De Visio Philiberti is een dertiende-eeuwse Latijnse tekst geschreven in versvorm. Veel Latijnse afschriften zijn overgeleverd, maar gedurende de middeleeuwen is de tekst ook in verschillende volkstalen vertaald. Yura Hollander deed onderzoek naar de drie Middelnederlandse vertalingen.

In de Visio Philiberti ziet de verteller tijdens een winternacht het lichaam en de ziel van een overledene in een visioen. De twee raken verwikkeld in een diepgaande discussie over de vraag wie schuldig is aan de begane zonden. De overleden persoon heeft gedurende zijn leven volop genoten van heerlijke maaltijden, drank vloeide rijkelijk en bezit in de vorm van luxueuze gebouwen en schitterende juwelen was hem niet vreemd. Nu de dood echter een feit is, doemt bij het lichaam en de ziel de zorgelijke vraag op of het wel verstandig was een zo uitbundig leven te leiden. Volgens de middeleeuwse moraal dient tijdens het leven op aarde God immers centraal te staan, en niet geheel onbelangrijk: gematigdheid is één van de zeven deugden. Uiteindelijk loopt het met de overledene niet zo goed af. Aan het slot van de tekst neemt een schare duiveltjes de ziel onder handen en begeleidt die naar de hel. De verteller leert zijn lesje en besluit voortaan zijn leven volledig aan God te wijden.

Gedenk te sterven!

De thematiek van de Visio Philiberti bezit een algemene geldigheid. Ieder mens zal op een zeker moment sterven. Een belangrijke kwestie vanuit de op het christendom geënte middeleeuwse literatuur is de tijdelijkheid van het aardse bestaan en het belang je zaken op orde te hebben vóór de dood op de stoep staat. De dialoog tussen ziel en lichaam geeft op een zeer toegankelijke manier vorm aan dit soort, voor de middeleeuwer alledaagse, praktisch-religieuze kennis.

Hieronymus_Bosch_overdaad

Uitsnede van ‘De zeven hoofdzonden’ van Jeroen Bosch (of navolger) 1500-1525 Museo del Prado, Madrid

Dat het een visioen betreft is voor de tekstinterpretatie van wezenlijk belang. In de middeleeuwen was een visioen een manier waarop God contact zocht met de mens om een religieuze waarheid te onthullen. De persoon die het visioen heeft, krijgt dus op een wel heel bijzondere manier een belangrijke boodschap. De levendige dialoog tussen de personificaties van ziel en lichaam maakt de dood – immers een ongrijpbaar verschijnsel – op een beeldende manier voorstelbaar. De ziel en het lichaam van de overledene zouden niet meer in staat moeten zijn het woord te voeren, maar spreken honderduit. Het effect van de tekst wordt nog eens versterkt doordat een nog levende persoon het visioen van de dood ontvangt. Deze levende persoon in de tekst besluit na het zien van dit onheilspellend schouwspel zijn leven te beteren en zich volledig op God te richten. Het publiek wordt indirect aangesproken hetzelfde te doen. Slechts op die manier kan een mens immers de ellende die ziel en lichaam in de tekst uiteindelijk overkomt, bespaard blijven.

In het Middelnederlands

De algemene geldigheid van de thematiek en de toegankelijke manier waarop deze verwoord is, hebben ongetwijfeld bijgedragen aan de niet geringe hoeveelheid afschriften van de Visio Philiberti in het Latijn en in verschillende volkstalen, onder andere het Middelnederlands.

Drie Middelnederlandse vertalingen zijn overgeleverd in handschriften uit respectievelijk de dertiende, veertiende en vijftiende eeuw. De vroegst overgeleverde vertaling bevindt zich in het Oudenaards Rijmboek (Oudenaarde, Stadbibliotheek, 5576), dat gedateerd wordt aan het einde van de dertiende eeuw. Het gaat om een fragment van 120 versregels.
De tweede vertaling is overgeleverd in het handschrift-Van Hulthem (Brussel, Koninklijke Bibliotheek, 15.589-623), dat tussen 1405 en 1408 tot stand is gekomen. Ook is een tekstfragment van dezelfde vertaling overgeleverd in het handschrift Gent Universiteitsbibliotheek, 1590, gedateerd rond 1350. De derde vertaling is overgeleverd in het handschrift Cambridge, Harvard University (Houghton Library), Dutch 13, dat rond 1428 geschreven moet zijn.

Een vergelijking tussen de drie teksten toonde aanzienlijke stijlverschillen tussen de vertalingen. In een notendop: de vertaling uit het dertiende-eeuwse Oudenaards Rijmboek is in vergelijking met de andere twee vrij lang van stof. In de tekst worden veel voorbeelden gegeven en herhalen ziel en lichaam hun argumenten keer op keer. Kenmerkend voor de vertaling die is overgeleverd in het veertiende-eeuwse handschrift Gent UB, 1590 en het vijftiende-eeuwse handschrift-Van Hulthem is de levendigheid van de tekst, waarmee het verhaal aanschouwelijk wordt gemaakt voor het publiek. De in het vijftiende-eeuwse handschrift Cambridge, Dutch 13 overgeleverde vertaling ten slotte is in tegenstelling tot de andere zeer kort van stof: beknopte, expliciete formuleringen kenmerken de tekst. Om een voorbeeld te geven volgt een citaat uit de vertaling uit het handschrift-Van Hulthem (links) en die uit het handschrift Cambridge, Dutch 13 (rechts). Het lichaam spreekt hier:

Hi gaf een suchten ende seide doe:
‘Bestu mijn geest die mi sprect toe?’                             Ende bistu niet die ziele mijn?
Die ziele antworde: ‘Jaic’, seit soe,                              Waer om soe drijfste dit misbaer?
‘hoe machtu dit ghesegghen? Hoe?

(v. 109-112)                                                                           (v.63-64)

De versregels laten duidelijk zien hoe in de vertaling uit het handschrift-Van Hulthem de gemoedstoestand van de ziel met bijvoeglijke naamwoorden wordt aangeduid. Zij slaakt een diepe zucht (v. 109) en klinkt aardig wanhopig (v.112). Ook geeft de ziel direct antwoord, zodat even de indruk ontstaat van een werkelijk gesprek. In de vertaling afkomstig uit het handschrift Cambridge, Dutch 13 laat het lichaam zich vrij expliciet horen en komt meteen ter zake met directe vragen. Dit soort verschillen is kenmerkend voor deze twee vertalingen.

Bovenstaande citaten vormen slechts een voorbeeld van de tekenende verschillen tussen twee van de drie vertalingen. De drie vertalingen van de Visio Philiberti hebben elk een eigen karakter. De verschillen tussen de teksten zijn bij gebrek aan grondig vooronderzoek lastig te verklaren. Over de Latijnse teksttraditie en overlevering is op het moment weinig bekend, zodat nog niet te bepalen is op welke (bron)tekst(en) de vertalingen zijn terug te voeren. Ook bestaat gezien de aanzienlijke hoeveelheid overgeleverde vertalingen/afschriften in verschillende volkstalen de mogelijkheid dat deze drie Middelnederlandse vertalingen niet vanuit het Latijn maar vanuit volkstalige versies uiteindelijk in het Middelnederlands terecht gekomen zijn. Een onderzoek naar de Middelnederlandse vertalingen van de Visio Philiberti is dus slechts het topje van een enorme ijsberg.

Yura Hollander

 

Geraadpleegde literatuur:

Een reactie op “Op een middeleeuwse winternacht”

  1. [...] De Visio Philiberti is een dertiende-eeuwse Latijnse tekst geschreven in versvorm. Veel Latijnse afschriften zijn overgeleverd, maar gedurende de middeleeuwen is de tekst ook in verschillende volkstalen vertaald. Yura Hollander deed onderzoek naar de drie Middelnederlandse vertalingen.  [...]

Reageer