Op 8 oktober is de volledige briefwisseling van Vincent van Gogh online gegaan. Een kijkje achter de schermen van de webeditie, in een gesprek met de programmeur, interface-ontwikkelaar, project- en teamleider en projectassistent die deze onmetelijke klus hebben geklaard.

Het kan u nauwelijks zijn ontgaan: op woensdag 7 oktober is de volledige briefwisseling van Vincent van Gogh (1853-1890) in het Van Gogh Museum (Amsterdam) gepresenteerd. Een gebeurtenis van internationale betekenis. De editie bestaat niet alleen uit een zesdelige boekuitgave, maar ook uit een wetenschappelijke website die alle brieven in hun authentieke vorm bevat, met commentaar en al. De webeditie toont het resultaat van de jarenlange editoriale arbeid van Hans Luijten, Leo Jansen en Nienke Bakker. Aan de technische ontwikkeling van de editie hebben vijf medewerkers van het Huygens Instituut KNAW (Den Haag) twee jaar lang hard gewerkt, in nauwe samenwerking met de editeurs. En het moet gezegd, de site oogt fe-no-me-naal. Het ontwikkelteam, dat bestaat uit Peter Boot (projectleider), Bas Doppen (interface-ontwikkelaar), Ronald Dekker (leider van het ontwikkelteam), Bram Buitendijk (programmeur) en Ramona Land (projectassistente), heeft een onvoorstelbare klus achter de rug. Een paar weken voor de grote release sprak Charlotte Cailliau met ze over hun werk achter de schermen.

Geschiedenis

De geschiedenis van het Van Gogh-project begint in 1994. Toen werd besloten dat er een nieuwe, wetenschappelijke editie van de brieven van Van Gogh moest komen. Om de kwaliteit van de editie te garanderen, betrok het Van Gogh Museum het (toen nog: Constantijn) Huygens Instituut bij het project. Het uitgangspunt was dat de brieven beschikbaar moesten worden gemaakt voor wetenschappelijk onderzoek. Aanvankelijk was het de bedoeling dat de brieven in boekvorm zouden worden uitgegeven, dertien dikke delen, een boekenplank vol. Maar in de praktijk bleek dat uitgevers daar helemaal niet om stonden te springen. Er moest op zijn minst een CD-rom als bijlage komen waarop alle transcripties beschikbaar werden gesteld.

v.l.n.r. Bram Buitendijk, Peter Boot, Bas Doppen, Ronald Dekker en Ramona Land

Met de digitale stroomversnelling rond de eeuwwisseling besefte men evenwel ook de beperkingen van zo’n CD-rom, zoals bijvoorbeeld een geringe opslagcapaciteit. Het web bood nog veel meer mogelijkheden, en niet alleen als ‘bijlage’, en het licht werd op groen gezet om een heuse, zelfstandige webeditie te ontwikkelen. In februari 2008 begon het ontwikkelteam van het Huygens Instituut samen met de editeurs aan de uitwerking. Anderhalf jaar later is de digitale editie zo goed als af en na 7 oktober komt zij dus definitief online. Of zoals Peter Boot het uitdrukt: ‘Vanaf 8 oktober slapen wij weer gerust.’

Ten dienste van de wetenschap en meer
Om ten dienste te kunnen staan van het wetenschappelijke onderzoek, stonden vanaf het begin drie zaken voorop. De editie moest in de eerste plaats gemakkelijk doorzoekbaar zijn. De zoekmogelijkheden werden vooral op basis van de wensen van medewerkers van het museum ontwikkeld en het resultaat is dat die uitzonderlijk uitgebreid zijn. Zoals Bas Doppen en Bram Buitendijk opmerken, kan de gebruiker ‘eigenlijk zoeken op alles’.

Daarnaast moesten de verschillende annotaties en toelichtingen bij de brieven op een overzichtelijke manier gepresenteerd kunnen worden. Als Van Gogh het in een brief over een bepaald kunstwerk heeft – van hemzelf of van een andere kunstenaar – dan kan een afbeelding van dat werk en informatie erover meteen bij de brief worden opgeroepen, in een of meer aparte vensters. Het was passen en meten om alle informatie op een elegante wijze binnen het beeldscherm te houden, maar dat is wonderwel goed gelukt.

Tot slot moest de webeditie ook van alle brieven facsimiles bevatten. Deze maken het immers mogelijk terug te grijpen naar de originele handschriften en de tekeningen die erin voorkomen. Volgens Peter Boot zorgen de facsimiles en de royale aanwezigheid van commentaar er eveneens voor dat de editie ook voor een breder publiek meer dan de moeite waard is. ‘De brieven en alles eromheen zijn al met al een enorme bron van informatie.’

De digitale editie bevat alle ruim 900 overgeleverde brieven die Van Gogh ooit schreef en brengt die gratis tot in elke huiskamer. Circa 600 brieven van het corpus zijn in het Nederlands geschreven en circa 300 in het Frans. Al deze brieven worden niet alleen in hun oorspronkelijke taal aangeboden, maar ook in een nieuwe Engelse vertaling. De beslissing om de Franse brieven niet naar het Nederlands te vertalen hangt samen met het besluit om een wetenschappelijke editie te maken.

Peter Boot: ‘Er is van uitgegaan dat wetenschappers een voorkeur voor het Engels hebben en ook de gebruikersinterface en de inleiding zijn in die taal opgesteld. De brieven zullen immers wereldwijd door Van Gogh-specialisten en -liefhebbers worden geconsulteerd.’ Voor de boeken geldt overigens dat er wel een volledige Nederlandse uitgave beschikbaar is. Die worden namelijk aangeboden in het Engels, Frans en Nederlands.

Een grootse editie
Die boeken komen in een zesdelige, luxueuze uitgave en zijn vooral op het lezen van de brieven gericht. De webeditie, daarentegen, is met zijn verschillende zoekfuncties natuurlijk voornamelijk op het onderzoek toegespitst. Ronald Dekker, leider van het ontwikkelteam, benadrukt dat hierdoor de webeditie een geheel zelfstandig product is. ‘Het is niet zo dat je van kopij voor een boekuitgave zomaar een webeditie kunt maken. Zo’n digitale editie heeft een heel eigen structuur en dat brengt ook een andere behandeling van het materiaal met zich mee. En bovendien: de webeditie bevat de volledige annotaties en toelichtingen, in de boekuitgave zijn die met zo’n 80% teruggebracht.’

Dat dit één van de grootste projecten is tot nog toe uitgevoerd door het Huygens Instituut staat buiten kijf. Het is de meest omvangrijke en uitgebreide editie die er gemaakt is. Maar niet alleen de kwantiteit telt, ook de kwaliteit. Boot: ‘Net als de boekuitgave moest de webeditie natuurlijk voldoen aan de hoge kwaliteitseisen die het Huygens Instituut aan zijn edities stelt.’

En het oog wil ook wat. Interface-ontwikkelaar Bas Doppen: ‘De vormgeving van de site is door bureau Zeezeilen ontwikkeld. Door het museum is een kleurenpalet samengesteld gebaseerd op een aantal kernkleuren die in de kunstwerken en brieven van Van Gogh sterk naar voren komen. De kleuren van de website zijn op dit palet gebaseerd. Al met al is het, in alle bescheidenheid, een heel mooi product dat online komt te staan. De mensen die er in de testfase mee hebben gewerkt, waren tenminste erg onder de indruk.’

En inderdaad: dankzij de preview die mij ter voorbereiding van dit gesprek werd toegestaan kan ik dit alleen maar bevestigen (en u kunt het inmiddels zelf beoordelen, zie ook de promo na dit interview). De webeditie oogt niet alleen heel mooi, maar is ook gemakkelijk in het gebruik, zelfs voor mij.

De navigatie bestaat uit vier kleurblokken. In het eerste blok staan een aantal zoekingangen. Bijvoorbeeld op correspondent, periode en verzendplaats. Daarnaast kun je een selectie brieven met schetsen erin maken. Het tweede blok is gericht op het zoeken. De laatste twee blokken geven achtergrond-, naslaginformatie en lijsten over Van Gogh. Je vindt hier essays over van Gogh als brievenschrijver, informatie over de correspondenten, tijdlijnen en lijsten over personen, kunstwerken, literatuur, materialen en technieken. De weergave van de brieven maakt het mogelijk om verschillende versie van de brieven naast elkaar te zetten. Zo kun je bijvoorbeeld de Engelse vertaling naast afbeeldingen van de brief zetten of de originele tekst naast alle kunstwerken die van Gogh in zijn brief beschrijft.

De verschillende keuzemenu’s zijn uiterst eenvoudig en eenduidig, en de afbeeldingen en informatie die bij elke brief op het scherm getoverd worden, laten geen enkele vraag onbeantwoord. Peter Boot verwacht dan ook dat dit voor brievenuitgaven de standaard wordt, want ook elders zijn zulke projecten nog niet gerealiseerd. ‘Nationaal en internationaal is het Huygens Instituut wat digitale brievenuitgaven betreft op dit moment de koploper.’

Herinneringen
Gevraagd naar wat er het team zal bijblijven, komen vooral herinneringen naar boven aan de goede samenwerking met het Van Gogh Museum en de andere betrokken partijen. Het meest trots zijn ze evenwel elk op iets anders. Bram Buitendijk noemt de uiterlijke eenvoud van de editie, waar evenwel een enorme verwevenheid achter schuilgaat. ‘Met enkele eenvoudige handelingen kun je bijvoorbeeld naar alle brieven gaan waarin een bepaalde persoon genoemd wordt.’ Bas Doppen vult aan: ‘En je kunt vrij snel te weten komen wie die personen waren. Alles is aanwezig in de editie zelf om de brieven te bestuderen.’

Peter Boot is het meest trots op het hele navigatieconcept. Er is enerzijds bovenaan een menu met een overzicht van de brieven en anderzijds kan er ook gezocht worden via indexen aan de linkerkant van het scherm. ‘De manier waarop deze verschillende mogelijkheden met elkaar verbonden zijn, vind ik bijzonder goed geslaagd.’ Wat volgens Ramona Land sensationeel is, is de snelheid en het gemak waarmee de gebruiker kan inzoomen op de brieven. ‘Niets blijft onleesbaar.’ Ronald Dekker noemt niet één specifiek aspect van de editie. ‘Het was in allerlei opzichten een uitzonderlijk project. Qua omvang, aantrekkingskracht en prestige, de samenwerking… Het was gewoon een plezier om deze editie te ontwikkelen.’

Charlotte Cailliau

Vincent van Gogh – The Letters (Web Edition) from Huygens Instituut on Vimeo.

(terug)

Reageer