Het Free Expression Policy Project publiceerde onlangs The Information Commons, een rapport van de hand van Nancy Kranich.

Kranich beschrijft in haar rapport de beweging die zich aan het vormen is rond het idee van een ‘Information Commons’, een informatieruimte die niet wordt gemonopoliseerd door commerciële giganten als uitgevers, mediaconcerns en softwarebedrijven. Het rapport behandelt de oorspronkelijke betekenis van ‘commons’, tussen dorpelingen gedeelde weidegronden. Veel van die gedeelde gronden raakten in de loop van de geschiedenis toch in particulier bezit, en net zo lijkt het te gaan met het gedeelde creatieve, wetenschappelijke en informatieve bezit van de mensheid. Een grote bedreiging daarvoor wordt bijvoorbeeld gevormd door het steeds extremer uitbaten van auteursrechten door uitgeverijen, en de ondersteuning van dat proces door de wetgevers.

Juristen, sociale wetenschappers en economen hebben zich beziggehouden met de vraag in welke omstandigheden dergelijke ‘commons’ een levensvatbaar model bieden voor het beheer van gedeelde goederen. De uitkomst van deze studies kunnen worden gebruikt in het bouwen, versterken en verdedigen van een ‘information commons’.

Als voorbeelden van een ‘information commons’ bespreekt Kranich de open source beweging in de ontwikkeling van software, de open access beweging van wetenschappers en bibliotheken voor vrije toegang tot wetenschappelijke literatuur, het delen van educatief materiaal door scholen en de inrichting van vrij toegankelijke digitale bibliotheken.

Veel van deze initiatieven delen belangrijke kenmerken:

De achtergrond van Kranich’s rapport is de zorg om vrijheid en democratie, die alleen kunnen bestaan in een omgeving van geïnformeerde, vrije mensen. Het rapport richt zich overigens heel expliciet op een Amerikaans publiek.

Het rapport sluit af met een serie aanbevelingen. Ze roepen op tot coalitievorming en actie. Alleen wanneer we erin slagen een gezamenlijk front te vormen kunnen we hopen de mediamolochs te weerstaan. Daarvoor is het ook nodig om méér te hebben dan alleen een gemeenschappelijke vijand. Het rapport kun je zien als een poging om de ‘information commons’ tot een gedeeld ideaal te maken voor diegenen die zich inzetten voor vrijheid van wetenschappelijke en artistieke communicatie.

Het is wat dat betreft een inspirerend rapport. Wat wel opvalt is dat er geen woord wordt gewijd aan die andere bedreiging van vrije en ongecontroleerde uitwisseling van informatie: de paranoia van onze veiligheidsdiensten en ministers van Justitie.

Geplaatst in publicatie, weblog digital humanities

Reageer