Bram Oostveen bezocht de presentatie van de  uitgebreide verzameling Gedichten 1962-1990 van Hans Faverey en bekijkt de editie met een geoefend (typografisch) oog.

Woensdag 17 november werd in de bescheiden salon van De Balie in Amsterdam de verschijning van Gedichten 1962-1990 van Hans Faverey gevierd met een elegant programma rond de dichter. De nieuwe verzameling, die evenals de Verzamelde gedichten uit 1993 werd bezorgd door Marita Mathijsen, bevat niet minder dan 193 niet eerder gepubliceerde gedichten. Het is de grote attractie van de nieuwe verzameling en van de middag.

De belangstelling voor de middag in De Balie is groot, want de salon blijkt te klein voor het aantal aanwezigen. Piet Gerbrandy spreekt over Faverey en de klassieken. Een fragment uit de film Dichter(s) bij Segers van Rein Bloem, waarin Faverey zelf aan het woord is, wordt uitgebreid ingeleid door Willem van Toorn en dichter Jan Kuiper leest zijn ‘De tombe van Hans Faverey’. Nieuwe en oude gedichten uit Gedichten 1962-1990 worden voorgelezen door Ineke Holzhaus.

Mathijsen vertelt onderhoudend over hoe zij in Triëst, bij Lela Zečković (de weduwe van de dichter), in de nalatenschap heeft kunnen grasduinen. Vaststellen welke gedichten als voltooid zijn te beschouwen, bleek moeilijker dan verwacht. Het eerste exemplaar is voor Zečković die Mathijsen de genereuze toestemming gaf de nalatenschap te bestuderen.

Ook in de toelichting bij de nagelaten gedichten in Gedichten 1962-1990 staat Mathijsen uitgebreid stil bij de keuze van de gedichten. Een uiteenzetting van de problemen waar ze zich voorgesteld zag, dient dan ook als verantwoording. ‘Het is volstrekt niet ondenkbaar dat een andere editeur tot een andere selectie was gekomen.’ schrijft ze. Haar keuzes, hoewel net als die van ieder ander onvermijdelijk subjectief, worden met duidelijke voorbeelden verantwoord. De inzet is helder: ‘Het gaat er nu om alle gedichten te publiceren die als voltooid beschouwd kunnen worden, in een publiekseditie zonder varianten.’

Een nagelaten gedicht, gedateerd 1970-1977:

Het is niet dat zo’n leegte
zo iemand zo iets aandoet: na-
sleep v.e. nalatenschap uit wind,
die zich nog kenbaar mag maken
binnen het oog van een naald,

alsof hij daar woonachtig is.

En zich pluis voor pluis
maar uitwoont en wegdoet,
en dan hier plotsklaps weer
helemaal terug moet zijn
op van die idiote kippepoten.

Mathijsen was tijdens de presentatie duidelijk: een nieuwe Faverey spreekt niet uit de nagelaten gedichten. De ontwikkeling in het nagelaten werk loopt parallel aan die in het gepubliceerde oeuvre. Er is geen sprake van een nieuwe Faverey, maar van meer van hetzelfde. Het is amper bezwaarlijk, want van een dichter van de statuur van Faverey, kunnen nooit genoeg gedichten zijn.

Gedichten 1962-1990 is in wezen de Verzamelde gedichten uit 1993 met een zeer forse verrijking. De bundel uit 1993 was typografisch vormgegeven door Harry N. Sierman en werd bekroond als een van de best verzorgde boeken van dat jaar. Moeilijk om die klassieke eenvoud en vanzelfsprekende rust op de pagina te evenaren en dat is dan ook niet gelukt.

Het wit is bij van Faverey van groot belang: er moet ruimte zijn rond de gedichten. Bij publicaties in tijdschriften wilde hij bijvoorbeeld graag niet meer dan een gedicht op een pagina. De gedichten in de nieuwe verzameling zijn iets groter afgedrukt dan in de Verzamelde gedichten uit 1993 en dat gaan ten koste van het wit. Het is een aanslag op de ruimte rond het gedicht en dus op het gedicht zelf. Het is in wrange tegenspraak met het volgende nagelaten gedicht uit de jaren zestig.

Duidelijk:
het wit neemt toe,
de tekst neemt af.

Op een morgen
kan ik niet meer
met mijn rechterhand
mijn linkeroor aanwijzen.

De aanslag op het wit lijkt misschien een kwestie van smaak, maar het is meer dan dat. Het gedicht ‘Pelikaan op het’ past hierdoor bijvoorbeeld maar met moeite op de pagina (het paginanummer moet voor het gedicht wijken) en ook bij het iets langere gedicht ‘Gorter aan zee’ is de oplossing minder elegant dan die in de vertrouwde Verzamelde gedichten.

Hoewel deze kleinigheden wat mij betreft afbreuk doen aan de uitgave als geheel, vallen ze in het niet bij de rijkdom van de nagelaten gedichten. Als er iets meteen duidelijk wordt dan is het dat deze gedichten in geen enkel opzicht onderdoen voor de canonieke verzameling die mij zo dierbaar is.

Bram Oostveen

Hans Faverey, Gedichten 1962-1990. Ed.  Marita Mathijsen.  Amsterdam (De Bezige Bij), 2010 | 1008 pagina’s | ISBN 9789023458197 |  € 49.90

Een reactie op “Alsof hij daar woonachtig is”

  1. [...] Oostveen, ‘Alsof hij daar woonachtig is [bespreking van: Hans Faverey, Gedichten 1962-1990 (Amsterdam 2010)]‘. Op: [...]

Reageer