Moeten we apps ontwikkelen voor de iPad of andere tablets? De ervaringen met een editie van Jefferson zijn niet erg positief.

 

In the Chronicle of Higher Education schrijven John O’Brien and Brad Pasanek over de iPad app die ze gemaakt hebben op basis van twee drukken van Jefferson’s Notes on the State of Virginia. De app maakt het mogelijk om de twee drukken met elkaar te vergelijken. Het exemplaar dat voor de tweede druk werd gebruikt was het exemplaar van Jefferson zelf, bewaard in de bibliotheek van de Universiteit van Virginia. Aanvullingen in Jeffersons hand maken het exemplaar tot een historisch belangrijke bron, die ook voor het grotere publiek interessant is. Voor de app zijn de aanvullingen getranscribeerd. Bovendien werd een geannoteerde moderne tekst toegevoegd.

O’Brien en Pasanek boden de app aan Apple aan, omdat apps voor de iPad nu eenmaal alleen verkocht kunnen worden door de Apple App Store. Nu blijkt dat de beheerders van de App Store niet begrijpen dat deze app meer is dan de boeken op basis waarvan hij is gemaakt: Apple verwijst de makers door naar de iBookStore. Maar in iBooks kun je niet al de geavanceerde functionaliteit toevoegen die in een app wel mogelijk is.

De les die O’Brien en Pasanek hieruit trekken is “(…) as long as the process for getting material into the iOS [dat wil zeggen, op de iPad/iPhone] remains opaque and inscrutable, we cannot encourage others to think about expending time and effort on developing for it, however enticing the prospect of putting scholarly work in the hands of an iPad owner might be.” Ondertussen zoeken ze een programmeur die ze kan helpen de app om te zetten naar het Android platform, voor de tablets van bijv. Samsung.

Het commentaar van de lezers van het artikel varieert: voor sommigen is het duidelijk dat Android het opener platform is, en dat digitale geesteswetenschappelijke toepassingen dus eerder voor Android dan voor iOS ontwikkeld zouden moeten worden. Voor anderen begint de fout al bij het ontwikkelen van een app: wetenschappelijke inhoud hoort voor iedereen beschikbaar te zijn op het open web en niet alleen voor de toevallige eigenaars van bepaalde apparaatjes.

Dat laatste is ook het standpunt van ondergetekende. Maar beschikbaarheid op het web is ook nog altijd niet vrij van problemen. Zo was jaren lang de gezaghebbende versie van Jefferson’s Notes de digitale tekst die ter beschikking was bij het Electronic Text Center van de bibliotheek van de universiteit van Virginia. Maar zoals dat gaat, op een kwade dag besluit iemand dat een reorganisatie nodig is, en “in the course of migrating thousands of texts from Etext to VIRGO, it was determined that certain resources were not eligible for inclusion” (aldus de site van de bibliotheek). De editie van de Notes is nu alleen nog beschikbaar dankzij het Internet Archive. Afhankelijkheid van Apple is erg, maar afhankelijkheid van het management van een Amerikaanse universiteitsbibliotheek is misschien net zo erg.

(Overigens is het manuscript van de Notes hier te vinden. We signaleerden dat al eerder. De eerste druk is wel als image beschikbaar op de site van de Universiteit van Virginia. Het Documenting the American South project digitaliseerde een exemplaar van de tweede druk. In Hathitrust staan verschillende gedigitaliseerde latere drukken.)

 

Peter Boot

Geplaatst in 18e eeuw, Achtergrond, weblog digital humanities

Reageer