Het begon allemaal met Don Quichot, een boek dat Miguel de Cervantes in 1605 publiceerde. Ik heb het over het beginpunt van de Europese roman. Opmerkelijk genoeg is deze relatief jonge kunstvorm in de afgelopen eeuw al meerdere malen doodverklaard – en weer opgestaan. Vandaag de dag verkeert hij echter opnieuw in een crisis. Waarom is juist de roman zo’n kwetsbaar genre? Over de ondergang van het toneel of de opera heeft nooit iemand het. In samenwerking met De Balie maakte de Stichting Literaire Activiteiten Amsterdam een driedelig programma over de toekomst van de roman, om wat meer zicht te krijgen op de rol van dit literaire genre in de huidige maatschappij. Na Oek de Jong en Vonne van der Meer was Tommy Wieringa op de afsluitende avond van de reeks in de gelegenheid zijn toekomstvisie tentoon te spreiden. Hoe nabij is het einde van de roman?

NRC-criticus Arjen Fortuin opende de avond met een pakkende inleiding, waarin hij zich overtuigd toonde van de enorme vitaliteit van de roman. ‘Er zullen altijd genoeg mensen zijn die getroffen worden door het “onstopbare” verlangen om een roman te schrijven.’ Met een knipoog verwees hij naar Daphne Deckers, die onlangs debuteerde met de roman Alles is zoals het zou moeten zijn. De opspelende vraag is of het schrijven van een roman in deze tijd nog wel een literaire aangelegenheid is. In haar keynote speech noemde Vonne van der Meer al ‘de terreur van echt gebeurd’ die zich binnen het genre heeft gemanifesteerd, wat volgens haar hét probleem van de fictie in het algemeen is. De roman leent zich er juist zo goed voor om al schrijvende een nieuwe werkelijkheid te scheppen. Gelukkig bestaan er nog steeds schrijvers die dat doen en die romans met stijl en diepgang afleveren. Een voorbeeldauteur is Tommy Wieringa, die Fortuin aankondigde als de toekomst van de roman in hoogsteigen persoon.

Het zal geen verbazing wekken dat Wieringa – die zich een van de best verkopende Nederlandstalige auteurs mag noemen en wiens laatste roman begin deze maand nog werd bekroond met de Libris Literatuurprijs – de toekomst van de roman niet al te somber inziet. In zijn lezing getiteld ‘Gok op de eeuwigheid’ hanteert hij dezelfde sfeer als in Dit zijn de namen (2012), een roman over migratie en identiteit die zich grotendeels afspeelt op een droge steppe. Wieringa haalt ‘het barbaarse verlangen naar het vernietigen van de traditie’ aan zoals zich dat bij de futurist Filippo Marinetti aan het begin van de twintigste eeuw voordeed. ‘Maar de barbaren komen niet,’ stelt Wieringa ons gerust. De roman is namelijk ‘even onuitroeibaar als woestijnzand.’ En waar bevindt dat ‘woestijnzand’ zich dan precies? ‘Tussen het gekanker van oude mannen en de bloeddorst van jonge mannen in.’

Wieringa ziet de roman als een van de belangrijkste dragers van beschaving. Het is vanuit dit ‘Bildungsideal’ dat hij op scholen langsgaat om te vertellen over literatuur. Tot zijn grote spijt waagt de jeugd zich niet meer aan wat hij ‘de voorbodes van de roman’ noemt: het dagboek en de liefdesbrief. Ook wordt er nauwelijks meer gelezen, wat niet zozeer een kwestie is van niet willen, maar van niet meer kunnen lezen. Het ontbreekt de jeugd aan vaardigheden om literatuur te begrijpen. ‘Zo valt de roman uit de tijd.’ Bovendien moet de tijdrovende roman in de moderne samenleving concurreren met ‘snellere’ kunstvormen als de film. Toch verontrust deze ontwikkeling Wieringa niet. Ook zonder een breed draagvlak gelooft hij in de overlevingskracht van de roman. De schrijver heeft namelijk een groot voordeel ten opzichte van de beeldcultuur: ‘Omdat hij zijn wereld beschrijft in taal en niet in pixels maakt hij kans op de eeuwigheid.’ Tot slot legt Wieringa de nadruk op een functie van de roman die voor hem persoonlijk van belang is geweest. De wereld van de literatuur kon het voor een Twentse provinciale jongen toch mogelijk maken alles te zien en te voelen. Andere werelden, andere tijden, andere opvattingen. ‘Dat is de waarheid en de kracht van de roman.’

Op Wieringa’s lezing volgde een discussie met een panel bestaande uit Margriet de Moor, Sebastiaan Kort en Simone van Saarloos. Naast een tamelijk elitaire Margriet de Moor en een zich op de achtergrond houdende Sebastiaan Kort zorgde Van Saarloos voor een interessante invalshoek. Net als Wieringa ontkent de jonge filosofe en verhalenschrijfster de dood van de roman, maar het is volgens haar wel belangrijk dat de roman denkt dat hij aan het doodgaan is. ‘De illusie van de laatste lezer’ zorgt juist voor een ‘drijfkracht’, een noodzakelijke drang om te overleven. De dood van de roman blijkt slechts een schijndood te zijn. Een necrologie kan dus nog wel even wachten.

‘De toekomst van de roman: Tommy Wieringa’ vond plaats op 29 mei 2013 in De Balie.

Suzanne van der Poel, Huygens ING

Reageer