Het Project Bamboo is een poging om inzet van informatietechnologie in de geesteswetenschappen te bevorderen. Het gaat om een project van de Universiteit van Californië (Berkeley) en de Universiteit van Chicago, dat wordt gesteund door de Mellon Foundation. Het project bestaat uit twee fases: in de eerste fase (18 maanden) wordt het echte werk voorbereid. Hier is het projectplan.

Wat is de verwachte uitkomst van de eerste fase?

* a deep and structured understanding of humanities scholarship and artistic practice which can be used to guide technology services design and organizational models for delivery. Het resultaat hiervan wordt vestgelegd in een document Scholarly Practice in the Arts and Humanities: Foundations for Service Development
* a community-endorsed technology services roadmap for scholarship. Vast te leggen in een document An Arts and Humanities Digital Services Roadmap;
* identification of organizational, staffing, and partnership models to support the on-going provision of these services.

E.e.a. moet uitmonden in een plan dat gedragen wordt door een groot aantal instellingen, in de VS en elders. Het proces dat tot deze doelstellingen moet leiden bestaat uit een aantal workshops, begeleid door een projectgroep. Tussen de workshops in wordt gewerkt aan demonstrators, kleine projecten die de geïdentificeerde services demonstreren en zo het denkproces moeten ondersteunen. Het geheel aan services moet worden gerealiseerd op een gedeelde architectuur, die hergebruik van resources en programmatuur mogelijk moet maken.

Het lijkt allemaal erg op het voorstel voor Alfalab, dat een aantal KNAW-instituten in voorbereiding heeft: de nadruk op een gedeelde architectuur voor herbruikbare objecten en diensten, de demonstrators die de haalbaarheid testen en de waarde aantonen, en de gefaseerde opzet.

Opmerkelijke aspecten aan Bamboo zijn (1) de wens om de keuzes voor te bouwen oplossingen te bepalen aan de hand van werkelijk inzicht in de praktijk van de geesteswetenschap. Dat lijkt geen eenvoudige opgave, ook omdat men de praktijk van de kunstbeoefening hierbij wil betrekken. Je kunt je afvragen of het niet wijzer zou zijn om het terrein enigszins in te perken; en (2) het streven om te komen tot een ‘roadmap’ die gedragen wordt door een groot aantal betrokken partijen: de geesteswetenschappers, de computerwetenschappers, de ondersteunende ICT-ers op de campus en de universiteitsbibliotheken. Men schetst hoe in het geval van bijvoorbeeld een digitale collectie van Tibetaanse manuscripten de computerwetenschap zou kunnen helpen de manuscripten te transcriberen en analyseren, en en passant zou kunnen leren de verschillende Tibetaanse dialecten te identificeren. Ook vanuit informatiekundig oogpunt zouden dat interessante vragen zijn.

Het is interessant, maar ook erg Amerikaans. Vooral het idee dat de geesteswetenschappelijke praktijk te beschrijven valt op de manier waarop je het bedrijfsproces van een verzekeringsmaatschappij kunt beschrijven lijkt wel erg naïef.

Geplaatst in project, weblog digital humanities

Reageer