Als vijftiende deel in de reeks Monumenta Literaria Neerlandica is verschenen: de historisch-kritische uitgave met commentaar van Huygens’ hofdicht Hofwijck.

In zijn grote gedicht Hofwijck (geschreven in de jaren 1650 en 1651) geeft Constantijn Huygens (1595-1687) een beschrijving van de buitenplaats die hij bij Voorburg had laten aanleggen, en tegelijkertijd een verantwoording van de manier waarop hij daar zijn (vrije) tijd doorbracht. Het gedicht geldt al sedert zijn verschijning als een meesterwerk en is ook van beslissende invloed geweest op de vorming van het (typisch Nederlandse) literaire genre ‘hofdicht’.

De wetenschappelijke uitgave bestaat uit drie delen. Het eerste deel biedt een zgn. leestekst, het tweede een tekstkritisch en manuscriptologisch apparaat en een overzicht van de tekstgeschiedenis, en het derde een regel-voor-regel commentaar bij de tekst plus een studie over o.a. de literair- en cultuurhistorische betekenis van het gedicht.

Van Hofwijck is een ongekende rijkdom aan materiaal voorhanden, dat ons in staat stelt zowel de wording van de tekst als de totstandkoming van drie uitgaven tijdens Huygens’ leven op de voet te volgen. De oudste bron (afgezien van enkele nog eerder te dateren snippers) is een autograaf, geschreven tussen mei 1650 en december 1651, dat is te karakteriseren als een ontwerp: het bevat een groot aantal doorhalingen en aanvullingen waarin men het gedicht als het ware `ziet ontstaan’. Op basis van dit ontwerp heeft Huygens (waarschijnlijk in de eerste maanden van 1652) een net afschrift laten maken. Dat heeft hij vervolgens eigenhandig gecorrigeerd en bovendien voorzien van talrijke citaten uit klassieke auteurs en kerkvaders; ook voegde hij een uitvoerig gedicht `Aenden leser’ toe, met een buitengewoon geestige en boeiende beschouwing over zijn eigen rol als dichterlijk `beschrijver’ van zijn buitenplaats. Dit afschrift liet Huygens in voorjaar en zomer van 1652 circuleren onder een aantal vrienden, om het vervolgens aan een uitgever aan te bieden; dat werd (uiteindelijk) de Haagse uitgever Adriaen Vlacq. Het afschrift vertoont alle sporen van het gebruik als drukkerskopij en zo is ook weer met een grote mate van nauwkeurigheid vast te stellen hoe Huygens ook nog tijdens de fase van zetten en drukken bleef schaven aan zijn tekst. Ook voor de volgende uitgaven van het gedicht (in zijn verzamelbundel Koren-bloemen van 1658 en 1672) is hij intensief met de tekst bezig geweest.

Deze tekstgeschiedenis, alsmede een overzicht van de latere uitgaven van Hofwijck, vormt het hoofdbestanddeel van deel 2, het ‘apparaat’. In de traditie van de reeks waarin deze uitgave verschijnt wordt niet alleen het globale beeld geschetst, maar ook van regel tot regel getoond wat er met de tekst gebeurd is, zowel in de handschriften als in de drukken. Op basis van dit onderzoek is de ‘leestekst’ (deel 1) vastgesteld. Deze gaat (om diverse redenen) terug op de versie van de tekst die in de zomer van 1652 onder Huygens’ vrienden heeft gecirculeerd; het is daar een in principe diplomatische weergave van, zonder modernisering van spelling en interpunctie e.d.

De commentaar tenslotte (deel 3) bevat, eveneens van regel tot regel, toelichtingen van taalkundige en inhoudelijke aard, gericht op moderne lezers, voor wie Huygens’ taal en zijn wereld (meren)deels vreemd zijn geworden. Tevens bevat dit deel een studie over de opbouw en samenhang van het gedicht als geheel, en over de plaats ervan in de literaire en culturele context van zijn tijd.

Het belang van deze uitgave behoeft eigenlijk geen nader betoog. Niet alleen is het een indrukwekkend gedicht van een van de voornaamste dichters van de Gouden Eeuw, de rijkdom van het bewaarde materiaal (handschriften, drukken, correspondentie) geeft ook de mogelijkheid om heel precies vast te stellen hoe de tekst ontstond en hoe het boek gemaakt werd. Daarmee is de uitgave ook van breder boekhistorisch belang. De uitvoerigheid van de commentaar wordt tenslotte gemotiveerd door de brede visie en veelzijdige belangstelling, van deze dichter, die zich in elke regel van dit gedicht manifesteert.

De uitgave is verschenen onder auspiciën van het Huygens Instituut en is mede mogelijk gemaakt door de financiële ondersteuning van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, het Huygensmuseum Hofwijck en de Dr. C. Louise Thijssen-Schoute Stichting.

Constantijn Huygens, Hofwijck. Historisch-kritische uitgave met commentaar, bezorgd door Ton van Strien, met een studie van de literair- en ideeënhistorische context door Willemien B. de Vries. Amsterdam (KNAW Press), 2008. Monumenta Literaria Neerlandica XV, 1-3.

ISBN 978-90-6984-565-4; verkoopprijs € 119.

Reageer