Het nieuwste nummer van De Parelduiker besteedt ruim aandacht aan Kees Lekkerkerker, de scrupuleuze tekstbezorger wiens naam vooral is verbonden aan het werk van Slauerhoff. Maar hij was meer dan dat…

In De Parelduiker (2010/5) schrijft Menno Voskuil over ‘Het literaire leven van Kees Lekkerkerker (1910-2006)’, zoals de ondertitel van zijn artikel luidt. Lekkerkerker zal herinnerd worden als de scrupuleuze bezorger van het werk van enkele belangrijke figuren uit de moderne Nederlandse letterkunde. Het verzameld werk van Slauerhoff en Hoornik en de verzamelde gedichten van Jacob Israël de Haan zijn door hem bezorgd. Op het omslag van deze aflevering van De Parelduiker wordt zijn werk samengevat met: ‘Schatbewaarder van Slauerhoff’.

Het is minder bekend – en Voskuil schrijft er maar kort over – , hoeveel werk Lekkerkerker verzet heeft voor de literaire erfenis van De Haan. Mensen die toch nog iets positiefs willen zeggen over de De Haan-biografie van Jaap Meijer (De zoon van een gazzen, 1967) brengen vaak naar voren, dat Meijer zoveel over De Haan boven water heeft weten te krijgen. Zij weten niet, dat Lekkerkerker voorbereidend werk heeft gedaan met de Beschrijvende catalogus van het werk van Jacob Israël de Haan (1881-1924), door hem samengesteld ‘in opdracht van de Nederlandse Regering’ in 1951-52.

Met deze getypte bibliografie van zelfstandige en verspreide publicaties kon Meijer aan de slag voor zijn biografie. Het is niet aan Lekkerkerker te wijten, dat Meijer vanuit zijn preoccupatie een groot deel van De Haans werk oversloeg om zo snel mogelijk bij de ‘Dichter van het Joodsche Lied’ uit te komen. Decadente vertellingen zoals die in het tijdschrift Levensrecht van 1907 heeft Meijer bewust geen woord waardig gekeurd.

Afbeelding: Aanvraagbriefje van Jaap Meijer voor Levensrecht jaargang 1907 uit de Universiteitsbibliotheek Amsterdam (aangetroffen toen ik deze jaargang twintig jaar later opvroeg. Ik was na Meijer de eerste die het inkeek, vermoed ik).

Ook Lekkerkerker sloeg een deel van De Haans werk over  in de Verzamelde gedichten (1952, 2 dln.): pas toen Albert Verwey in 1909 gedichten van hem opnam in De Beweging stelde De Haans poëzie iets voor. Lekkerkerker heeft de gedichten van vóór die tijd als ‘onvoldragen jeugdwerk’ (Verantwoording in dl. 1, p. 399) ter zijde gelegd. Lekkerkerker lichtte dit esthetische oordeel nog eens toe in een artikel over De Haan in de Joodsche Wachter uit deze tijd: ‘alles wat deze vóór 1909 in druk gaf, is ongetwijfeld van waarde voor wie de volledige mens wil leren kennen, maar literair gezien is het van weinig betekenis. Ik reken hieronder ook de romans Pijpelijntjes en Pathologieën’, respectievelijk uit 1904 en 1908.

Dit oordeel over het proza door een gevoelsgenoot van De Haan zal niet enkel door esthetische afwegingen zijn ingegeven; De Haan zal voor Lekkerkerker iets te onbewimpeld over homoseksualiteit geschreven hebben. De Haans reputatie is heden ten dage vooral gebaseerd op zijn (proza)werk van vóór 1909. In die zin hebben Lekkerkerker en Meijer de plank misgeslagen en is het tijd voor een nieuwe biografie van De Haan. De eerste gegadigde heeft zich al gemeld, zo vernam ik onlangs, en dat is dus goed nieuws.

Of er ook ooit een nieuwe editie van het werk van De Haan zal komen betwijfel ik. Van het proza wellicht wel, maar voor de gedichten zullen we het voorlopig met de editie van schatbewaarder Lekkerkerker moeten blijven doen.

Rob Delvigne

De Parelduiker 2010/5,  Schatbewaarder van Slauerhoff | Uitgeverij Bas Lubberhuizen, Amsterdam | ISBN 9789059372474 | Prijs € 9,50 | Bestellen

Reageer