Op 21 oktober sprak Annemarie Kets tijdens de Openbare Vergadering van de KANTL over ‘De toekomst van ons literaire verleden’.

‘Natuurlijk, er moeten goede edities zijn. Maar, even vanzelfsprekend, die edities moeten ook gelezen en liefst ook met plezier gelezen worden.’ Volgens Annemarie Kets vraagt de verspreiding van het letterkundige erfgoed meer dan ooit de aandacht van de twee instituten die zich met ‘literaire monumentenzorg’ bezighouden, het Huygens Instituut en het Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie. ‘Zonder lezers functioneren teksten niet.’

Om die lezers – beter gezegd: verschillende soorten lezers – te kunnen bereiken is differentiatie en samenwerking nodig. Met name moet er meer samenwerking worden gezocht met vertegenwoordigers uit andere maatschappelijke sectoren en vakgebieden, zoals het onderwijs en culturele instellingen, want die beschikken over expertises ‘die niet tot de bagage van de gemiddelde editeur of het gemiddelde editie-instituut behoren’.

Aan de hand van het Van Gogh-brievenproject laat Annemarie Kets zien hoe dat in de praktijk kan uitpakken. En niet onbelangrijk: met dergelijke samenwerkingsverbanden ‘zullen we de Nederlandse en Vlaamse overheden er, al dan niet via de Taalunie, van moeten overtuigen dat de zorg voor ons gemeenschappelijk erfgoed ook hun zorg is. Kortom: zonder samenwerking geen differentiatie: voor de toekomstvan ons literaire verleden zijn beide even onmisbaar.’

Lees hier de volledige tekst van ‘De toekomst van ons literaire verleden’.

Reageer