Om alvast in de agenda te noteren: het Vlaams-Nederlands Symposium Teksteditie vindt plaats op woensdag 13 oktober 2010 in Antwerpen. Het thema luidt dit jaar: ‘Erfgoed!’

Update: informatie/programma/inschrijven op www.teksteditie.org/symposium

Naast het Huygens Instituut en het Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie maken het Letterenhuis (Antwerpen) en het Letterkundig Museum (Den Haag) dit jaar deel uit van de organisatie. Het thema is ‘Erfgoed!’, met als centrale vraag: hoe zorgen we ervoor dat ons literaire erfgoed zijn weg vindt naar het publiek? Verschillende vormen van ontsluiting komen aan bod: tekstedities, digitale archieven, tentoonstellingen, hertalingen, verfilmingen, en dergelijke.

Het symposium wordt gehouden in het Letterenhuis te Antwerpen. Tijdens de dag is er gelegenheid de tentoonstelling ‘Dicht bij Elsschot’ te bezichtigen. Ook zal de Vlaams-Nederlandse Prijs voor Teksteditie 2010 worden uitgereikt.

Achtergrond

Letterkundige archieven en musea bewaren duizenden brieven, handschriften, foto’s en ander belangwekkend materiaal en ze ontsluiten dat door middel van tentoonstellingen en andere publieksgerichte activiteiten, via publicaties, in de online catalogus, enzovoorts. Editeurs maken dankbaar gebruik van de schat aan bronnen en gegevens die in deze archieven te vinden zijn, en ze geven die op hun beurt òòk weer door: in edities, waarin teksten uit het verleden op wetenschappelijk verantwoorde wijze worden weergegeven en toegelicht.

Het gemeenschappelijke doel van musea en editeurs is in die zin tweeledig: het literaire erfgoed zorgvuldig bewaren én toegankelijk maken voor steeds weer nieuwe generaties museumbezoekers en lezers. Vooral bij het ‘toegankelijk maken’ rijst steeds weer de vraag: hoe doe je dat? Niet alleen het publiek verandert, ook de manier waarop literatuur ‘geconsumeerd’ wordt. Ook zijn er in het huidige digitale tijdperk veel meer mogelijkheden om het verleden – ook het literaire verleden – tot leven te wekken. De vraag is: doen we dat wel genoeg? Welke andere wegen kunnen we inslaan om ‘het brede publiek’ te blijven bereiken?

Een museum kan om de zoveel tijd zijn tentoonstellingsruimte omgooien om nieuwe bezoekers te trekken. Zowel het Antwerpse Letterenhuis als het Haagse Letterkundig Museum ondergingen recent een drastische metamorfose, die landelijk opzien baarde. Het Letterenhuis ontving dit jaar een van de Vlaamse Cultuurprijzen voor zijn ‘onovertroffen’ collectiebeleid en publieksontsluiting, het Letterkundig Museum trok de aandacht met het nieuwe tentoonstellingsconcept ‘Het Pantheon: 100 schrijvers – 1000 jaar literatuur’. Welke filosofie ligt aan zo’n beleid/ concept ten grondslag? En hoe reageert het publiek? Zijn de bezoekersaantallen gestegen, zijn er andere doelgroepen bereikt? Welke rol speelt internet (Facebook, Twitter) in dit verband? En welke gebruiker heeft men eigenlijk op het oog bij het online ontsluiten van de collectie?

Ook editeurs kunnen de nieuwe ontwikkelingen benutten om een breder publiek te bereiken. Door de opkomst van elektronisch editeren en publiceren is het bijvoorbeeld mogelijk om met een en dezelfde editie verschillende doelgroepen te bedienen. Vanuit een wetenschappelijk verantwoorde digitale basiseditie kunnen uiteenlopende uitgaven worden afgeleid, bijvoorbeeld een herspelde of hertaalde leeseditie, een bloemlezing of een specifiek op het onderwijs toegesneden uitgave. De stap naar een wetenschappelijk verantwoorde herspelde of hertaalde uitgave is echter nog nauwelijks gezet. Kan die combinatie eigenlijk wel bestaan? En zo ja, zijn er randvoorwaarden te noemen waar zo’n uitgave aan zou moeten voldoen? Of moeten editeurs het hertalen van teksten maar overlaten aan schrijvers en journalisten, zoals tot op heden veelal gebeurt? Of zouden de hertalers misschien juist kunnen profiteren van het werk van editeurs? En hebben wetenschappelijke edities ook een meerwaarde voor andere populariseringen, zoals verfilmingen, verstrippingen of luisterboeken? En andersom?

Programma

In de voorlopige opzet van de dag zijn zes lezingen voorzien, verdeeld over drie sessies. Iedere sessie zal worden afgesloten met een ‘statement’, waarin een kenner van naam in een kort maar krachtig betoog reageert op de twee voorgaande lezingen en aldus de discussie in gang zet:

Sessie 1:
- Digitale ontsluiting van archieven

- De wetenschappelijke editie als basis voor andere vertaalslagen

Sessie 2:
- De ontsluiting van collecties: op weg naar een nieuw systeem

- Museale presentatie: over het ‘Pantheon’-concept

Sessie 3:
- Hertalingen van klassieke meesterwerken

- Verfilming/verstripping/luisterboeken/hoorspelen

Nadere informatie over de invulling van het programma volgt.

Informatie over voorgaande edities van het symposium vindt u hier.

Reageer