Zojuist uitgekomen: Past, Present and Future of Historical Information Science, door Onno Boonstra, Leen Breure en Peter Doorn.

Boonstra, Breure en Doorn zijn drie gerespecteerde onderzoekers op het terrein van het gebruik van ICT in de geschiedwetenschap. De ontwikkelingen rond het NIWI waren voor hen een aanleiding om zich gezamelijk te bezinnen op de mogelijke rol voor ICT in de geschiedenis en meer algemeen in de geesteswetenschappen.

Na de inleiding en een aantal beschouwingen van algemene aard, geeft hoofdstuk drie van het boek een overzicht van het ‘verleden’ van de historische informatiewetenschap. Het hoofdstuk beschrijft de verschillende aspecten van de technologie die in de geschiedwetenschap zijn gebruikt: tekstcodering en databases, statistische technieken, visuele hulpmiddelen en geografische informatiesystemen. Er zullen niet veel mensen zijn die uit dit hoofdstuk niet iets kunnen leren.

Hoofdstuk vier bespreekt het heden, en constateert dat er v.w.b. veel onderwerpen een kloof bestaat tussen de informatiekunde in wijdere zin en de historici die werken in de historische informatiekunde. Een belangrijk aspect van die kloof is dat informatiekundigen zoeken naar het generaliseerbare, terwijl de historici vaak weinig aandacht hebben voor meer methodologische vraagstellingen. Het probleem wordt nog eens verergerd door de afstand tussen de ‘gewone’ historici en degenen die zich gespecialiseerd hebben in de toepassing van ICT.

Het slothoofdstuk beschrijft een mogelijke toekomstige infrastructuur voor de historische informatiewetenschap. Aandacht gaat uit naar de onderzoekslijnen en de mogelijke betrokkenen. Het rapport breekt een lans voor meer samenwerking tussen deze betrokkenen: onderzoekers, erfgoedinstellingen, (historisch) informatiekundigen en computerwetenschappers. Ten behoeve van dergelijke samenwerking wordt een ‘dual project’-model voorgesteld. Om te voorkomen dat de techniek een ondergeschikte positie krijgt (en dus niet interessant is voor de informatiewetenschappers, en dus achterblijft bij wat mogelijk is) is het wenselijk dat informatiekundige onderzoeksprojecten en computerondersteunde projecten in de geschiedenis parallel optrekken. Het rapport doet aanbevelingen over de gewenste vorm van communicatie tussen beide deelprojecten.

In de appendix wordt een lijst met mogelijke onderwerpen gegeven voor historisch-informatiekundig onderzoek. Het is te hopen dat degenen die beslissen over de toewijzing van gelden aan onderzoekers deze lijst af en toe raadplegen.

De studie van Boonstra, Breure en Doorn is m.i. verplichte kost voor ieder die zich in Nederland beweegt op het grensvlak van geesteswetenschappen en ICT.

Geplaatst in publicatie, weblog digital humanities

Reageer