De Assistant for Philological Explorations (APE) is een programma van Dieter Köhler. Het programma is interessant omdat het een bijdrage levert aan het veld van het web-gebaseerd annoteren, waar we bij het CHI aan werken in het EDITOR-project.

De programmatuur van Ape richt zich vooral op het oplossen van een lastig probleem bij het web-gebaseerd annoteren, dat van de toepassing van kanonieke referentie-systemen.

Wie wil annoteren, moet kunnen verwijzen naar de passage die hij annoteert. Kanonieke referentie-systemen (zoals bijvoorbeeld de manier waarop we naar Bijbelteksten verwijzen, of naar passages in Ovidius of Plato, of naar tal van andere klassieke teksten) wijzen niet naar een precieze plaats in een individueel exemplaar, of zelfs maar een individuele editie van een bepaald werk. Zo’n verwijzing wijst naar een plaats in een besproken werk, die men in een willekeurige beschikbaar zijnde editie kan opzoeken.

Zo’n verwijzingssysteem werkt dus heel anders dan de hyperlinks zoals we die normaal gesproken op het Internet gebruiken. Gewone hyperlinks hebben een aantal belangrijke tekortkomingen voor het gebruik in web-annotatie:
* ze blijken vaak een korte levensduur te hebben (om duizend verschillende redenen, maar bijvoorbeeld omdat bij een reorganisatie een web-adres wordt aangepast);
* ze verwijzen naar een passage in een concrete editie van een werk, in plaats van naar een ‘abstracte’ passage, los van de concrete editie;
* je kunt er dus in het algemeen ook niet aan zien naar welke ‘abstracte’ passage wordt verwezen. Ze zijn dus onbruikbaar bij een onderzoek naar vragen als ‘waar wordt verwezen naar boek 4 regel 373 van Ovidius’ Metamorphoses?’.

Köhler heeft over dit probleem duidelijk grondig nagedacht. (In EDITOR zijn we het totnogtoe geheel uit de weg gegaan). Zijn APE-programma werkt op basis van meerdere catalog-bestanden, die in verschillende stappen labels voor abstracte lokaties in de te annoteren tekst uiteindelijk koppelen aan URL’s, hyperlinks naar fysieke plaatsen in bestanden. Op het moment gaat het daarbij om bestanden op de harde schijf van de computer; uiteindelijk is naturlijk het idee dat op deze manier annotaties op webedities gemaakt en gedeeld kunnen worden.

Om met APE te kunnen werken, moet er dus eerst een kanoniek referentie-systeem worden gedefinieerd en moeten de bijbehorende digitale catalogus-bestanden worden aangemaakt. Op het moment lijkt het programma daarvoor nog geen hulpmiddelen te bevatten. Waarschijnlijk is het wel doenlijk om zelf de daarvoor benodigde XML te schrijven, maar dat maakt het gebruik van APE op het moment toch wel lastig.

De annotaties zelf worden opgeslagen in een bestandsformaat waarvan in elk geval de header met meta-informatie duidelijk geïnspireerd is op het gegevensformaat van het TEI. De annotaties hebben de vorm van vrije tekst, en kunnen niet worden getypeerd.

Het wordt mij overigens niet erg duidelijk, in welke configuratie of constellatie Ape uiteindelijk zou worden gebruikt. Het is duidelijk dat een onderzoeker aantekeningen kan maken die, dankzij het mechanisme van de kanonieke referenties, niet afhankelijk zijn van een individuele digitale editie. Maar op het moment dat deze aantekeningen op het web worden geplaatst, zal wel iemand of iets de kanonieke verwijzen moeten vertalen naar, of aanvullen met, een hyperlink naar een concrete lokatie in een bestaande digitale editie.

Samenvattend: een interessant en in somige opzichten degelijk product, dat in andere opzichten duidelijk nog verder ontwikkeld moet worden. Het biedt een belangrijke bijdrage aan de gedachtevorming over wetenschappelijk annoteren van digitale edities.

Geplaatst in annotation, software, weblog digital humanities

Reageer