Juni 2011: in de zomer van 1913 werd de grootscheepse huldiging van Hugo Verriest  in beeld gebracht door mannen van naam: Karel van de Woestijne, auteur en vormgever, en Stijn Streuvels, fotograaf.

Van de honderden brieven die door de auteurs rond het tijdschrift Van Nu en Straks zijn geschreven, zijn er amper twintig bewaard tussen twee belangrijke betrokkenen die ook grote namen zijn in onze literatuurgeschiedenis: Karel van de Woestijne en Stijn Streuvels.

Wat de inhoud, vorm en toon betreft, geeft hun correspondentie de indruk uit twee delen te bestaan. De negen brieven uit de eerste helft (tussen mei 1896 en maart 1898) behandelen de kennismaking tussen de twee schrijvers, Streuvels’ toetreden tot Van Nu en Straks en de publicatie van Streuvels’ novelle ‘Lente’ in het tijdschrift Werk. Aangezien geen enkele van die gebeurtenissen rimpelloos is verlopen, is de toon in dit eerste deel van de briefwisseling nergens echt vriendschappelijk. Het ene probleem volgt het andere op, Streuvels en Van de Woestijne lijken elkaar niet te vertrouwen en de beide auteurs zitten duidelijk niet op dezelfde golflengte.

Na die eerste periode volgen zeven jaren waaruit geen brieven zijn bewaard. Het volgende briefje, geschreven door Streuvels in oktober 1905, is kort maar hartelijk. Het lijkt een tweede periode in te luiden, waarin de onderlinge misnoegdheid en het sluimerende wantrouwen plaatsmaken voor vriendschap en begrip. Van de Woestijne stuurde o.m. vanuit Bosvoorde en Blankenberge vrolijke kaartjes naar Streuvels en bracht in zijn langere brieven allerlei thema’s ter sprake die hen beiden aanbelangden, zoals de Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde, enkele tentoonstellingen en het tijdschrift De Boomgaard.

Op 18 mei 1913 schreef Van de Woestijne een brief aan Streuvels naar aanleiding van de nakende huldeviering voor Hugo Verriest (1840-1922). Die was in juni 1895 als pastoor vanuit Wakken naar Ingooigem overgeplaatst, waar hij in 1912 met pensioen zou gaan. Dat laatste gaf aanleiding tot een groot feest voor de op dat moment zeer bekende en gevierde leraar, priester en redenaar. Het feest werd georganiseerd door de Vereeniging van Vlaamsche Letterkundigen (VVL), die daarmee het vijftigjarige priesterschap (waarvan achttien in Ingooigem) van Verriest wilde vieren.

Streuvels kende Verriest al veel langer – hij had vooral als neef en executeur-testamentair van Guido Gezelle met Verriest te maken gehad, die Gezelle als geen ander op handen droeg – maar toen hij in 1905 als kersvers inwoner van Ingooigem ook nog eens dorpsgenoot van Verriest werd, ontstond er zelfs een soort van vriendschap. Onlogisch was het dus geenszins dat Streuvels secretaris en penningmeester werd van het comité dat de grote huldefeesten voor Verriest in de zomer van 1913 voorbereidde. Het was een baantje dat een enorme hoeveelheid niet te voorziene problemen met zich heeft meegebracht, maar voor Verriest wilde Streuvels die moeite blijkbaar wel opbrengen.

Op 18 mei 1913 schreef Van de Woestijne aan Streuvels:

Ik heb opdracht van den Groenen Amsterdammer, om tegen de huldiging een artikel te schrijven, dat een paar weken op voorhand verschijnen zal met illustraties. Voor den tekst kom ik dezer dagen naar Ingoyghem. Voor de foto’s kom ik nu reeds bij u aankloppen.

Wat volgt is een gedetailleerd voorstel voor een aantal foto’s die Van de Woestijne wilde ontvangen:

Bestaat er 1° van Verriest een goed portret uit den laatsten tijd? Is er 2° kans een te maken in zijne werkkamer? Een 3° ander met u naast hem? En 4° een kiekje op Ingoyghem? Dat zou al vier zijn. [...] Als de hierboven-gemelde foto’s niet bestaan, zoudt gij ze niet kunnen (of willen) maken? Ik zou er u zeer dankbaar voor zijn, en de Groene natuurlijk ook. Wat zegt gij?

Stijn Streuvels was behalve schrijver van beroep ook een gedreven amateur-fotograaf. Naast zijn rol in het organiserende Verriest-comité was het dus ook daarom dat Van de Woestijne hoopte dat Streuvels hem aan enkele portretten van Verriest kon helpen. Toen de uiteindelijke tekst op 17 augustus 1913 in De Amsterdammer verscheen, bleek die inderdaad rijk geïllustreerd, dankzij de hulp van fotograaf Stijn Streuvels.

Dat De Amsterdammer best plaats wilde maken voor een aantal afbeeldingen, lijkt slechts een detail, maar dat was het in 1913 natuurlijk niet. De fotografie (en ook het afdrukken van foto’s) veronderstelde nog behoorlijk wat technische en praktische kennis en rompslomp, was bijgevolg niet goedkoop en dus allesbehalve evident. Dat De Amsterdammer verscheidene foto’s bij de tekst wilde publiceren, zegt daarom iets over het belang dat het aan Verriest en de voor hem bedoelde hulde hechtte.

Het beeldende denkwerk van Van de Woestijne i.v.m. de verluchting van zijn eigen artikel is interessant, omdat hij als een echte vormgever heeft nagedacht over de plaatjes hij bij zijn tekst gepubliceerd wilde zien. De brief en het daaruit voorkomende artikel in De Amsterdammer illustreren ook mooi hoe de amateur Stijn Streuvels zich hier op verzoek van Karel van de Woestijne even als professionele, journalistiek werkende fotograaf ontpopt heeft. Behalve een foto van Verriests huis verscheen immers wel degelijk een portret van de priester in De Amsterdammer, met daaronder netjes de vermelding: ‘Opname van Stijn Streuvels’.

Bert Van Raemdonck

Het artikel van Van der Woestijne in De Amsterdammer is te bekijken via het online beschikbaar gemaakte archief van het tijdschrift zelf: zie hier.

De door mij bezorgde digitale brieveneditie rond Van Nu en Straks is te vinden via http://vnsbrieven.org (de geciteerde brief vindt u hier). De correspondentie Streuvels-Van de Woestijne is eerder opgenomen in de licentiaatsverhandeling van Stijn Vanclooster (1998), die ook heeft meegewerkt aan de publicatie van deze deelcorrespondentie in vnsbrieven.org.

Reageer