Gedichtendag, Nationale Gedichtenwedstrijd, VSB-poëzieprijs: het is weer die tijd van het jaar. Jan Gielkens haalt herinneringen op.

Zou Ton Luiting ook hebben deelgenomen aan de Turing Nationale Gedichtenwedstrijd 2010-2011? Vast wel. Ton Luiting schreef ooit het aforisme ‘Een literaire prijs is een prijs, die altijd een ander krijgt’. Als je zoiets opschrijft heb je al te vaak geprobeerd een prijs te winnen. Ik kom nog op Ton Luiting terug.

Enkele deelnemers aan de Turing Nationale Gedichtenwedstrijd 2010-2011

Een aardige collega deed ook mee aan de wedstrijd. Hij was een van de 2300 inzenders, die met z’n allen bijna tienduizend gedichten instuurden. Mijn aardige collega zat met zijn inzending bij de beste honderd, maar hij won niet. Zelf had hij een variant op het aforisme van Luiting bedacht. Hij ging naar de uitreiking met twee verwachtingen: dat hij niet zou winnen en dat hij het winnende gedicht niet mooi zou vinden.

Ik schreef ook ooit gedichten, en ik deed één keer mee aan een soort wedstrijd. Die was, in 1987, georganiseerd door de Stichting De Koofschep, met vestigingen in Hilversum (Nederland) en Hulshout (Vlaanderen). Grote man achter De Koofschep: Ton Luiting. Er werden 317 gedichten ingezonden, lees ik in het ‘Colophon’ van het boekje waarin bijna de helft van de inzendingen werd opgenomen. Er waren prijzen aan de wedstrijd verbonden (in de jury zat Ton Luiting), de hoofdprijs ging naar Henne J. Neppelenbroek uit Raalte. Ik won geen prijs.

Het moesten gedichten over beeldende kunst zijn volgens de oproep om deelname in de Poëziekrant, waarop ik toen geabonneerd was. Er stonden toen tientallen van dit soort oproepen in de Poëziekrant, en ik had een reeks gedichten over beeldende kunst liggen, dus stuurde ik er een in. Het was dit gedicht (en ik ga hier beslist niet zeggen dat het een jeugdzonde was):

Stilleven met Chinese vaas
(De schilder is Van Streeck)

De vaas denk ik weg.

Het glas (blijft
die droesem zweven
zolang ik kijk?)
heeft een veel
te lange voet.

Ik zet de vaas weer neer,

Aan het heft te zien
ligt er een mes onder
het bos, te zien
aan het bord ligt
daar geen mes.

Juriaen!

Dat brood kan nu wel
weg, het schimmelt.

Ik weet niet meer of ik, toen ik het gedicht opstuurde, wist dat je de bundel met uitgekozen inzendingen (titel: Bekijk het maar, onder redactie van Ton Luiting e.a.) niet cadeau kreeg als bewijsexemplaar of als dank voor de deelname. Je moest hem kopen, en dat deed ik dus maar. Het boek kwam en ik constateerde dat het foeilelijke ding tot stand was gekomen met steun van de Vrije Hulshoutse Radio Telstar, restaurant De Ritten (ook in Hulshout), en varkensvleesgroothandel Rik Laenens in Olen. Al bladerend zag ik bekende namen voorbijkomen als S. Carmiggelt en Gerrit Komrij, maar nog veel meer onbekende. En ik zag mijn naam. Maar wat had die Luiting nou gedaan? Hij had de ondertitel van mijn gedicht ingekort. Overgebleven was ‘(Van Streeck)’. Er ging een boze brief naar Luiting, maar die antwoordde nooit. Jammer was dat ik zijn zes jaar eerder verschenen bundeltje Aforismen toen nog niet kende, anders had ik er in mijn brief uit kunnen citeren: ‘Hoe minder men weet, hoe gemakkelijker men een besluit neemt.’ Luiting zit tegenwoordig overigens in de politiek, dus dat inzicht komt van pas.

Met mijn gedicht kwam het later dat jaar nog goed: het werd compleet en ongeschonden gepubliceerd in het poëzienummer van de jubileumjaargang 1987 van de honderdvijftigjarige Gids. Zo zie je maar, hoe gemakkelijk varianten ontstaan. Het is dus goed om hier, in verband met mijn Volledige Werken, vast te stellen dat de versie in De Gids de laatste geautoriseerde was voordat de dichter in mij overleed.

Jan Gielkens

Een reactie op “Bekijk het maar”

  1. [...] twee gedichten van experimentele sound poet Holly Pester en lees het interview op 3:am ~~  Jan Gielkens haalt herinneringen op aan poëzieprijzen en gedichtendagen en aan Ton Luiting  ~~  Binnenkort [...]

Reageer