. Wijsheid v Zwaardemaker in het niet forceren der volkstem[ming?]. Hartelijk begroeting v Zwad. Gij wilt onzen dank niet; gij hebt de eer van God gezocht. Moge deze de kroon op uw werk zijn. Wij hadden met het bestuur een regt genoeglijke Collation. Ik verhaalde veel van dC, reciteerde stukken uit het Ganzebord. Eindelijk begon onze vriend Denker over Schiller te spreken nu nam ik dien tot Thema, weder anders als bij Muller. Wij scheiden regt hartelijk van elkander & in ‘t geheel was dezen avond & dag gezegend.

Marian Schouten, Huygens ING

http://www.historici.nl/Onderzoek/Projecten/Declercq

Reageer