Oktober 2011: ‘For better or for worse, it is the commentator who has the last word.’ Fabian Stolk over romaneske ‘edities’ en ‘fictionele vakgenoten’.

De titel van de rubriek waarin deze bijdrage past (of niet) – ‘Manuscript van de Maand’ – suggereert dat het onderwerp enige actualiteit zou kunnen hebben. Wil dat zo zijn, moet ik mijn toevlucht zoeken bij de beroemde definitie van literatuur door Ezra Pound: ‘Literature is news that stays news’. En als de literatuur zelf al geen nieuws meer is, dan kan de editeur er voor zorgen dat ze weer als nieuw wordt.

Dit gezegd zijnde, mag ik misschien wijzen op een heel rare, bijzondere literaire tekst. Een roman, heet het te zijn, althans ‘a Novel’ volgens het omslag, althans volgens het omslag van de versie die ik las, één van de vier versies (maar die heten in de brontaal ‘Editions’). Ik heb zelf de ‘Full Color’ uitgave (want dat is het, een uitgave, niet een editie, denk ik). Daarnaast zijn er ook een ‘2-Color’, een ‘Black & White’ en een ‘Incomplete’ uitgave, volgens het colofon (p. [iv]).

En inderdaad, tijdens het college ‘Literaire Tekst en Digitale Technologie’, dat ik met Kiene Brillenburg Wurth, dit jaar voor het eerst, verzorg in de Utrechtse masteropleiding Literatuur en Cultuurkritiek, zag ik op de collegebanken exemplaren van verschillende uitgaven; alleen de ‘onvolledige uitgave’ ontbrak (gelukkig) (als die al bestaat).

In het colofon staat een beschrijving van alle vier de uitgaven, dus ook van de drie waarvan ik zelf geen exemplaar heb. Daarin staat onder andere dat ze ‘No Braille’ bevatten. Dat is waar, maar ook mijn Full Color uitgave bevat geen braille, al staat dat er niet expliciet bij vermeld in dat colofon. Wie nog wat wil leren over tekstuele onbetrouwbaarheid en onbetrouwbare vertellers en editeurs, en dus ook over het belang van betrouwbare editeurs, kan in deze roman een ferm licht opsteken.

Een kloeke roman is het met z’n omvang van 709 pagina’s, inclusief  zes ‘Exhibits’, drie appendices, een (nogal onbetrouwbare, want verre van volledige) index van meer dan 42 bladzijden, een volle pagina ‘Credits’ en (een) ‘Yggdrasil’ (het is een wonder dat een internetzoektochtje met zoektermen ‘Danielewski’ en ‘Jongstra’ niets oplevert). En het is an editor’s nightmare. Op het voorplat, dat overigens een halve inch smaller is dan het boekblok, staan de volgende aanduidingen:

The Remastered Full-Color Edition

House of Leaves

Mark Z. Danielewski

Maar opengeslagen biedt het boek andere informatie. Zo staat er op pagina [ii]: ‘Mark Z. Danielewski’s’ (let op de genitief), en op de pagina ertegenover: ‘House of Leaves // by / Zampanò // with introduction and notes by / Johnny Truant // 2nd Edition / Pantheon Books New York’. De roman met de titel House of Leaves blijkt dus (ook) een andere auteur te hebben.

Het colofon noemt weer die Danielewski, maar dan als copyrighthouder en het dateert dat recht op 2000, het jaar waarin dit debuut verscheen of, om het pleonastisch verduidelijken: voor het eerst verscheen. In dat colofon staat dat het gaat om de ‘First Edition’. Maar een aan deze tweede editie voorafgegane eerste editie is in catalogi geen spoor te vinden. Alleen op de flap van het omslag (alleen het voorplat heeft een flap) staat dat de roman ‘YEARS AGO […] was first being passed around […] on the Internet.

In het colofon is ook een tekst opgenomen waarin onder andere het volgende wordt gemeld: ‘This novel is a work of fiction.’ Deze tekst is ondertekend met ‘-Ed.’, wat staat voor ‘- The Editors’, de lieden die niet alleen het voorwoord schreven, maar ook tal van voetnoten bij de tekst, voetnoten die zijn ingevoegd tussen de de noten van de eerder genoemde Johnny Truant. Let wel: deze ‘-Ed.’ zijn niet de op de (rechter)titelpagina genoemde Johnny Truant, want alles wat die schrijft is in dit boek in een ‘Courier’ weergegeven, terwijl de tekst van ‘The Editors’ in de ‘Times New Roman’ gezet is.

De roman zelf (als deze aanduiding voor deze tekst nog enige betekenis heeft), de tekst van Zampanò, heeft in het boek als titel: ‘The Navidson Record’, maar een roman is het eigenlijk niet: het is de door Truant bezorgde editie van Zampanò’s niet eerder uitgegeven manuscript (nou ja: een koffer vol papieren) van een studie over een film van de beroemde fotograaf Will Navidson. En om het eenvoudiger te maken: Zampanò was blind. En die film bestaat niet.

Hiermee heb ik nog niet een fractie beschreven van de eigen aardigheid van deze uitermate verwarrende, hier en daar hoogst interessante (daar en hier ook stomvervelende) roman, die ondermeer handelt over een huis dat van binnen groter is dan van buiten (een vreemdheid die wordt gespiegeld in het omslag van de ‘Full Color’ paperbackuitgave). Mark B. Hansen zegt in ‘The Digital Topography of Mark Z. Danielewski’s House of Leaves’ (Contemporary Literature 45 (2004), 4: 607) terecht: ‘embodied belief is precisely the allegorical object of the hyperactive proliferation of mediation that comes to fill in the novel’s central void.’

Het is me evenwel niet om deze roman te doen, maar om een andere, die erin wordt genoemd en waar House of Leaves een pastiche van zou kunnen worden genoemd: Pale Fire (1962) van Vladimir Nabokov.

Nabokovs roman is eveneens een – wat ik dan maar noem – editieroman, want de tekstuele kern van het geheel van Nabokovs tekst is de editie van het 999 regels lange gedicht ‘Pale Fire, a Poem in Four Canto’s’ dat geschreven zou zijn door John Francis Shade, en dat hier wordt bezorgd door de nogal grommende academicus Charles Kinbote, een editeur die zichzelf graag hoort, want de Commentary bij het zevenendertig bladzijden beslaande gedicht heeft, inclusief Index en Foreword een omvang van maar liefst 260 pagina’s. Daarmee heeft dit boek een editiefactor van maar liefst 7.02.

Ter vergelijking: de 1062 gedichten van Gerrit Achterberg – veelal één pagina lang – zijn in De Bruijns vierbander uitgedijd tot een editie van 2872 bladzijden, editiefactor 2,7; de 395 gedichten van Richard Minne zijn in T’Sjoens driedekker goed voor 1868 bladzijden, editiefactor 4,73; de 76 bladzijden van Van Wilderode’s De moerbeitoppen ruischten zijn in Van Houte’s recente documentaire varianteneditie met een factor tien uitgedijd.

Onze fictionele vakgenoot Kinbote schrijft tot besluit van zijn voorwoord een fraaie waarheid als een koe, die ik graag citeer als hart onder de riem en afronding van dit stukje dat, naar ik hoop, in overeenstemming met de twee hier genoemde romaneske ‘edities’, (bijna) over niets gaat: ‘for better or for worse, it is the commentator who has the last word.’

Fabian R.W. Stolk
Utrecht, oktober 2011

 

Naschrift:

Het is anders, bleek me onder andere uit een nota van Iris de Graaf over deze roman. De tekst van Zampanò is uit de Times New Roman, die van de Editors uit de Bookman gezet (je ziet het inderdaad als je goed kijkt; ik had niet goed gekeken).

De eerste druk van de roman wordt wel vermeld, zij het in het voorwoord van de roman zelf door de Editors (inderdaad: gezet uit de Bookman): ‘The First edition of House of Leaves [deze titel is onderstreept, het eerste woord blauw gedrukt] was privately distributed and did not contain Chapter 21, Appendix II, Appendix III, or the index.’ (p. [vii]). Maar ja, hoe betrouwbaar is informatie in deze roman?

Hoofdstuk 21 (gezet uit de Courier) bestaat uit dagboekaantekeningen van Johnny Truant en, nog leuker, bevat een scène waarin iemand aan hem een van het internet gedownloadede ‘big brick of tattered paper’ overhandigt, waarvan de titelpagina vermeldt: ‘House of Leaves [onderstreept, eerste woord blauw] / by Zampanò // with introduction and / notes by Johnny Truant // Circle Round A Stone Production / First edition’. Het is begrijpelijk dat het werk aan deze tekst Truant doet duizelen.

De introductie tot de eerste appendix is een tekstje van Truant (gezet uit de Courier), de inhoud is van Zampanò (en dus gezet uit de Times New Roman). De introductie tot appendix II is van de Editors (en is gezet uit de Bookman), de inhoud bestaat uit beeld- en tekstmateriaal van Zampanò (dus in Times New Roman), met uitzondering van onderdeel E, dat een verzameling brieven van Truants moeder is (gezet uit weer een ander lettertype).

Appendix III bevat ‘Contrary evidence’ geheten beeldmateriaal, en is geannoteerd door de Editors (in de Bookman). De index tenslotte (hoewel niet het laatste onderdeel van de roman) is gezet uit de Bookman, en is daarom kennelijk opgesteld door de Editors. Die index is, geheel in de stijl van de roman, tamelijk verwarrend en onbetrouwbaar. Interessante woorden zijn er niet in opgenomen – zo mocht ik bij de lectuur van de roman constateren – maar woorden als ‘can’, ‘come’, ‘for’ en ‘here’ zijn wel opgenomen, alsmede woorden die niet in de roman voorkomen, zoals ‘yank’ of ‘whine’, maar daar staat dan wel netjes ‘DNE’ achter. Waarvan akte.

Reageer