Een aflevering van Zuurvrij is iedere keer weer een lust voor het oog. Het huisorgaan van het Antwerpse Letterenhuis bericht ook ditmaal weer over interessante (editie)projecten.

Het zojuist verschenen nummer 19 opent met een mooie bijdrage van Matthijs de Ridder, die samen met Liesbeth Vantorre een editie voorbereidt van het Verzameld Werk van Kurt Köhler, ‘een van de meest verrassende Geheimtipps van de Nederlandstalige literatuur’, aldus de intro. Achter het pseudoniem gaat de Antwerpenaar Stan Soetewey (1907-1945) schuil, auteur van de wonderlijke romans Baltazar Krulls hart zingt maneschijn (1933) en Vade mecum voor de jonge zelfmoordenaar (1934).

De editeurs zullen er hun handen aan vol hebben: de door de auteur zelf gepubliceerde boeken wemelen van de fouten, ontbrekende zinnen en doorelkaar gehusselde passages (zelfs de auteursnaam en titel werden verkeerd gespeld), en ook de heruitgave uit 1978 was een rommeltje. ‘Een nieuwe editie drong zich op’, schrijft De Ridder en dat lijkt me niets teveel gezegd. Op basis van de oorspronkelijke manuscripten en typoscripten hopen hij en Vantorre ‘de teksten niet alleen opnieuw beschikbaar, maar ook voor het eerst écht toegankelijk te maken’.

Kris Humbeeck en Britt Kennis geven een voorproefje van alweer een nieuw deel in het Verzameld Werk van Louis Paul Boon, Niets gaat ten onder uit 1956, dat eveneens binnenkort zal verschijnen. En als het aan Johan Vanhecke ligt zou er dit jaar ook een tekstkritische uitgave mogen komen van Hubert Lampo’s De komst van Joachim Stiller, als hommage aan deze klassieker die vijftig jaar geleden verscheen. Nog afgezien van de immense populariteit van het boek: alleen al het prachtige manuscript van Joachim Stiller dat bewaard bleef rechtvaardigt een editie.

Verder zijn er mooie verhalen over de Amerikaanse Edna Worthley Underwood, die in het interbellum in haar eentje de Vlaamse Letteren in vertaling op de markt wilde brengen, over de archieven van de uitgeverijen J.E. Buschmann en Dedalus, dat van boekillustrator Martha van Coppenolle, enzovoort enzovoort. Teveel om op te noemen.

Nog eentje dan: in de rubriek ‘Aanwinsten’ schrijft Marc Somers over de recente schenking van Elsschot-archivalia uit het familiearchief, voor wie nog even wil nagenieten nu de succesvolle tentoonstelling over Elsschot is afgelopen. Bijvoorbeeld van het bedankje-op-rijm dat hij maakte voor zijn echtgenote, die het op haar 71e verjaardagsfeest in 1953 als ‘Tante Fine’ voor zou lezen:

Dat ik na een en zeventig jaren
weer gedwongen word te baren!
Kinderen baren doet wel zeer,
verzen baren nog veel meer,
of gij moet een echte Van Thillo zijn,
die werpen verzen zonder pijn.
Ik had waarachtig niet verwacht
dat iemand aan mij zou hebben gedacht.
Uw vriendelijkheid, gij moogt het weten
zal ik dan ook niet licht vergeten.

Peter de Bruijn

Zuurvrij. Berichten uit het Letterenhuis 19 (december 2010). Een abonnement bedraagt 20 euro voor 2 jaargangen van telkens 2 nummers (te verschijnen in juni en december), zie de website voor meer informatie.

Reageer