Willem Frederik Hermans is in het nieuws. Dat wil zeggen: de verweesde 160 schrijfmachines van de in 1995 overleden schrijver. Hermans was een verwoed verzamelaar van deze machines, die hij tot in Istanbul kocht. Na zijn dood in 1995 ging de collectie naar het museum Scryption in Tilburg. Dat museum moest in 2011 echter zijn deuren sluiten nadat de gemeente de subsidiekraan had dichtgedraaid. De stichting Onterfd Goed uit ’s-Hertogenbosch kocht de machines aan en bracht ze tijdelijk onder in de voormalige fabriek van grootgrutter De Gruyter.

De stichting heeft nu een prijsvraag uitgeschreven. De persoon of instelling met het beste idee voor beheer en behoud mag de collectie met een geschatte waarde van 10 000 euro overnemen voor 5500 euro. Drie kandidaten zijn nog in de race: boekhandel Limerick in Gent, het kunstenaarsduo Stan Wannet en Geert Jonker, en de gemeente Groningen i.s.m. het Universiteitsmuseum. Het door Hermans zo verfoeide Groningen lijkt alvast achter het net te vissen: in de poll (http://www.denabestaanden.com/poll/) is de stad inmiddels op fikse achterstand gezet door de andere twee kanshebbers, die vooralsnog nek aan nek gaan.

Onlangs begon ik met de voorbereidingen voor Deel 6 van de Volledige Werken van Hermans, te verschijnen voorjaar 2014. In dat deel wordt ook Een heilige van de horlogerie (1987) opgenomen. In die roman vindt een drama plaats met een collectie antieke klokken dat me deed denken aan de huidige klucht met de schrijfmachines. Hoofdpersoon Constantin Brueghel heeft een dagtaak aan het onderhouden van de 1473 klokken van een tot museum omgevormd paleis van een negentiende-eeuwse hertog: ‘Na zijn dood heeft de een of ander, ik weet niet precies wie, de burgemeester denk ik, de bepaling in het testament van de hertog aanvaard dat, wat er ook gebeurde, nooit een klok uit het paleis naar elders mocht worden overgebracht, laat staan verkocht.’ (Een heilige van de horlogerie, 1988, tweede druk, p. 19-20)

HHWFH

In 1978 zei Hermans tegen Willem M. Roggeman dat de ‘geheime reden’ waarom hij schrijfmachines verzamelde vermoedelijk was dat hij ‘eigenlijk op honderd machines tegelijk zou willen schrijven.’ (Scheppend nihilisme. Interviews met Willem Frederik Hermans, 1983, p. 318) Zo is het ook Brueghels ‘eerzucht, mijn opdracht trouwens ook, ervoor te zorgen dat ze allemaal tegelijk sloegen.’ (Een heilige van de horlogerie, p. 20) Toch wordt hij in zijn functie bedreigd. Wegens plaatsgebrek is namelijk een aantal gemeentelijke diensten ondergebracht in het paleis en de ambtenaren ergeren zich nogal aan het massale ‘getingel, getik en getoet’ (p. 159).

Een wethouder zegt Brueghel te kunnen helpen: ‘er is een oude verplichting, door de erflater indertijd aan de Gemeente opgelegd, dat die klokken altijd aan de gang moeten worden gehouden. Daar gaan we niet aan tornen. De oplossing is simpel: we moeten een nieuw stadhuis bouwen en dat zullen we doen ook. En het paleis moet in zijn geheel museum worden. Klokkenmuseum.’ (p. 181) In Tilburg wordt momenteel ook over een nieuw stadhuis gedebatteerd. Maar het museum is alvast weg.

In Mandarijnen op zwavelzuur noemde Hermans Nederland een land ‘waar alleen wat veilig in een museum is opgeborgen, tegen baldadigheden gevrijwaard is.’ (Mandarijnen op zwavelzuur, vierde druk, 1985, p. 181) Intussen is een felle discussie losgebarsten over de ethiek van het ‘ontzamelen’ van collecties. Erfgoed gebruiken voor een prijsvraag een baldadigheid noemen zou voor velen nog een te mild oordeel zijn. Directeur Frans Ellenbroek van het Natuurmuseum Brabant luidt zelfs de noodklok: ‘Terwijl de museumwereld door strenge professionele normen het duurzaam behoud van ons nationaal erfgoed tracht veilig te stellen, dreigt een topcollectie van nationaal belang – de collectie W.F. Hermans – te verdwijnen in de handen van de winnaar van een lullige versjeswedstrijd. Het is een grof schandaal!’ (http://www.denabestaanden.com/debat/)

Ook het Letterkundig Museum heeft zich gedistantieerd van de actie van Onterfd Goed, maar het heeft nog wel het verzoek ingediend de rode IBM-machine waarop Hermans zijn laatste romans schreef, waaronder ook Een heilige van de horlogerie, in bruikleen te mogen nemen. Als Brueghel tegen het eind van de roman bij het paleis arriveert voor een nieuwe werkdag, is hij vol afschuw over wat hij daar aantreft. Het paleis is ingenomen door kampeerders, die vanwege wateroverlast hun camping hebben moeten ontvluchten. Ze sjouwen de dure klokken doodleuk naar buiten. Daarbij is ook ‘een prachtexemplaar, voornamelijk bestaande uit een kolossaal blok roodgevlamd gepolijst marmer.’ (Een heilige van de horlogerie, p. 200)

IBMNico Bennemeer (foto Nico Bennemeer)

Op 20 juni maakt de stichting tijdens een evenement in de De Gruyterfabriek bekend wie de collectie schrijfmachines heeft gewonnen. Het publieksoordeel is niet doorslaggevend; ook een jury buigt zich nog over de voorstellen. De winnaar zal zich evenwel meteen voor een probleem gesteld zien: de collectie is al niet meer compleet, zo meldt Omroep Brabant: ‘Overigens zijn bij Onterfd Goed per ongeluk al twee Hermans-machines de deur uitgegaan. De organisatie probeert die nu terug te krijgen.’ Toch maar eens op de camping gaan rondvragen.

Marc van Zoggel, Huygens ING

 

Reageer