Het tijdschrift Zacht Lawijd wil ‘nieuw onderzoek voor een breed geïnteresseerd publiek’ presenteren. De laatste aflevering – het themanummer Reinold Kuipers (1914-2005), uitgever – slaagt daar niet helemaal in, vindt Rob Delvigne.

In het nummer van oktober 2010 staat een opstel van Lisa Kuitert over ‘De omnibussen van “uitgever Huilenburg”’. Zo verbasterde Willem Frederik Hermans de naam van uitgever Herman van Kuilenburg, die overal zijn beklag deed nadat hij door de schrijver in 1962 hard was aangepakt voor de VPRO-televisie. Het artikel van Kuitert bestaat voornamelijk uit de transcriptie van het tv-interview, dat Hermans Van Kuilenburg afnam.

Is dit het nieuwe onderzoek dat Zacht Lawijd zo graag wil presenteren? Het interview was al 35 jaar geleden door mij uitgeschreven en in De Revisor gepubliceerd. In de weergave van het gesproken woord zitten kleine verschillen. Ik laat Hermans zeggen: ‘De heer Van Kuilenburg is directeur van de Arbeiderspers, zoals ik u zei een gróte uitgeverij, die gróte boeken uitgeeft’. Kuitert heeft: ‘De heer van Kuilenburg is directeur van De Arbeiderspers, zoals gezegd een grote uitgeverij’. Futiele verschillen, die het opnieuw transcriberen niet rechtvaardigen.

De lezers van Zacht Lawijd krijgen niet te horen dat en waarom Kuitert mijn werk over heeft gedaan. In een voetnoot zegt ze, dat ik ‘eerder aandacht besteed [heb] aan de in dit artikel aan de orde komende televisie-uitzending’. Dat ik in mijn artikel ‘Hermans als interviewer’ ook het tv-interview integraal heb opgenomen, zegt ze er niet bij. De lezer mocht eens gaan vermoeden, dat Kuitert oude kost opdient als een verse hap.

Het is duidelijk. Kuitert heeft in een laat stadium weet gehad van mijn artikel, zo eenvoudig terugvindbaar via de BNTL of via de secundaire bibliografie op de officiële Hermans-site. Met een nietszeggende verwijzing heeft ze de overbodigheid van haar werk trachten te maskeren.

Rob Delvigne

Reageer