In februari bezocht ik een lezing over de nieuwe biografie van Boudewijn Büch,  georganiseerd door de B. vereniging. Maar voor dat festijn begon had de vereniging een belangrijke aangelegenheid op de agenda staan; de algemene ledenvergadering. 

De penningmeester opende de vergadering met de mededeling: “In 2014 is er een daling te zien in het aantal donaties, wie heeft er een idee hoe we beter leden kunnen werven?” Rumoer steeg op. Het hield op toen een lid zijn hand op stak.  “Hoe word je eigenlijk lid van de vereniging?” De voorzitter van de vergadering keek beduusd op. “Zullen we dat even bekijken in de statuten?” Hij pakte de papieren erbij en keek bedenkelijk. “Hier staat dat je 18 jaar of ouder moet zijn.” Het geroezemoes veranderde in een zacht gegrinnik. “Maar!” zei de voorzitter er snel achter aan, “dat betekent wel dat je Multatuli niet boven B. mag verheffen, want dan kom je er absoluut niet in!” “Hear Hear”, klonk het hard in de zaal.

Een tweede vraag voor de vergadering. “Is het misschien een idee om een cadeautje te geven aan ieder nieuw lid?” De voorzitter keek de man bedenkelijk aan. “Een cadeautje.  Ja dat zou eventueel kunnen. Maar krijgt het nieuwe lid dan een cadeau of degene die een nieuw lid introduceert?” Er ontstond hevige verwarring over deze vraag en besloten werd de vraag te bewaren voor de volgende vergadering. “Voorzitter, doet u eigenlijk  wel iets aan het werven van leden?” Een terechte vraag, vond de zaal. “Maar natuurlijk”, zei de voorzitter, “ik leg overal folders neer en wanneer iemand een folder pakt stalk ik diegene tot hij of zij lid is geworden van de vereniging.” De zaal bulderde van het lachen. “Hear hear”, klonk het gezamenlijk. “Maar”, moest de voorzitter bekennen, “dat werpt niet echt vruchten af. We moeten iets verzinnen om nieuwe leden te krijgen. Kom op, er is vast wel iemand die lid wil worden van onze vereniging!” Het bleef lang stil. Plotseling stond een dame op. Heur haar gevlochten in een bandana, haar wijde jurk gedrapeerd langs haar lichaam. Ze keek even rond en gilde, terwijl ze met haar armen zwaaide : “Ik, Ik, ik heb mij net aangemeld als lid!” Heel de zaal begon te schreeuwen en te applaudisseren. De voorzitter bulderde van het lachen: “Er is nog hoop! Godzijdank, er is nog hoop!” De voorzitter besloot hierop de vergadering te beëindigen.

Marike Tinus, Huygens ING

Reageer