Literair erfgoed en ‘genetische literatuurwetenschap’ zijn goed vertegenwoordigd op de shortlist voor de CultuurPrijzen 2009, met de nominaties van resp. het Letterenhuis en Dirk Van Hulle.

Op maandag 1 februari 2010 worden voor de zevende keer de CultuurPrijzen Vlaanderen uitgereikt. Met deze prijzen bekroont de Vlaamse Gemeenschap organisaties of personen die het voorbije jaar een bijzondere bijdrage leverden aan het cultuurleven in Vlaanderen.

Joke Schauvliege, Vlaams minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur maakte op 4 januari de shortlist bekend voor de editie 2009. De selectie is een erkenning van de diversiteit, de rijkdom en het hoogstaande niveau van de verschillende culturele disciplines. Voor de verschillende categorieën werden telkens drie organisaties of personen genomineerd.

In de categorie Cultureel Erfgoed zijn het Letterenhuis in Antwerpen en zijn directeur Leen van Dijck genomineerd. Dirk Van Hulle bracht het met zijn boek De kladbewaarders tot een nominatie in de categorie Kritiek en Essay. Hieronder vindt u de motivering van de jury, zoals gepubliceerd op de website van CultuurPrijzen Vlaanderen, waarnaar verder verwezen zij voor informatie over de andere genomineerden.

Letterenhuis/Leen Van Dijck

In 2002 werd het AMVC omgevormd tot AMVC-Letterenhuis. De hoofdbekommernis is sindsdien de zorg, verwerking en ontsluiting van het Vlaams literair erfgoed. Het Letterenhuis vertaalde deze nieuwe wetenschappelijke en archivalische doelstellingen in meer en bredere publieksgerichte initiatieven. Het creëerde een vaste tentoonstelling over 200 jaar literatuur in Vlaanderen en lanceerde het alom geprezen tijdschrift ‘Zuurvrij’. Daarnaast worden thematentoonstellingen, zondagse ontbijtlezingen en literaire wandelingen georganiseerd.

Het Museum van de Vlaamsche Letterkunde werd in 1933 in Antwerpen opgericht en in 1945 herdoopt in het Archief en Museum van het Vlaams Cultuurleven. Op het einde van de twintigste eeuw kwam het hele archief- en museumlandschap in een stevige stroomversnelling terecht. Dit resulteerde in de omvorming tot AMVC-Letterenhuis. Een deskundige ploeg onder de gedreven leiding van Leen van Dijck (Hoboken, 1953) maakte van het Letterenhuis een toonaangevende speler in het veld van het cultureel erfgoed.

Met veel overredingskracht, diplomatiek overleg en wetenschappelijke en cultuurhistorische argumenten slaagde Leen van Dijck er in om het Letterenhuis te verrijken met ontzettend belangrijke aanwinsten. Denk maar aan het Boonarchief, het literair archief van Jef Geeraerts en begin september 2009 het felbegeerde literair archief van Willem Elsschot. Zowel inzake collectiebeleid als inzake publieksontsluiting en reflectie is het AMVC-Letterenhuis onovertroffen. Het schrikt er zelfs niet voor terug om waardevolle collecties aan andere archiefinstellingen over te dragen, als ze niet meer passen in het eigen collectieprofiel.

Daarnaast is het AMVC-Letterenhuis een constructieve en loyale partner in tal van kleinschalige literatuurprojecten die in Vlaanderen worden opgezet. Sinds 2004 ontvangt het Letterenhuis een werkingssubsidie van de Vlaamse Gemeenschap als cultureel thema-archief voor het literair erfgoed.

Dirk Van Hulle

Hoe kwam ‘Kaas’ van Willem Elsschot tot stand? Wat is de ontstaansgeschiedenis van ‘Frankenstein’, de klassieke gothic novel van Mary Shelley? Waar haalde de markies de Sade de mosterd? En hoe groeide het werk van Ivo Michiels en Edgar Allan Poe?

In ‘De kladbewaarders’ toont Dirk Van Hulle (1966, Wilrijk) aan de hand van Vlaamse en buitenlandse voorbeelden hoe schrijvers hun werk vorm geven. Genetische literatuurwetenschap, heet zoiets. Van Hulle reconstrueert die ontstaansgeschiedenis met behulp van aantekeningen, kladjes, drukproeven en dies meer. Zo onderzoekt hij momenteel de aantekeningen die Samuel Beckett tijdens het lezen in zijn boeken kriebelde, in de hoop dat die de interpretatie van Becketts eigen werk zal bevorderen.

Dirk Van Hulle doceert Engelse literatuur aan de Universiteit Antwerpen. Hij werkt er als onderzoeker voor het Centre for Manuscript Genetics. Momenteel bereidt hij een digitale editie van de manuscripten van Samuel Beckett voor. Hij is voorzitter van de European Society for Textual Scholarship en redactielid van de Journal of Beckett Studies en Samuel Beckett Today / Aujourd’hui. Daarnaast werkt hij als vertaler, essayist en criticus voor kranten en tijdschriften. In zijn boeken onderzoekt hij de schrijfmethodes van twintigste-eeuwse auteurs als Marcel Proust, James Joyce, Thomas Mann en Thomas Beckett, maar ook van wetenschappers als Charles Darwin.

Dirk Van Hulle formuleert nauwkeurig en slaagt er als geen ander in om ingewikkelde zaken helder aan een breder publiek uit te leggen. ‘De kladbewaarders’ verveelt geen moment.

Telkens opnieuw vindt Van Hulle een passend voorbeeld of een verhelderende illustratie. Heel interessant is een toegevoegde cd-rom met Elsschots tekst ‘Achter de Schermen’, waarin de schrijver zijn eigen schrijfmethode uit de doeken doet.

Update 2 februari 2010: het Letterenhuis en zijn directeur Leen Van Dijck behoorden tot de laureaten die de Vlaams minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur Joke Schauvliege bekend mocht maken tijdens de feestelijke uitreiking op 1 februari 2010. Leen Van Dijck toonde zich erg gelukkig met de prijs in de categorie Cultureel Erfgoed: “Deze erkenning door de culturele wereld is erg belangrijk voor het Letterenhuis”. In de categorie Kritiek en Essay moest Dirk Van Hulle het afleggen tegen David Van Reybrouck. Het persbericht met alle laureaten vindt u hier.

Reageer