De bloeiende vakgroep Neerlandistiek van de Eötvös Loránd-universiteit (ELTE) in Boedapest ontving van 8-10 mei 2014 de jaarlijkse workshop van het project ‘An international network studying the Circulation of Dutch Literature’ (CODL).

Het CODL-project wordt gecoördineerd door Orsi Réthelyi (ELTE), Ton van Kalmthout (Huygens ING) en Elke Brems (CERES/HUB). Binnen CODL zijn twaalf werkgroepen, die elk aan een boek uit de Nederlandse literatuur zijn gewijd, bezig met onderzoek naar allerlei aspecten van de internationale verspreiding van dat boek, van de liederen van Hadewych tot De helaasheid der dingen van Dimitri Verhulst. Eén keer per jaar komen leden van alle werkgroepen bij elkaar in een workshop om de resultaten van hun onderzoek te presenteren. Na Rome (20-22 november 2013) was dit de tweede in zijn soort.

De bijeenkomst begon op donderdagavond 8 mei in het Theatercafé Spinoza ház (Spinozahuis, in het leven geroepen door een Hongaarse dame die de Nederlandse cultuur een warm hart toedraagt). Veerle Fraeters, Frank Willaert (beiden Antwerpen) en Frits van Oostrom (Utrecht) presenteerden daar een sneak preview van de nieuwe en uitgebreide versie van de door Van Oostrom geïnitieerde Vogala-app, voorafgaand aan de vertoning van de film ‘Hadewych’ van de Belgische regisseur Bruno Dumont uit 2009. Het was niet de enige toegift  bij deze workshop, want op vrijdag 9 mei zongen en speelden Anikó Daróczi, Emese Gyöngyvér Tóth, Iván Barvich en István Simon liederen van Hadewych in het Middelnederlands en het Hongaars en maakten we kennis met oude instrumenten als de kaval, de ud, de riq, de gadulka en de daf. Op zaterdag 10 mei gaf acteur en regisseur Hans Croiset een toneelseminar over Lucifer van Joost van den Vondel, dat hij in 1979 en 2001 regisseerde. Het seminar vond plaats in de aangename residentie van de Nederlandse ambassadeur in Boedapest, Gajus Scheltema.


Patrick Cattrysse, Herbert van Uffelen en Hans Croiset. Bron: www.codl.nl

Omlijst door twee keynotes – Patrick Cattrysse (Antwerpen) over ‘Descriptieve adaptatiestudies: Korte voorstelling van een onderzoeksmethode’ en Herbert van Uffelen (Wenen) over ‘In de receptie komt het origineel steeds weer tot ontplooiing’ – gaven de lezingen, zonder overigens echt te refereren aan de keynotes – een bont maar toch geconcentreerd overzicht over de activiteiten in de diverse werkgroepen. Hadewych kwam opnieuw aan de orde, ten eerste in een analyse van de eerder genoemde film van Dumont door Veerle Fraeters (Antwerpen) en vervolgens in een bijdrage van David Vermeiren (eveneens Antwerpen) over Hadewych als thema in het werk van de surrealist Marc. Eemans. Katalin Márton (Den Haag) sloot de sessie af met een bijdrage over toneelbewerkingen van de Historie van mejuffrouw Sara Burgerhart van Betje Wolff en Aagje Deken.

De eerste middagsessie was helemaal gewijd aan De helaasheid der dingen van Dimitri Verhulst in Oost-Europa, waar de film naar het boek een grotere bekendheid kreeg dan het boek zelf. Pieter Boulogne (Gent/Leuven/Antwerpen) praatte over de Russische voice-over bij de film en Krzysztof Marcin Zalewski en Machteld Venken (Warschau) lichtten hun betrokkenheid als niet-vertalers bij de totstandkoming van de Poolse filmvertaling toe. Veronika ter Harmsel Havlíková (Praag) schetste de situatie in Tschechië, waar de publicatie van de vertaling van het boek nog op zich laat wachten. De resterende bijdragen van de dag waren gewijd aan Louis Couperus en Hella S. Haasse. Jan Gielkens (Den Haag) hield een pleidooi voor de inzet van textual scholarship en boekgeschiedenis bij het onderzoek naar vertalingen van De stille kracht, en een Afrikaanse bewerking van Oeroeg voor de middelbare school en de daarmee samenhangende aspecten van de receptie van een tekst in een (post)koloniale context was het onderwerp van Renée Marais (Pretoria).

De tweede workshopdag begon met een sessie over De Leeuw van Vlaanderen: Christine Hermann (Wenen) analyseerde Nederlands- en Duitstalige stripbewerkingen van dit boek van Hendrik Conscience, Ildikó Juhász (Boedapest) bekeek vertaalstrategieën in een bewerking voor de Hongaarse jeugd. De laatste papersessie van de workshop was weer aan twee auteurs gewijd: Hubert van den Berg (Poznań) sprak over de Duitse vertaling van Lucifer van Joost van den Vondel in de context van de Nederlands-Duitse literaire transfer tijdens de Eerste Wereldoorlog en Dorien de Man (Leuven) vroeg zich af waarom Kaas van Willem Elsschot diverse aanlopen nodig had om in het Engels vertaald te worden.

Na de intussen traditionele en enthousiasmerende samenvatting van de resultaten van de workshop door Frits van Oostrom sloot een ontvangst in de residentie van de Nederlandse ambassadeur, met een prachtig uitzicht over de heuvels rond de Hongaarse hoofdstad, deze bijeenkomst af. De volgende workshop van CODL zal van 28-30 mei 2014 plaatsvinden in Den Haag.

Jan Gielkens (Huygens ING)

Reageer