Op de conferentie van de Renaissance Society of America, vorige week in Venetië, werden een paar nieuwe edities van toneelstukken gepresenteerd.

Richard Cave presenteerde een editie van de toneelstukken van Richard Brome. Een uniek aspect aan de editie is dat passages uit de stukken worden geïllustreerd door 40 uur videofragmenten (zie bijvoorbeeld hier). De bezorger heeft niet alleen een correcte tekst willen geven, hij heeft ook willen laten zien dat de spelen uitvoerbaar zijn. De site richt zich dan ook expliciet zowel op geleerden als op theaterprofessionals. Omdat er nauwelijks een opvoeringsgeschiedenis van de stukken bestaat was het idee vooral exploratief te werk te gaan: geen afgeronde stukken aan te bieden, geen definitieve interpretatie. De acteurs zijn professionals, maar de opnamen geven de indruk van stukken die worden gerepeteerd eerder dan dat ze worden uitgevoerd. Bepaalde keuzes tussen tekstuele varianten konden zo mede worden worden gemaakt op basis van ervaringen opgedaan tijdens de opnamen.

Niet zozeer een editie als wel een studie van theaterpraktijk wordt geboden door het onderzoeksproject naar The Queen’s Men, een Engels toneelgezelschap uit de 16e eeuw. De site bevat opvoeringen van verschillende stukken. De bedoeling is de video, inclusief uitgebreide annotatie en argumentatie, wel in een editie onder te brengen. Deze editie zal worden gebaseerd op het platform van de Internet Shakespeare editions.

Verder zagen we een voorproefje van een editie van CervantesLa Entretenida, gemaakt door o.a. John O’Neill en Paul Spence van King’s College Londen. Hier geen video, maar wel een streven naar vernieuwing door uitgebreide indexering, contextualisatie in het overige werk van Cervantes en aandacht voor het gebruik van verschillende versvormen. Ook hier is het doel om meer dan voorheen de editie interessant te maken voor theatermakers, niet alleen voor letterkundigen. Helaas nog niet online.

Tenslotte presenteerde Eugene Giddens een editieproject rond de toneelstukken van James Shirley. Voor dit project was de digitale editie bijzaak in het maken van een papieren editie. Giddens beschouwde het als niet onmogelijk dat het meest blijvende digitale resultaat van zijn project een verbeterde tekst voor de stukken van Shirley in het TCP zou zijn. Digitale edities konden sterven, meende hij, en van TCP (het Text Creation Partnership, dat transcripties maakt op basis van de microfilms die getoond worden in EEBO, Early English Books Online) ligt dat minder voor de hand. Het is waar, maar ook een beetje jammer.

Geplaatst in editie, renaissance, weblog digital humanities

Reageer