Het Koningslied – zo was het er, en zo was het er niet meer.

Vreemd eigenlijk, want we kregen toch de indruk dat het hele volk zinnen en verzen en lappen tekst naar John Ewbank en Daphne Deckers had gestuurd, en dan keurt het hele volk het resultaat weer net zo enthousiast af. Maar wat verwacht het volk dan van een melodie die zo nietszeggend is dat het moeilijk is plagiaat te bewijzen, in combinatie met een door de buren gemaakte tekst? Iets origineels? Iets beters dan wat we anders te horen krijgen van Marco Borsato, Gers Pardoel and the like?

Je kunt het niet meezingen, dat was een van de bezwaren. Het is niet simpel genoeg. Dat had in de jaren dertig van de twintigste eeuw de Zeister componist D.G. Becker beter begrepen. In 1936, toen Bernhard zur Lippe-Biesterfeld werd voorgesteld als verloofde van prinses Juliana, schreef en componeerde Becker het muziekstuk ‘Prins Bernhard (Een eenvoudig lied)’. Nog geen anderhalf jaar na de verloving was er weer reden voor muzikaal eerbetoon: Bernhard was intussen met Juliana getrouwd en in januari 1938 werd er een kroonprinses geboren. D.G. Becker – over wie ik in de gauwigheid verder geen gegevens kan vinden – ging weer aan de slag en schreef het lied ‘Prinses Wilhelmina’. En weer is de ondertitel ‘Een eenvoudig lied’. Tekst en melodie werden snel gedrukt en in eigen beheer verspreid. Het blad vermeldt, behalve het telefoonnummer van Becker, ook dat hij de auteur is van ‘De toverviool’ (een ‘romantische kinderoperette’), ‘De Gouden Sleutel’ (een ‘vrolijke kinderoperette’), en ‘Trovo en de Indianen’ (een ‘grappige kinderoperette’). Het lied voor de kroonprinses kostte tien cent per exemplaar, een gulden voor twintig. De tekst alleen kon ook: 30 cent voor twintig exemplaren.

Wilhelmina

Zouden er veel exemplaren verkocht zijn eer het de componist, tekstdichter en uitgever duidelijk werd dat er een storende fout op zijn werkstuk stond? Wat er gebeurd was schreef iemand – Becker zelf? – met de hand achter op het muziekblad, althans op het exemplaar dat voor mij ligt: ‘Dit vers werd voor ’t eerst uitgereikt en verspreid te Zeist op den nationalen feestdag 31 Januari 1938 des namiddags ± 3 uur bij het planten van den Oranjeboom in het Wilhelminapark.’ Als de auteur van deze regels Becker zelf was, dan was hij nog steeds in de war, want de datum ‘31 Januari’ streepte hij door en verving hem door 1 februari. En hij ging door met zijn verhaal: ‘Op dat oogenblik was de naam van de pasgeboren Prinses van Oranje nog niet bekend. – De auteur was er zeker zoo van overtuigd dat het kind naar haar grootmoeder van moederszijde zou heeten, dat hij er maar vast Prinses Wilhelmina boven plaatste. Voor de verspreiding werd er met potlood een vraagteeken achter geplaatst. / ’s Avonds werd bekend dat de Prinses genoemd was Beatrix.’

Becker

Je ziet het voor je: Becker die op 2 februari 1938 ’s ochtends in alle vroegte door Zeist fietst, bij drukkerij Van Lonkhuyzen binnenvalt en opdracht geeft voor nieuw drukwerk, nu met de titel ‘Prinses Beatrix’. En natuurlijk weer met de toevoeging: ‘Een eenvoudig lied’. Later die dag, zo stel ik me dan voor, zong het hele volk, althans het in Zeist wonende, uit volle borst:

      ‘Weer juichen er harten van trots en verblijden,
      Weer schallen klaroenen door ’t Hollandse land!
      Weer klinkt er een boodschap langs wegen en weiden,
      Door steden en dorpen, langs duinen en strand!’

Zo eenvoudig is dat.

Beatrix

Jan Gielkens, Huygens ING

Reageer