Juli 2011: Een vrij onbekende Arturroman in een niet fraai maar wel bijzonder manuscript. Marjolein Hogenbirk over Walewein ende Keye en de Lancelotcompilatie.

Onlangs verscheen de eerste editie van Walewein ende Keye , een dertiende-eeuwse, vrij onbekende Nederlandse Arturroman. De tekst is overgeleverd in een bijzonder manuscript, dat bekend staat als de Lancelotcompilatie. Deze codex uit omstreeks 1320 wordt beschouwd als een van de belangrijkste verzamelhandschriften met Arturteksten.

Het handschrift bevindt zich in de Koninklijke Bibliotheek (signatuur KB 129 A 10) en wordt bewaard in een cassette met daarop een sticker waarop staat: niet uitlenen! Sinds het najaar van 2010 is het handschrift echter toegankelijk op de website van de KB als bladerboek.

Iedereen kan nu zelf constateren dat de Lancelotcompilatie het niet moet hebben van een mooi uiterlijk: het perkament is van inferieure kwaliteit en het boek zit vol gaten en scheuren, die al dan niet zijn dichtgenaaid, soms zelfs al voordat er op de bladen werd geschreven. Er zijn geen miniaturen en de versiering van de initialen is eenvoudig uitgevoerd in rood en blauw.

Fol 19v. met dichtgenaaide scheur en initiaal

Het boek is vooral bekend om de inhoud; het bevat maar liefst tien van de vijftien overgeleverde Middelnederlandse romans over de roemruchte koning Artur en zijn ridders van de Tafelronde. De kern van de Lancelotcompilatie bestaat uit een bewerking in verzen van de dertiende-eeuwse Oudfranse prozatrilogie Lancelot en prose-Queste del Saint Graal en Mort le roi Artu, waarin de opkomst en ondergang van koning Arturs rijk beschreven wordt aan de hand van het leven van de hoofdfiguur Lancelot, minnaar van Arturs vrouw, koningin Guinevere. Tussen deze drie kerndelen zijn zeven kortere, oorspronkelijk zelfstandige Arturromans gevoegd, veelal met Walewein, de neef van koning Artur, in de hoofdrol. Een van die romans is Walewein ende Keye. De versie in de compilatie is de enige met dit verhaal, maar dit is een bewerking van een waarschijnlijk langere, oudere roman uit het midden van de dertiende-eeuw, die ook een andere titel gehad moet hebben; de huidige is van negentiende-eeuwse makelij.

Walewein ende Keye is een bijzondere Arturroman. De tekst is geschreven om de reputatie van Walewein als ‘vader van avonturen’ te onderstrepen. Die reputatie was aangetast door bekende Franse romans als Perceval ou Le Conte du Graal van Chrétien de Troyes en door de Queste del Saint Graal. In de roman van Chrétien raakt de held steeds meer verstrikt in zijn avonturen en in de Queste is hij zelfs een veroordeelde zondaar en blijven avonturen uit. In andere teksten is hij een echte rokkenjager.

In Walewein ende Keye trekt Walewein uit vanwege een beschuldiging van hoogmoed, door de afgunstige hofmaarschalk Keye. Twintig van diens vrienden, die een hekel hebben aan Walewein, bevestigen dat ze hem hebben horen zeggen dat hij meer avonturen zou kunnen beleven dan alle andere Arturridders bij elkaar. Walewein verdedigt zich door te benadrukken dat hij, onvolkomen als hij is, niet zou weten waarop hij zich zou moeten beroemen. Deze episode zet de toon voor de hele roman. Walewein betoont zich steeds uiterst bescheiden, terwijl hij op zijn tocht tegenstanders verslaat die precies die eigenschap tentoonspreiden waarvan de hofmaarschalk hem beschuldigde. Hij overwint de hoogmoed en bewijst dat hij werkelijk de beste is: het ene na het andere avontuur komt op zijn weg. Zo redt hij bijvoorbeeld een mishandelde jonkvrouw, verslaat hij een draak die een heel koninkrijk heeft verwoest en bevrijdt nog eens driehonderd gevangen meisjes en vrouwen uit erbarmelijke omstandigheden. In een grote apotheose weet hij twee vijandelijke koningen met elkaar te verzoenen en hen te behoeden voor een ware oorlog waarbij ze elkaars land verwoesten.

Ook Keye trekt uit in het gezelschap van zijn vrienden om Walewein te overtreffen: zijn tocht eindigt in een grote mislukking. Hij stelt zich hooghartig op en wordt door een schildknaap verslagen. Aan het einde van de roman weert Artur hem van het hof met de woorden: ‘Laettene ten duvelvolen gaen’, ‘Laat hem naar de duivel lopen’!


Fol. 178r met het begin van Walewein ende Keye

Het lijkt een eenvoudig verhaal, maar dat is het niet. In Walewein ende Keye draait het om taal en om taaluitingen die grote gevolgen hebben. Waleweins reputatie is door de woorden van Keye aangetast en wordt door zijn eigen taalvaardigheid  – Walewein spreekt steeds zeer hoofs en bescheiden –  weer opgevijzeld. Er wordt door de auteur op allerlei manieren gespeeld met de taal en dit heeft vaak een humoristisch effect. Een jonkvrouw wordt bijvoorbeeld door haar vriend gestraft omdat zij, toen hij haar vroeg of zij een beter en knapper ridder kende dan hij, naar waarheid antwoordde: “Walewein”. Hij gooit haar voor straf in een put, Walewein moet haar er dan ook maar uithalen… Wat natuurlijk gebeurt.

Links hieronder een miniatuur uit een beroemd Frans handschrift (Parijs, BnF, Français 1433, fol. B), waarop Walewein arriveert bij een put, waarin een jonkvrouw is gevangen.

Een andere jonkvrouw heeft gezworen dat zij haar vriend pas in haar bed toelaat als zij Waleweins hoofd in een speciaal voor dit doel vervaardigd kistje zal hebben. Natuurlijk komt Walewein op hun burcht terecht. Hij weet het probleem van de kasteelheer eenvoudig op te lossen door zijn hoofd in het kistje te steken en het er na enkele luttele seconden gewoon weer uit te halen, de gelofte van de jonkvrouw naar de letter opvolgend, in plaats van naar de geest.

Verschillende tegenstanders spreken in hyperbolen en prijzen Walewein zozeer dat het nogal overdreven aandoet. De hyperbool wordt vaak ironisch gebruikt om juist het tegenovergestelde van wat er gezegd wordt aan te duiden, maar in Walewein ende Keye is het allemaal waar wat gezegd wordt. Interessant is dat voor kenners de vele intertekstuele verwijzingen naar de Franse traditie bij de interpretatie betrokken kunnen worden: de auteur maakt voortdurend knipoogjes naar teksten waarin Waleweins reputatie heel wat minder goed is.

Heel fraai is de slotepisode, waarin Walewein de bewijzen van zijn onschuld aanvoert. Hij arrangeert het zo dat zijn tegenstanders zich met vele duizenden manschappen op precies hetzelfde tijdstip, St-Jansdag, aan het hof melden. De verschrikte Arthur denkt daarop dat hij belegerd wordt door vijanden! Tactisch verschijnt Walewein vlak nadat iedereen hem uitvoerig lof heeft toegezwaaid. Het is een deugd om zich niet te beroemen op heldendaden en die verborgen te houden, zodat alleen God er weet van heeft, en even lijkt Walewein een geslepen figuur die de zaken manipuleert, ter meerdere eer en glorie van hemzelf. Hij zorgt ervoor dat hij zich niet op de borst hoeft te kloppen, en weet iedere schijn van hoogmoed slim te vermijden.

De lezer weet echter dat Waleweins reputatie als ‘vader van avonturen’ in deze roman keer op keer bevestigd is door zijn succesvolle heldhaftige en ook bescheiden optreden. Sleutelscène voor de interpretatie is de eerste hofepisode, waar de held na een angstige droom in alle eenzaamheid en zonder dat zijn reputatie op het spel staat ‘oetmoedelic’, ‘nederig’  in de kerk bidt om bescherming. Aan het einde van de roman bewijzen duizenden mensen Walewein eer en dat is, binnen de grenzen van deze roman helemaal verdiend, maar voor een publiek van kenners blijft er de ironische knipoog naar de ambigue figuur uit de traditie.

In de tekst in de Lancelotcompilatie is waarschijnlijk veel van het spel met het genre uit de oorspronkelijke versie verloren gegaan, maar wie goed leest vindt sporen in Walewein ende Keye terug.

Marjolein Hogenbirk

 

Wie de roman zelf wil lezen en meer te weten wil komen over de literair-historische en handschriftelijke achtergrond kan terecht in de digitale editie van het Huygens ING.

De pas verschenen gedrukte editie is een kritische editie met uitgebreidere inleiding en commentaar:

Walewein ende Keye. Een dertiende-eeuwse Arturroman, overgeleverd in de Lancelotcompilatie. Uitgegeven met inleiding en commentaar door Marjolein Hogenbirk met medewerking van W.P. Gerritsen. Hilversum: Verloren 2011. Middelnederlandse Lancelotromans X. ISBN: 9789087041830. Prijs: € 30,-

 

Reageer