Met de titel van zijn in 1980 gepubliceerde artikel ‘De roodharige in de Middeleeuwse literatuur’ introduceerde Willem Kuiper zich destijds met wat je nu een ‘text selfie’ zou kunnen noemen in het vak dat medioneerlandistiek is gaan heten.

willemDit jaar neemt hij afscheid bij de instellingen waaraan hij jarenlang verbonden was: de Universiteit van Amsterdam en het Huygens Instituut voor Nederlandse Geschiedenis (KNAW). Op 28 mei 2014 werd dat in Utrecht gevierd met de aanbieding van een bundel artikelen die door vrienden, vakgenoten en (oud)collega’s  werd geschreven rond een thema waaraan Kuiper lange tijd zijn inventiviteit en toewijding heeft geschonken: namen in de middeleeuwse literatuur.

Met collega’s Hella Hendriks en Sasja Koetsier werkte hij gedurende een periode van meer dan twee decennia aan het  Repertorium van Eigennamen in Middelnederlandse Literaire Teksten (REMLT), een immens repertorium van namen in vooral epische teksten. Dit online raadpleegbare onderzoeksinstrumentarium vormt het sprekende bewijs van Kuipers daadkracht en volharding, niet in de laatste plaats omdat het geheel op eigen kracht en deels met eigen middelen werd voltooid.

Velen zullen Willem Kuiper kennen van zijn columns op de website Neder-L. De onderwerpen die hij als geboren verteller onderhoudend en soms op hilarische wijze onder de loep neemt, lopen sterk uiteen. Anders dan bij veel andere wetenschappers weet men van te voren nooit waarover hij het zal hebben. Dat geldt trouwens ook voor hemzelf, of zoals hij het in zijn eerste column verwoordde: ‘Ik kijk altijd eerst welke groente er is en bepaal pas dan wat wij gaan eten.’

Behalve repertoriumbouwer en columnist is Kuiper een volbloed tekstediteur. Een reeks literaire en artesteksten is door hem ontsloten via zijn online raadpleegbare Bibliotheek van Middelnederlandse Letterkunde, nieuwe digitale reeks (BML). Men treft er een breed scala aan verder ontoegankelijke middeleeuwse teksten: prozaromans met epische teksten als Meluzine, Valentijn ende Oursson, reisverslagen en pelgrimsroutes, maar ook religieuze als het Bouck vande menscheliker ketyvicheyt. Zijn voorkeur gaat uit naar de diplomatische editie, maar kritisch editiewerk is evenzeer vertegenwoordigd. Als het even kan neemt hij ook de vermoedelijke Franse of Latijnse brontekst in zijn apparaat op. Het wachten is nu nog op de editie van de Lancelotroman Queeste van den grale, waaraan hij samenwerkte met Reindert van Eekelen.

Binnen de medioneerlandistiek zou men Kuiper met recht kunnen betitelen als de profeet van de digital humanities. Dat bleek al uit zijn proefschrift Die riddere metten witten scilde. Oorsprong, overlevering en auteurschap van de Middelnederlandse Ferguut (1989) en uit de vele digitale edities die hij op zijn naam heeft staan. Zijn BML-edities zullen binnenkort worden ondergebracht bij het Huygens ING, net als het REMLT. Zodra deze bronnen beschikbaar komen voor belangstellenden zal hierover worden bericht op deze website.

Willem Kuiper kreeg tijdens zijn afscheid de volgende bundel aangeboden:
Marjolein Hogenbirk en Roel Zemel (red.), Want hi verkende dien name wale. Opstellen voor Willem Kuiper. Amsterdam: Stichting Neerlandistiek VU/ Münster: Nodus Publikationen, 2014. 192 blz.

Herman Brinkman, Huygens ING

 

Reageer