Ik zag een leerzaam programma op de BBC over het reilen en zeilen in de voedselindustrie in Groot-Brittannië in de aanloop naar Kerstmis. Een van de onderdelen was de productie en verspreiding van spruitjes. Spruitjes zijn om de een of andere reden een traditioneel kerstgerecht bij de Britten, ‘the quintessential Christmas dinner veg’ lees ik op een website van de BBC. Zonder dat ze zelf, zo bleek bij straatinterviews in dat programma, weten waarom en zonder dat ook maar een van de passanten spruitjes lekker vond.
Brussels-sprout-wreath
We zagen een teler die met veel passie 25 soorten spruitjes verbouwt en die vervolgens naar een productiehal brengt, waar ze bijna helemaal volautomatisch op het eind met zijn vijftigen of zo in een netje belanden. Onderweg worden ze, onder andere, op grootte gesorteerd en op rotte plekken gecontroleerd. Dat laatste gebeurt met camera’s, die de kooltjes laten ronddraaien en, zodra ze een bruine plek constateren, een blaasapparaat in werking stellen dat de spruit van de band jaagt. En dan nog veel meer handelingen, met op het eind dat netje.

Een prachtig apparaat dus, die productielijn, en ik moest aan onze eigen productielijnen in de textual scholarship en de geesteswetenschappen in zijn algemeenheid denken, waar we steeds meer te maken krijgen met geautomatiseerde productie. En wat zouden we graag willen dat die productie werkt als de Britse spruitjesmachine: je stopt er aan de ene kant iets in, en aan de andere kant komt er iets goeds uit. De machine, de tool, doet het werk.

Wat we in de geautomatiseerde geesteswetenschappen wel eens dreigen te vergeten, wanneer we de machines staan te bewonderen, is die gepassioneerde spruitjesteler, zijn de mensen die ik nog even had weggelaten in mijn beschrijving van de productielijn. Ze staan in witte pakken en met mondkapjes om en handschoenen aan de rotte spruitjes van de band te halen die de camera’s en de blaasmachine hebben gemist. En dan natuurlijk de vakkenvullers in de supermarkt, die de netjes met de groene kooltjes netjes in de schappen leggen. Waar de kopers ze dan uit kunnen halen en er mee doen wat ze willen: lekker vinden of niet.

Jan Gielkens, Huygens ING

Reageer