Tegen kerst 2011 presenteerden studenten van de Toneelschool Amsterdam onder leiding van hun docent Hans Croiset de laatmiddeleeuwse rederijkerstekst Elckerlijc en namen dat op video op. Deze opname is via dbnl.nl te bekijken.

Wellicht was het tijdstip van presenteren niet helemaal toevallig gekozen. Naast een geschikte tijd in het cursusjaar is het ook een periode van het jaar waarin mensen tot nadenken gestemd raken. En Elckerlijc stemt tot nadenken over de zin van het leven. De hoofdpersoon, Elckerlijc, d.w.z. Iedereen, moet verantwoording afleggen voor zijn leven. In de zestiende eeuwse sloot dat goed aan bij de  aandacht voor moraliteit en het leven na de dood. Op een andere manier past het bij onze huidige tijd. Veel mensen zijn op zoek naar de zin van het leven, getuige bijvoorbeeld de reclameslogan van het Humanistisch Verbond: ‘Ik geloof in een leven vóór de dood’. Deze leuze zet zich af tegen groeperingen die blijkbaar geloven in een leven na de dood, maar ze roept er ook toe op om dat leven vóór de dood zin te geven door 5 euro over te maken.

De studenten speelden, zoals op de site staat, voor deze nieuwe registratie ‘de middeleeuwse moraliteit in de oorspronkelijke tekst, zoals we die kennen uit een Antwerpse druk van 1525’.

 

De oude uitgave van de Elckerlijc, enkele exemplaren van latere bewerkingen en navolgingen – in bezit van de bibliotheek – lagen op tafel. Geert Warnar vertelde de spelers over de geschiedenis van de tekst. [bron: http://www.hum.leidenuniv.nl/lucas/agenda/premiere-nieuwe-elckerlijc.html]

Croiset meldt aan het begin van de video dat het niet om een voorstelling gaat, maar om een lesproject. De presentatie vond eerst plaats voor de staf van de school, zonder video. Later is deze technisch uitstekende registratie door Katherine Poelmann gemaakt. Waar je vaak bij dit soort opvoeringen een wat rommelig beeld krijgt, is deze opname heel professioneel. Geert Warnar schreef er een mooie korte beschouwing over vijf eeuwen Elckerlijc bij onder de titel ‘Toneel, tekst en beeld van ca. 1500 tot nu’.

 

Nieuws: Uitvoering <em>Elckerlijc</em> op DBNL

Beginscène uit de Elckerlijc-opvoering door de derdejaars studenten van de Toneelschool Amsterdam: God spreekt de proloog. [bron: http://www.tzum.info/2012/07/nieuws-uitvoering-elckerlijc-op-dbnl/

Docent Croiset hoopt, zo zegt hij in de inleiding van de video, dat kijkers ‘overtuigd kunnen raken van de ernst waarmee deze jonge studenten zich met het Middelnederlands hebben beziggehouden’. Dat is zeker het geval, maar ook ik raakte als kijker opnieuw overtuigd van de kracht van het laatmiddeleeuwse Rederijkersstuk. Zonder rijke kostuums, zonder noemenswaardige rekwisieten – een tafel en wat stoelen – wordt een beeld opgeroepen van dit stuk.

Dit roept de vraag op naar de reikwijdte van de term editie. Ik heb het hier niet over de bijgevoegde teksteditie van het stuk, waarvan de verantwoording ontbreekt, al lijkt me de tekstconstitutie wel goed. Mij gaat het om de vraag: in hoeverre kan een gespeelde tekst in een geregistreerde opvoering gelden als editie? Of is het meer een ondersteuning van een editie? Beide lijken me goed mogelijk.

Een gespeelde en gesproken tekst kan worden gezien als een gedrukte tekst met ‘extra’s’: de intonatie, de pauzes, de visuele interactie tussen personages. Wat in een gedrukte tekst wat klinisch kan lijken, blijkt in een gespeelde versie een bloedspannende dialoog. Scènes die in een gedrukte tekst wat los na elkaar lijken te komen blijken in een opvoering, zelfs al is die nog zo eenvoudig, wel degelijk met elkaar te maken te hebben. In die zin is een opvoering een interpretatie van de tekst, zoals elke editie dat is, waarbij noties als ‘speelbaarheid’,  ‘ruimte’, ‘vierde wand’ (de ruimte tussen toneel en publiek, of het scherm in een video-opname) iets toevoegen.

Een opvoering kan ook een editie ondersteunen en zo de interpretatie verdiepen. De intertekstuele relaties tussen deze tekst en andere teksten of de intertekstuele relaties binnen een tekst zijn in een gespeelde presentatie anders dan in een gedrukte.

Wat is een editie? Een gedrukte of een gespeelde versie laten beide iets zien van een toneeltekst. Beide laten als het goed is ook iets zien van het plezier dat de bezorger of bezorgers (editoren of regisseur en spelers) aan de tekst beleefden. Want daar gaat het toch ook om in een editie: laten zien waarom de tekst die je uitgeeft van belang is voor mensen van nu. Met een afschuwelijke modekreet heet dat tegenwoordig ‘valorisatie’. Wat we doen is van belang, ook in deze tijd. En daar kan een opvoering van een laatmiddeleeuws spel op dbnl.nl ons maar weer eens bij bepalen.

Jan Bloemendal

Reageer