Zoals bij velen misschien al bekend hebben we vorige week een nieuwe editie van de brieven van Vincent van Gogh ten doop gehouden.  Een prachtige zesdelige uitgave op papier en een webeditie die zelfs nog iets completer is, voor iedereen gratis beschikbaar op www.vangoghletters.org. Een klein ploegje mensen van het Huygens Instituut heeft de afgelopen anderhalf jaar hard aan die webeditie gewerkt, samen natuurlijk met editeurs en andere betrokkenen bij het Van Gogh Museum.

Wat doe je als zo’n editie eenmaal in de lucht is? Complimentjes in ontvangst nemen en uitslapen? Dat ook, maar er moet nog meer gebeuren.

We willen natuurlijk graag dat deze editie ook gebruikt wordt. We zijn ook maar mensen, en een beetje waardering doet ons goed. De instituten die hier geld en tijd in hebben gestoken stellen het ook op prijs als dat welbesteed geld en welbestede tijd is.

In het geval van Van Gogh is er een bijzondere reden waarom het niet voor zich spreekt dat de editie zijn weg naar de gebruikers vindt, en dat is dat er op het Internet al een paar populaire sites staan waar oude uitgaven van die correspondentie te vinden zijn. Het zou natuurlijk onzegbaar frustrerend zijn als de nieuwe uitgave, met een veel betere tekst, een veel betere vertaling, met toelichtingen waar eindeloos veel werk in is gestoken, niet zijn weg zou vinden naar de gebruiker. Dat betekent dat we in Google bovenaan de index moeten komen. En dat betekent weer dat we moeten zorgen dat mensen die webpagina’s maken van onze editie op de hoogte zijn, zodat ze ernaar kunnen verwijzen; want zo werkt Google.  Vandaar ook dat we ijverig volgen waar er over de editie wordt geschreven, en wat dat voor gevolgen heeft voor de Google rankings.

Vorige week hadden we een tegenslag: een persbericht van Associated Press noemde het adres van een testmachine in plaats van het echte webadres.  Dit weekend bleek plotseling dat één van de achterliggende servers in de Google index terecht was gekomen, in plaats van het echte adres. Dat heeft weer andere nadelen, omdat we met die achterliggende servers moeten kunnen schuiven zonder dat de gebruikers daar last van heeft.

En ondertussen houden we de statistieken in de gaten. Op de eerste dag na de lancering hadden we ongeveer 5000 bezoekers. Niet slecht, maar dat waren natuurlijk veel mensen die door persberichten nieuwsgierig geworden waren. Hoe gaat dat in de toekomst? Ik ben benieuwd.

Geplaatst in 19e eeuw, beeldende kunsten, publicatie, weblog digital humanities

Reageer